2008 log Captain

August Dirks 14 May , 2017

HET LOGBOEK VAN DE KAPITEIN
VAN DE ZOTTENSCHUIT AZART
OFTEWEL SCH4

IN DE SCHEVENINGSCHE COURANT 
2003-2008          184 AFLEVERINGEN

Het Logboek van de Kapitein Van de Zottenschuit Azart oftewel SCH4

1/ 10 September 2003
Azartplein, Amsterdam. 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

Verleden week Maandag vertrok de wakkere bemanning wel driemaal uit Scheveningen. De eerste keer spoedde ik me tijdens het vertrek met het klapfietsje naar de kop van de Noordelijke pier om het fiere scheepje als op volle zee te filmen. Dat is voor een korte film waarin de SCH4 de Dam opvaart die drie meter onder water staat en dan fors met het Paleis in aanvaring komt. Met het Paleis loopt het slecht af. Daarentegen gaat het beter met de bewustwordingscampagne van de Provincie Noord-Holland die dat filmpje hard nodig heeft en flink spekt in het kader van “pompen of verzuipen”. Welnu, op de Noordpier begon het zo te plenzen dat ik met mijn jas de camera moest beschermen zodat ik zelf drijfnat werd. Het tweede vertrek ging al beter alhoewel door het dwars briesje ondertussen het halve keukengerei op de vloer terecht was gekomen, al dan niet in twee helften. Pas de derde keer vertrok het schip echt naar Amsterdam en werden geen incidenten genoteerd dan dat bij Zandvoort acht oranje pakken van de Kustwacht in een superspeedboot opdoemden. Ze waren zo gehaast en nieuwsgierig om een kijkje aan boord te nemen dat ze hun procesverbaal-boekje vergeten waren. Nu hadden ze dat ook helemaal niet nodig want volgens mij mag je al met je eigen badkuip naar Engeland oversteken en zijn de condities op de Zottenschuit, ook zonder badkuip, oneindig veel beter. Ze is ten slotte een luxe-jacht. Het opperhoofd van de kustwakers (die zijn boekje vergeten was) bleek trouwens donateur te zijn van de platbodem “Theater te Water” en dat zijn weer goede collega’s van ons die helaas nooit voorbij de sluizen komen. Dat wist de zeeman niet, dat er ook een zeewaardig theaterschip bestaat. We moesten ook maar donateuren in het logboek gaan noteren. De crew is deze reis droog gebleven.

2/ 17 September 2003
Azartplein, Amsterdam. 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

De oude dame Azart is weer terug op het Amsterdamse Azartplein. We mogen dan tot in Israël, IJsland of Finland opgetreden hebben, geen haven is exotischer dan de eigen thuishaven. Vijftien jaar geleden meerden we voor het eerst af op dit eiland waarvan de kilometerslange havenloodsen bewoond waren door een allergaartje van krakers, reizigers, kunstenaars en schippers. Er was zelfs een heel campement gebouwd van schotten, hutten, oude caravans en ander grootstedelijk afval. De “Busbar” was het legendarische centrum ervan, een grote overdekte kroeg geflankeerd en ondersteund door twee buswrakken. De stoelen waren tot zithoekjes gemaakt en gaven uitzicht op het biljart of de ongelofelijk lawaaierige bands die er speelden. Zonder te varen veranderde het landschap gestaag. Eerst kwam de Mobiele Eenheid en toen de slopers. Het silouet van het Centraal Station rees langzaam uit boven een gigantische zandvlakte. Toen kwamen de heiers en bouwkranen en nu staan er kilometerslange muren van hele dure koopwoningen met hele dure hypotheken. Behalve op het Azartplein. Daar liggen vier scheepjes die alle veranderingen hebben meegemaakt en tot het gezellige dorpspleintje van het eiland geworden is. Nu het eiland eindelijk af is zou volgens de grootstedelijke planners dat illegale hoekje mooi opgeruimd kunnen worden. Maar hadden ze dit plein niet naar die oude logger Azartplein genoemd? Hadden ze niet in hun geniale onwetendheid de stoep op dat plein precies zo breed gemaakt dat onze halfronde circustribune er past? De duizenden nieuwe bewoners zijn éen voor éen van de schrik van hun hypotheek bekomen en komen naar de voorstelling. Mijnheer Ringeling van Stadstoezicht, die toezicht houdt op de openbare ruimte, deed nog een vergeefse poging om de tribune na iedere voorstelling door die arme fools te laten afbreken om het plein leeg te houden. De wandelaars, joggers en groepen Zweedse of Spaanse architectuurstudenten laten zich niet afschrikken. Wel is ondertussen het restaurant op de hoek van het Azartplein falliet – en het modieuze meubelpaleis om de hoek. Deze week werd het beslag opgeheven dat een mega-energiebedrijf bijna drie jaar lang op het schip had liggen. Een schip moet varen.

3/ 24 September 2003
Azartplein, Amsterdam. 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

Het zomerseizoen is weer afgelopen, de tribune en theaterlichten opgeruimd en het eerste stookhout voor de kachel in stukken gezaagd en opgestapeld. De crew maakt zich klaar voor overwintering. Een belangrijke klus deze winter is de vierjaarlijkse werfbeurt die weer hoognodig is. Dat gebeurt deze keer in Scheveningen. Ze mogen daar in Scheveningen dan wel denken dat het een verroest wrak is, van onderen kan ze nog best een wereldreis mee. Voor de landen die we gaan bezoeken is het juist goed dat het schip er krakkemikkig uitziet want dat schrikt potentiële boosdoeners af. Bovendien wordt je in de ogen van de argeloze landrot vanzelf een zeeheld als je met zo`n artefakt komt aanzetten. In Reykjavik zetten ze midden in de haven een vissersbootje uit 1936 als monument op de kade. Dan zijn die loggers heel wat ouder en taaier. Op de voorlaatste werfbeurt in Gaeta, vlakbij Rome, hebben we een hele biotoop aan onderwaterbeesten van het vlak moeten afkrabben. Met een stuk staal op een stok in de hand. We hebben onze polzen met bikhamers murw geslagen. Dan zijn we nu, zogezegd, gezegend met de hogedrukspuit in Scheveningen. Dat heet knippen en scheren. En vooruit, een paar plaatjes dubbelen. Een schip moet varen. Ondertussen eten we al vijf weken iedere dag Russische pot. En iedere dag soep. Onze drie Russische barokmuzikanten hebben zich tot kok bekeerd en dat kunnen ze net zo goed als spelen. Wat dat betreft is het nog steeds hoogseizoen. Ernstiger is dat ook de akteurs onder de bemanning een hekel hebben aan bikken, schuren en krabben. Dat belooft moeilijke tijden als het schip daar hoog in de hemel staat. We moesten behalve donateuren ook maar een stel zware jongens als vrijwilliger in het logboek noteren. We komen eraan hoor!

4/ 1 Oktober 2003
Azartplein, Amsterdam. 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

De werfbaas liet weten dat z`n werf nog bezet was. Dan bladeren we maar door het oude logboek, over hoe je nou kapitein van een Zottenschuit wordt. Op 28 Mei 1998 kwamen vijf heren bijeen in het Marokkaanse vissersstadje M`Diq om te delibereren of Azart op de kade een voorstelling mocht geven. Het was de Pasha van M’Diq himself, de Chef van de Afdeling Exploitatie van de haven, de Chef van de Koninklijke Gendarmerie van de Haven, de Chef van het Speciale Commissariaat van de Haven, de President van het stadje en de Havenmeester. Vijf stempels en vijf handtekeningen, in gemelde volgorde. We hebben 10 dagen op dit besluit moeten wachten, waarschijnlijk omdat ze geen nee durfden te zeggen. Het argument was dat door de verwachte grote toeloop de orde niet gehandhaafd zou kunnen worden. Dit is natuurlijk grote onzin in een gemilitariseerd haventje waar je zonder pasje niet eens binnenkomt. Welnu, we moesten weg. Maar de laatste kapitein, een bejaard Engels echtpaar, was stiekem in Gibraltar van boord gevlucht uit pure angst dat we zouden zinken. Een stoere Amerikaan had ons naar Marokko gevaren. Wie moest er nu varen? Zelf had ik wel eens een hele dag rondjes gedraaid in een Siciliaans haventje om te oefenen maar de bemanning wilde er niets van weten. We moesten eerst die enge Straat over en dan helemaal naar Zuid Frankrijk om op te treden. Toen ben ik met de bus teruggekeerd om een schipper te zoeken. In de kroegen van Gibraltar had je stoere types die ‘lekkere wijven’ in hun arbeidscontract wilden. In het Spaanse smokkelaarsnest vlak daarbij waren ze bang dat we 10 of 15 ton hashisch zouden vervoeren. De acht werkeloze kapiteins van de kustvaart die ik in Algeciras uit de dossiers van het arbeidsburo geplukt had durfden ook geen van allen. En zo word je kapitein. Dat Franse haventje bleek trouwens een dure jachthaven te zijn waarin we het schip achterwaarts tussen de dwars afgemeerde kapitale jachten moesten wringen. Gelukkig maar dat er geen briesje stond! Pas terug in Nederland heb ik ‘Vaarbewijs Twee’ gehaald, of beter gezegd opgehaald want met die onzinnige multiple-choise-antwoorden zou ik nooit de trotse logger durven varen. Maar uiteindelijk is de hele bemanning kapitein want wie moet er varen als ik slaap?

5/ 8 Oktober 2003
Azartplein, Amsterdam. 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

Aan boord is het groot feest omdat matroos Irina ging trouwen. Dat gebeurde op Maandagmorgen in alle vroegte omdat dat dan niks kost. Toch puilde het trouwzaaltje van de Stopera uit hetgeen bewijst dat artiesten best wel vroeg op kunnen staan. Het bewijst ook dat ze misschien geen geld hebben maar wel vrienden. Irina zag er uit als een wit-roze slagroomtaartje, inclusief een gigantisch decollecté en dito bolle buik. Er was zelfs een rozig bruidsmeisje. In het bruidsboeket zat meteen de noodzakelijke uitzet verwerkt zoals een roze koffiefilter, witte lepelflessen (lekker zuinig), roze, opgevulde, huishoudhandschoenen en twee speentjes. Menig meisje pikte een traantje weg. Dat bolle buikje duidt op de komst van een tweede matroosje. Zelfs pappa was helemaal uit Chili overgekomen. Haar vader is daar een beroemd acteur maar keek zijn ogen uit over zoveel schepen en kleuren. Dat zijn ze in Chili niet gewend. Hij vertelde dat ze op elf September onder grote bijval in regeringskringen onze documentaire “Op Weg Naar Narragonia” vertoond hadden. In de laatste shot van die film wordt op dramatische wijze de geboorte van ons eerste matroosje vertoond, waarmee pappa meteen opa werd. Elf September is de zwarte dag dat dertig jaar geleden de dictatuur gevestigd werd en pappa naar Honnecker’s arbeidsparadijs moest vluchten. De vader van de jonge Chileen die de documentaire gemaakt heeft overleefde de terreur niet. Maar nu is de tijd van verzoening. Chili voelt zich het achterwerk van de wereld. We moesten er maar eens heen want de trouwe motor loopt ook heel goed op Chileense wijn. Onze theatergroep wordt in die film trouwens geportretteerd als een soort politieke protestgroep, iets waar wij helemaal niet blij mee zijn. Ik zat er met kromme tenen toen in Maart de film op het festival van Karlovy Vary in premiére ging. Toch ben ik benieuwd wat de Scheveningers ervan zullen denken. We vertonen de film liever in de Oude Kerk dan in het Kurhaus. BENG!BENG! De slaperige bemanning schrikt de volgende morgen op van een hels kabaal. Onze Poolse cementhakker maakt het labyrint van de 15-tons watertank schoon. Het laatste klusje voor de werf. Volgende week bericht hoog vanaf de Hellingwerf.

6/ 15 Oktober 2003
Scheveningen, 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

Afgelopen Woensdag werd de oude dame SCH4 dan eindelijk de hellingwerf opgehesen. Op dat moment brak de zon door. Drie dagen had ze in de Eerste Binnenhaven liggen bonken. De werfbaas Huib gaf een complimentje over de staat van het schip. Ze kan gegarandeerd nog driewerf de wereld rond. Gelijk kwam Adriaan aanzetten die al met zijn eigen bootje droog stond. Hij voer in 1959 en 1960 op de SCH4 en vertelde dat ze toen op dezelfde werf een “nieuwe” stuurhut op het schip geplakt hadden. Die stuurhut was het tweedehandsje van de “Frieda”, de Vlaardinger haringlogger VL208 die naar de sloop ging. En nu het onderwaterschip in orde is bevonden hoeft alleen maar die authentieke stuurhut opgeknapt te worden voor we de oceaan over durven te steken. Het staal voor dit museumstuk ligt al aan bakboord klaar. Om dit projekt aanschouwelijk te maken hadden we een model ervan gemaakt op schaal van éen-op-tien die we in in de Keizerstraat wilden exposeren. In de etalage op no 71 hangt namelijk een foto- en kijkdozen-expositie over de geschiedenis van het schip. Maar het model, dat wel anderhalve meter breed was, leed schipbreuk op de A4, vlak voorbij de tunnel onder Schiphol. Met imperiaal en al vloog het van het dak af en legde – heel eventjes – het verkeer stil dat vijfbaans tussen Amsterdam en Den-Haag raast. Van de brokstukken rest alleen nog de naam op het stuurhuis: “Ship of Fools”. Overigens is de etalage fantastisch ingericht met oude en nieuwe foto’s – en met krantenartikelen, scheepsmodellen en waspoppen van de bemanning. Komt dat zien! Er staat trouwens ook nog een kamertoneel bij Vestia op de Lelykade. Dat scheepsmodel vaart in een veranderend decor van mooi weer tot vliegende storm. Adriaan zei dat ie vaak genoeg met windkracht 12 voer. Met het Schantikoor Scheveningen en de Amsterdamse popgroep “Virtuoze Matrozen” gaan we een gezamenlijk lied componeren waarmee we in April tramlijn 10 naar het Azartplein gaan openen. De tram moet rijden & een schip moet varen.

7/ 22 Oktober 2003
Azartplein, Amsterdam. 52º22´7´´ Noorderbreedte, 004º56´3´´ Oosterlengte

Had ik mijn camera maar bij me! Ik stond een poos verstopt achter de coulissen van de kleine expositie in de Keizerstraat en zag als met een candid camera de reakties der voorbijgangers. De bespieder bespied! De wat oudere Scheveninger staat stil bij de scheepsmodellen van de SCH4. Die weet van wanten. Onze scheepshond (zó weggelopen uit een schilderij van Jeroen Bos) is daarentegen bij de dames populair. Maar de echte favoriet van de kinderen is de kapitein die in zijn kajuit zijn roes uitslaapt. Ze moesten eens weten dat in het echt de chaos veel groter is. Bijna de hele bemanning pronkt in de etalage. Robbie en Gabriel staan in de bellenboom en zoeken met verrekijker naar nieuwe horizonten. In de kombuis staat Wolodja, onze Russische superkok en super hobospeler. Kilian, het jongste matroosje, kruipt rond op het aanrecht. Roerganger is Victor, die er in het echt soms negentig graden naast zit, geflankeerd door Helena en Ludmila die cello speelt. Voor dit tafereel hebben we onze zeekaart van de wateren rond Kreta opgeofferd die toch al veertig jaar oud was en bovendien in het Russisch. In het echt is Kreta veel mooier. Het model dat op een tropisch strand is gelopen geeft meer de toekomstvisie weer als het zeezout alle staal heeft uitgevreten en we geen werf meer kunnen betalen. Dan zetten we met hoog water en met volle kracht het schip op een strand in Brazilië of op de Filippijnen, maken de touwen aan een paar flinke bomen vast, snijden een deur in het ruim en openen een lokaal nachttheater. De tribune zetten we op het strand. In het echt worden we natuurlijk rijk en beroemd. Van de hellingwerf hebben we een garantiebewijs gekregen alsmede een pan oesters en een hele stapel boeken, borden, glazen, kussens en matrassen. We hebben ons Amsterdams plein weer gehaald en komen de winter wel door. Het is een vrolijke gedachte te weten dat we nog een beetje in Scheveningen zijn achtergebleven, daar in die etalage..

8/ 29 Oktober 2003

Het is alweer herfst geworden en waar een gewoon theater nu pas goed op gang komt vliegen onze artiesten als vogeltjes uit naar verre streken. Irina is naar Chili vertrokken om een tweede matroosje op de wereld te zetten. Of wordt het een matrozinnetje?? Ons scheepsorkest – en welk schip in Nederland beschikt nog over een eigen scheepsorkest?? – is met de bus naar Saratov vertrokken, een miljoenenstad aan de Wolga waar niemand nog ooit van gehoord heeft. Ze zitten er drie dagen en vier nachten voor in de bus. Daar ging natuurlijk een groot feest aan vooraf. Mila en Lena zetten ons een supersalade voor die er als een bonte verjaarstaart uitziet en die ze ‘seliodka pod sjuboj’ noemen (Haring onder Bontjas). Ik stond perplex. Varen ze verdorie al negen zomers op een haringlogger mee en hebben nog nooit deze zaligheid gemaakt. Heb ik ze nooit genoeg haring gegeven? Ik wed dat ze op Scheveningen er geen flauw benul van hebben hoe lekker haring kan zijn. Hiervoor zouden ze een wimpel moeten uithangen net als in 1946 of anders wel 1959 of 1960 toen de beste haring vanaf de SCH4 geserveerd werd. De geschiedenis herhaalt zich. Welnu, het recept zal ik verklappen omdat we zo goed op de werf onthaald zijn. Met neme zeven haringen, drie uien, acht aardappelen, tien eieren, twee flinke penen en vijf bieten. Men koke biet, ei en aardappel. Alles wordt geraspt dan wel in kleine blokjes versneden. De aardappelen, eieren en (Hollandse) haring verdienen wat zout. Vermengd met wat mayonaise stapelt men deze heerlijkheden laag voor laag op, driewerf. De volgorde is als boven, elke keer te beginnen met haring. Het resultaat is dat iedere zeeman of artiest die onder tafel belandt weer rechtovereind komt. We moesten het maar eens met Vlaggetjesdag uitproberen.

9/ 5 November 2003

Wat is in de naam van een schip? Als we het naambord “Azart” op de stuurhut omdraaien staat daar nog steeds “Elisabeth” op. Deze naam gaf in 1964 eigenaar Jacques den Dulk aan het schip. Was zij zijn grootmoeder, echtgenote, suikertante of wellicht minnares? Of wie was “Gertruida”, zoals hij vijf jaar eerder het schip noemde? Waarom raakte zij uit de gratie? Wie was “Astrid”? Astrid sleepte vlak na de oorlog de loggers terug die door de Duitsers in beslag genomen waren. Hoe noemde de Duitse soldaten ‘hun’ schip? Gebruikten zij een nummer of hadden zij ook een koosnaampje? En wie waren “De Twee Gebroeders”, naar wie Jacques Zuurmond het schip in 1928 vernoemde? We kunnen ons wat voorstellen bij “De Hoop I”, waar haringhandel “De Hoop” mee voor de dag kwam. Was er ooit nog een “Hoop II”? De eerst bekende naam van het schip in 1918 is “Welvaren II” van rederij Van der Zwan. Als ik me niet vergis is zijn kleinzoon in 1990 nog aan boord geweest en vaart de rederij nog steeds wel. Tegenwoordig heet het schip “Azart”. Op een regenachtige dag besloot in het Russisch woordenboek een naam te zoeken voor een (nog niet gevonden) schip, wetende dat alle Russische woorden die beginnen met een ‘a’ leenwoorden zijn uit andere talen en dus vaak herkenbaar. Reeds op de bladzijde twee tussen “az” (= de letter ‘a’) en “azbeka” (= alfabet) vond ik het woord “azart” dat als ‘vuur, bezieling’ vertaald was. Dat woord suggereerde meteen al een hartstocht van a tot z. Later bleek het zoiets te betekenen als ‘de riskante bezieling die alles op het spel zet – en daarin slaagt’. Het bleek langzamerhand (het schip voer allang) de naam te zijn van een dobbelspel dat de Arabieren leerden aan de Engelse kruisridders onder de muren van het belegerde Jeruzalem. “Az-har” betekent ‘bloem’ maar de bloem die afgebeeld stond op kant zes van de dobbelsteen veroorzaakte meteen het totale verlies in het spel. Het spel – en de naam – maakte een bliksemreis door heel Europa tot in Rusland toe. In het Portugees betekent “azar” ronduit ‘pech’. Het Franse en Engelse “hazard” betekenen respectievelijk ‘toeval, kans’ en ‘gevaar risico’. Het Italiaanse “azzardo” staat voor ‘een gewaagde onderneming’. Ze mogen daar dan in Peking een “Plein van de Hemelse Vrede” hebben, in Amsterdam liggen we aan het “Plein van de Riskante Bezieling”. Het regent en door de kleine patrijspoort in mijn goed verwarmde kajuit is daar weinig van te zien. De crew broedt op grootse plannen en verre reizen

10/ 12 November 2003

Het houtkacheltje snort als vanouds. Om de warmte te bewaren is het visruim, dat op de werf lekker vet in de verf gezet werd, provisorisch met de mooiste lappen geïsoleerd. Onze sofa, die “filosofa” heet omdat ze deel uitmaakt van de scheepsbibliotheek, is in ere hersteld. De kussens komen uit de kelder van de Hellingwerf. Ook het nieuwe bureautje staat aan de warme kant van de kachel. Dit is getimmerd van al drievoudig overgeschilderde aankondigingsborden en is wat vroeger de radiokamer heette en nu de telecommunicatie-desk die op het wereldwijde web aansluit. We zijn on line verbonden via een zender bij onze buren zeshoog aan het plein. Daaraan werken we volgende week. De desk wordt aangesloten op een webcam die voorlopig als kijkdoos op het podium wordt geïnstalleerd. Daarin leest een rubberen zottenkop die het hoofd de kapitein verbeeldt regelmatig een stukje uit zijn logboek voor. Dit is een moderne variant van ‘de zotskolf’ die al 500 jaar geleden het hoofd van de drager weergaf. Het zijn allemaal voorbereidingen op het Hollandse zeemansverhaal dat we uit verre streken vertellen. Misschien gaan we eerst langs Marokko voor we naar Cuba gaan. We isoleren het visruim dan ook pas tegen de hitte. Victor monteert in zijn edit room oftewel kajuit aan het laatste animatiefilmpje dat een poëtisch verslag is van onze laatste reis naar Finland. De bemanning maakt bizarre avonturen mee in ‘het land der helden’ zoals de oude Finnen hun land noemden. De maquettes van stuurhut, kombuis en kraaiennest van dit filmpje staan in de etalage van de Keizersstraat. Vanavond eten we ‘sopa de abuela’, de soep die Victor’s grootmoeder hem al zovaak opgelepeld heeft. Aardappelen, gehakt en de eeuwige maïs.

11/ 19 November 2003

Tallinn – Sankt Petersburg, 12-13 Augustus 1995, 205 mijl, 28 motoruren, NW 5 decreasing.
In een achterafstraatje in het oude centrum van Tallinn staan minstens tachtig statenloze Russen in de stortregen te wachten bij een vervallen deur die ieder half uur héél eventjes opengaat om er twee of drie binnen te laten. Ze wachten op een visa voor hun thuisland. Dat schiet niet op. Dan is het beter de consul te bellen en om de hoek door de voordeur ontvangen te worden met een kop koffie. De bemanning van elf zotten krijgt een visum voor Petersburg. Bestolen van onze fietsen en uitgezwaaid door een kleine clan van vier doofstomme Russische prostituées waarmee we vriendschap gesloten hadden zet de oude logger koers naar Rusland. De oorspronkelijke bedoeling was naar Moskou te varen waar een schip met 2.80 meter diepgang gemakkelijk kan komen. Dat is een tocht over de grootste meren van Europa, door sluizen met 25 meter verval, over stuwmeren waar de kerktorens nog boven het water uitsteken. Dit projekt had Minister van den Broek nog bij zijn collega Shevardnadze tussen de paparassen gestoken en werd ondersteund door de Russische Minister van Cultuur. We hadden echter juist gehoord dat Minister Jazov van Defensie het geen leuk idee vond en dat we dus maar beter bij de eerste bruggen over de Neva konden stoppen. Daar wist echter niemand van onze komst. We voeren al langs de vesting Kronstadt zonder spoor van kustwacht of douane. Toen we de haven binnenvoeren met een gigantisch welkomsbord “Leningrad” besloten we maar de havendienst op te roepen voor een ligplaats. Dat schoot ook niet op want daar begonnen ze te schelden dat we niet op de lijst stonden. Uiteindelijk legden we bij de eerste brug aan en kwam een gewapend detachement van de kustwacht. Je kon het Zomerpaleis zien liggen. De volgende dag werd ik in een statige paleiszaal aan diezelfde Neva door de ‘Direkteur Kunsten’ ontvangen. Of ik soms niet wist dat in ze in Petersburg niks te maken hadden met de Minister van Cultuur die in Moskou zit. Alsof ze zaten te wachten op, in Poesjkin’s woorden, een stelletje ‘Ongenode Gasten’. Maar van hem mochten we de tribune opzetten in het CéPéKO, het Centrale Park van Kultuur en Ontspanning. Van de kleine vaartocht naar het park maakten we een persconferentie waar wel tien journalisten ijverig zaten te pennen. Ondanks een ‘bevriende loods’ bleven we pontificaal in het zand steken. In het park huurden we een gepensioneerde ‘lijfwacht’ om te waken over de tribune, de voorstellingen en onze nachtrust. Hij hield van een slokje en werd een gewaardeerd bemanningslid die ronkend de wacht hield.

12/ 26 November 2003

“Ik sliep in de kooi naast de schipper en om eruit te komen moest ik altijd over zijn dikke buik kruipen” schreef precies tachtig jaar geleden de jonge Jacob Zuurmond in zijn logboek. “De bemanning zat in het voorin waar we ook de maaltijd gebruikten. Op tafel stond een pan met aardappelen en een bakje met saus. Het ontbijt bestond elke dag uit zeekaak, boter en suiker. De WC was een tonnetje”. Sinds deze tijd van zweet en zout is het schip omgetoverd tot een luxe-jacht met negen kajuiten en drie toiletten, gelegen op een A-locatie waar de rivier zo breed is als de Wolga. Het schoonste pissoir van Amsterdam, Holland op zijn breedst. De Poolse Tomek, ons nieuwste bemanningslid, bewoont de stuurhut die als een kasteeltoren uitzicht biedt op alle vier de windrichtingen. Hij maakte in het voorjaar met een schuurborstel op de haakse slijper het halve ruim schoon maar bleef als cameraman aan boord. Robbie Baars maakt met restanten spaanplaat een nieuwe kombuis. Zijn enige ervaring als timmerman is de houten race-auto die hij veertig jaar geleden met zijn vader gebouwd heeft. Victor Ormazábal studeert Nederlands. Zelf probeer ik iets te begrijpen van ‘HyperText Mark-up Language’, een codetaal waarmee we fotos’, filmpjes en verhalen wereldwijd op het web zetten. Dat wordt mijn achtste taal. De was hangt op het podium onderdeks, waar we zovaak optreden. Als het niet regent wappert de was op het achterdek, midden op ons eiland van zesduizend hoogopgeleide zielen. Nu al bijna vijftien jaar illegaal. Sinds Vlaggetjesdag heeft de was gezelschap van een vrolijke blauwe vlag met drie gekroonde gouden haringen, de trots van Scheveningen. Vanavond eten we een dakpan goedkope fondu, vervolmaakt door een brok ouwe en een brok blauwe kaas. Con salata fantástica.

13/ 17 December 2003

Langs de Einders van de Wereld. 5-13 September 1999, 1077 mijl, 151 motoruren, NNO3.
(52º39´5´´ Noorderbreedte, 4º36´1´´ Oosterlengte). 42º54´5´´ Noorderbreedte, 9º15´4´´ Westerlengte
Fisterra betekent “Het Eind van de Wereld” en ligt aan de ruige kust van Noordwest Spanje die ´Dodenkust´ heet. Daar stuitte het wereldrijk van de oude Romeinen op de “Mare Tenebroso”, de ´duistere zee´. Het stadje is eindpunt van de Jacobeus-route, de middeleeuwse wegenkaart die bedevaartgangers uit heel Europa te voet volgden. Het is een klein vissersplaatsje waar net plek is voor eén flinke logger. Binnen een half uur was iedereen op de hoogte van onze komst. We gaven er de laatste vier van ruim honderd voorstellingen die we eerder al op exotische eilanden als Mallorca of Formentera vertoond hadden, maar ook in Barcelona en in de Noord-Afrikaaanse enclave Melilla. Daar hadden we nog zoveel peseta’s verdiend dat we een kleine radar konden kopen. De show heette “De Pelgrims Naar Het Eind van de Wereld” en we kregen in het logboek een heus stempel van de gemeente dat we de tocht volbracht hadden. Op Zondagmorgen 5 september braken we de tribune af en sjorden haar aan dek vast. We lieten in de kroeg hoog op een rots boven de haven een glazen potje met authentieke scheepsroest achter, bij de honderden potjes met aarde die pelgrims uit alle landen hadden aangevoerd. Om 16 uur voeren we achterwaarts het haventje uit. Gabriel luidde de scheepsklokken. Het logboek meldt exact 24 uur later ´walvissen´. Op Woensdagmorgen wordt het schip bij Finisterre geënterd door de Franse douane en naar Brest gebracht. We mochten niet eens meer aan het roer komen. Eenmaal aangekomen nodig ik een plaatselijke journalist uit om mijn beklag te doen over deze illegale kaping buiten de territoriale wateren. Toch lieten ze ons ´s-ochtends weer uitvaren na hun klus die, zoals ze zeiden, normaal drie dagen duurt. Zaterdagmiddag bij Duinkerken duikt opnieuw aan stuurboord een overvalcommando van de Franse douane op. Deze kon per marifoon overtuigd worden dat de onvergetelijke zottenschuit zojuist door hun collega´s al goedgekeurd was. Op Zondagmorgen leggen we aan naast het binnenvaartschip “Het Eind van de Wereld”, een krakers-eethuis dat al volop draaide toen onze buurt nog een verre uithoek van Amsterdam was. De volgende morgen om vijf uur voeren we uit naar Urk, uniek in zijn soort als ´uiteinde van de wereld´. Om twaalf uur stond het schip hoog en droog op de werf.

14/ 24 December 2003

Toen eind oktober 1996 het schip uit Israël terugkeerde om op Sicilië te overwinteren zat er een Hollands briefje van 25 gulden in de scheepskas. We hadden in Israël niet veel verdiend want al op de eerste dag van ons verblijf brak er in Jeruzalem een schandaal uit over de tunnel onder de Tempelberg zodat ons Joodse publiek niet meer durfde te komen. Om bij de haven van het oude kruisvaarderstadje te komen moesten ze immers dwars door het Arabische centrum lopen, een wirwar van steegjes, winkeltjes en theehuizen. De Arabieren zelf hadden meer belangstelling voor onze meisjes als ze op het achterdek een douche namen. Vier soldaten met een machinegeweer bewaakten ons tijdelijk bruggenhoofd van schip en tribune. De poging van een kolonie kakkerlakken om zich aan boord te vestigen werd manhaftig door onze scheepskast afgeslagen. Ze waren met hun vet zes centimeter net een slag te groot. Hij ging zelfs de confrontatie aan met de ratten van de pier wat hem nog een lidteken aan zijn oor opleverde. De voorstelling werd steevast onderbroken door de exotische tettermuziek van de plezierbootjes waarop pasgetrouwde stelletjes dwars door ons decor voeren om een tochtje op zee te maken. We hielden uiteindelijk maar net genoeg geld over om onze Russische muzikanten op hun vliegtuig huiswaarts te zetten en om diesel voor te terugreis te bunkeren. En zo begon de Siciliaanse winter. Het was een klein stadje hoog op de heuvel dat ons nieuwsgierig gadesloeg. Hier bewaakten soldaten met machinegeweer de banken… en de pastoor, nadat aan diens voordeur ter waarschuwing een dode geit was opgehangen. We kregen al snel onze eerste zakcentjes door een optreden te geven in de plaatselijke vrouwengevangenis. Als drie boys met ontbloot bovenlijf speelden we een komische variant op de reis van Odysseus. Helaas liep dit op een relletje uit omdat een der dames door de spanning hyperventilatie kreeg waarop enorme chaos ontstond en we haastig de gevangenis uitgewerkt werden. Met korte theateracts in de discotheek van het naburige Palermo vonden we een nieuw baantje. Verkleed en opgemaakt als ´Madame Luna` legde Robbie met tarotkaarten de ziel bloot van de bijgelovige Sicilianen die geduldig hun beurt afwachtten. Ondertussen werd de kombuis het tehuis van een kolonie lokale kakkerlakken. Zij werden pas jaren later door de Hollandse winter verdreven. Met Kerstmis stond er een pan pasta op de kade. Ze dachten zeker dat we honger hadden…

15/ 14 Januari 2004

Van Amsterdam naar Alkmaar, 4 October 2000, vijftien mijl, zeven motoruren, elf bruggen, éen sluis en na zes pogingen eindelijk uit de modder losgewrikt. Regenachtig, bewolkt en snotverkouden.
Alkmaar was de laatste stad van een lange zomer waarin we zulke exotische eilanden als Tory Island of IJsland bezocht hadden. De burgemeester van Alphen had trots op de Oude Rijn een rondje meegevaren, omdat de motor veertig en het schip tachtig jaar geleden in industriestad Alphen gebouwd waren. In Alkmaar kraaide de victorie. En zo zagen we op weg naar de overwinningsfeesten op de Markervaart een roodomrande verkeersdriehoek die 210 aangaf. Op de brug stond ondergetekende, schipper-zonder-vaarbewijs (of trouwens assurantiën) en een lesbisch stel dat bij de navigatie zogenaamde assistentie verleende. Dat stel had zojuist een binnenvaartschip gekocht en kreeg meteen een intensieve cursus manoevreren. We kwamen gezamenlijk tot de conclusie dat 210 een diepgang van twee meter tien beloofde. Tegen de tijd dat de motor in de achteruit stond stak het schip vast in de modder. Geen der gealarmeerde bemanningsleden zag aan wal een geel K-bord. Na zes heroïsche pogingen wisten we het schip achterwaarts uit de modder los te wrikken. Nautisch vakmanschap gelijk aan Michiel de Ruiter die de kettingen over de Thames doorvoer. Aan wal keek een buurvrouw uit het raam omdat de stofzuiger ermee ophield. Ze zag de bellenboom die op de mast van de Zottenschuit steekt. De hele polder zat zonder stroom en de boeren wisten niet hoe de koeien te melken. In de avond kwam de waterpolitie aan boord die na lang zoeken ons in Alkmaar eindelijk gevonden had en het schip aan de bellenboom herkende. Tot onze stomme verbazing vertelde de agent dat we een electra-kabel van de Nuon hadden doorgevaren. Zelf had hij ook een paar jaar gevaren en was eigenlijk strontjaloers. De rechter veroordeelde ons tot tienduizenden dure duiten. Een andere rechter gaf voor het varen zonder papieren een boete van nul euro. Het schip vaart weer en alweer is het regenachtig weer. Geen der bemanningsleden is verkouden.

16 / 21 Januari 2004

Met de herhaalde terugkeer van de SCH4 naar haar voormalige thuishaven zoeken we een humorvolle confrontatie van de traditionele Scheveningse vissersgemeenschap met haar eigen verleden. De oude haringlogger is hiervoor een ideaal vehikel omdat ze aan zoveel generaties vissers vertrouwd is. Tegen de achtergrond van de snelle veranderingen van gemeenschap en haven vormt de eigentijdse exploitatie van het schip een vrolijke illustratie van de band tussen verleden en toekomst. Hiermee hopen we tegelijk in diezelfde gemeenschap steun te vinden om haar allerlaatste vleetvisser in de vaart te houden. Hoewel we meteen al bij ons eerste bezoek in 1990 te horen hadden gekregen dat “een Scheveninger reder niks geeft dan de geest” heeft in ieder geval de werfbaas het schip op zijn – reeds gedoemde – werf opgeknapt. Tevens biedt het schip een tijdelijk theaterpodium aan een haven die, aldus burgermeester Deetman, “een nieuwe toekomst tegemoet gaat als culturele buitenplaats met internationale allure”. De theatervoorstellingen zijn de voorhoede van de culturele bestemming die de haven zoveel mogelijk verdient. En vanachter de verdunde Scheveningse Bosjes proberen we een Haags publiek bij het theater te betrekken en uiteindelijk te verleiden de wereldreis van de groep op internet te volgen. De reis is een verfilmd – on-line – zeemansverhaal à la Bontekoe. Onvermijdelijk wordt op deze reizen het project gezien als een cultureel ambassadeur van Holland: het kon immers alleen ontstaan en groeien in die explosieve mix van Amsterdamse anarchie en nautische expertise. Op de Hofvijver van Madurodam vaart een republikeinse hofnar. We zijn erbij als Nederland en Marokko volgend jaar hun 400-jarige diplomatieke betrekkingen vieren.

17/ 11 Februari 2004

23 en 24 Mei 1999 Formentera – Melilla 303 Mijl, 49 uur, crew: 4 acteurs en 2 actrices.
Formentera is een paradijselijk eilandje met een haventje waarin ternauwernood twee loggers passen. Die plek moesten we delen met zo’n heel duur, wit en ongelofelijk lelijk jacht waarop een rijk echtpaar en vijf personeelsleden opgepakt zitten. Dat stel zat met opgeheven loopbrug op hun achterdek thee te drinken en argwanend toe te kijken hoe het halve eiland een grote fan werd en aan boord in- en uitliep. Ook hun bemanning voelde zich bij ons duidelijk meer op haar gemak want ze smokkelde vuilniszakken naar buiten met de heerlijkste zalm, kazen en drank. Aan alle moois komt een eind. Omdat we nog twee weken hadden voor onze eerste Portugese optredens besloten we ons geluk halverwege te beproeven in Melilla, een vergeten Spaans stadje in Marokko. Toen we de haven van Melilla invoeren kwam het me verdacht voor: teveel chaos, teveel mannen in jurken, te bouwvallig de gebouwtjes. Op het moment dat de scheepskat Algeciras zoals gewoonlijk als eerste met een reuzensprong overboord sprong werd het opeens duidelijk: dit was de verkeerde haven! Geüniformeerde agenten kwamen al breed zwaaiend aanlopen. Straks ben je een vermogen kwijt aan vergunningen, controles of havengelden. Algeciras zat op de kade visjes te bedelen. “Pak Die Kat!” schreeuwde ik aan een van die visserslui maar die Marokkanen hadden nog nooit een kat beetgepakt. “Gooi Hem Aan Boord” schreeuwde ik naar de held die hem onhandig vastklemde. En pas toen Algeciras met een grote zwiep aan boord belandde voeren we volle kracht achteruit naar Melilla, dat aan de andere kant van de golfbreker bleek te liggen. De havendienst kwam nog breed zwaaiend achter ons aanvaren en vrolijk zwaaiden we terug. Maar in Melilla werden we helemaal niet breed zwaaiend onthaald. Gelukkig werkte daar iemand op het havenkantoor die snel in de gaten had dat we een feestelijke show kwamen geven en die zich opwierp als voorzitter van het feestcomité. Binnen twee uur hadden we op het stadhuis de vergunningen rond. Het stadje was een kleine, blanke enclave op een zwart continent. Ze stemmen massaal op een corrupte voetbalclubvoorzitter die in gevangenis zit. Het stadje, zo bleek, wordt belegerd door tienduizenden would-be immigranten die in kampen rond de stad wonen. De middelste rij van de prikkeldraadhekken rondom Melilla staat onder hoogspanning. Maar het volk wil brood en spelen. We verdienden er een smak geld waarvan we nog een kleine radar konden kopen. We durfden de straat van Gibraltar niet in het donker over te steken…

18/ 18 Februari 2004

Wellicht vragen oude vissers uit Scheveningen zich wel eens af waarom je in godsnaam zo´n mooie logger een zottenschuit noemt. Welnu, dat is een verhaal dat duizend jaar oud is. Een oude kroniek uit 1133 verhaalt hoe tussen Aken en Maastricht een scheepswagen rondreed waarop wild gedanst en gezongen werd en wiens obscene satire door de menigte enthousiast begroet werd. Dit schip–op–wielen was de “Carrus Navalis”, het ´voertuig van de zee´ waaraan Carnaval haar naam ontleent. Ze werd ook “Zottenschuit”, “Blauwe Schuit” of “Zuipschuit” genoemd en maakte deel uit van de middeleeuwse spot- en lachcultuur die in de Europese traditie van het komische drama de moeder werd van de commedia dell’arte en de grootvader van het absurd theater. Deze populaire narrentraditie verbeeldde de ‛omgedraaide wereld’, een travestie van identiteiten en een omkering van maatschappelijke verhoudingen: de vrouw is een man en de koning een zot. In zijn spotkoninkrijk heerst Sanctus Drincatibus en de Heilige Haring. Het volksvoedsel der armen heilig verklaard. Zijn ongerijmde zuipschuit wordt bevolkt door misvormden, kraaien, varkens, ezels en demonen en hun reis is een hilarische karikatuur door de eeuwen. In 1494 verscheen Sebastian Brant’s “Das Narrenschiff” (de Zottenschuit) die als een ‛Divina Satyra’ onthaald werd, een goddelijke satire op de dwaasheid van de mens. De mensheid had net ontdekt NIET het middelpunt van het heelal te zijn. Het boek beleefde meteen vele piratenedities in verschillende talen en zou de eerste bestseller in de literatuurgeschiedenis worden. De zottenschuit werd het symbool van de mensheid–op–drift, de maatschappij die beseft dat ze koers kwijt is. Zitten we niet allemaal in hetzelfde schuitje? Dit besef maakte de revolutionaire expansie mogelijk die werelddelen zou omspannen en de wetenschap deed exploderen. Dit is de bijdrage van de carnavaleske traditie in de geschiedenis van Europa en de bijdrage van Europa aan het erfgoed van de mensheid. En daarom varen we de wereld rond, een loflied zingend op haar dwaasheid.

19/ 3 Maart 2004

Op Zaterdagmorgen 28 Februari j.l. vanaf nul uur begon het feest. Het was die dag vijftien jaar geleden dat ik zestig flappen op tafel legde om een oude haringlogger te kopen. Zij zou, opgetuigd tot “Operaschip”, de wereldzee veroveren. We hadden alle vrienden uitgenodigd om dat feest te vieren. Zonder éen mijl te varen maakten we een reis door de nacht. Het “Operaschip” bezocht in de zomer van 1990 de haven van Scheveningen. Op de kade wachtte de dorpsomroeper, `de klinker´ en hij was vergezeld door Scheveningse dames in klederdracht almede een dertigtal oud-opvarenden. We hebben toen vier uitvoeringen gegeven maar kregen ook te horen bankroet te zijn. De gages van de zangers en van het orkest konden we niet meer betalen. Een operastem verdraagt geen zeewind, noch de ontberingen van het zeemansleven. Toen moesten we voor de tweede keer het schip kopen. Dat feest komt nog. We zoeken geen redenen om feest te vieren. Het visruim zat stampvol reizigers, zowat zoveel als er in een harington passen. Zij kregen na vijftien jaar een nieuwe waterproef loopbrug kado, met een leuning aan bak- en stuurboord. De VJ liet duizend-en-éen beelden zien, van de dames in klederdracht, van de besneeuwde bergtoppen van IJsland of van de ezelsmuts van de burgermeester van Helsinki. In een haventje in Mallorca kochten we voor de derde keer het schip. Het anker ging krabben en bevrijdde een onbekend aantal vissen uit de netten van de visfabriek. Die dagen zag de haven een buitengewone activiteit van dagjesvissers. De onderhandelingen over het aantal vissen duurde maanden. In de Markervaart kochten we voor de vierde keer het schip. Viermaal is nog meer dan scheepsrecht. We barsten van de jubilea. Zonder éen mijl te hoeven varen zagen we onze thuishaven veranderen van een vervallen overslaghaven tot hypermoderne modelwijk. In vijftien jaar zijn duizend-en-éen liefdes aan boord geboren. Dat Amsterdamse eiland waar we alweer zolang overwinteren bleek een van de meest exotische bestemmingen te zijn die we ooit bezocht hebben. De wijn was al rond twee uur op, het bier omstreeks vier uur en de wodka om zes uur. Om elf uur in de ochtend sloten we de luiken van het visruim. Het sneeuwde zachtjes over het IJ. Volgende maand vieren we het jubileum van tien jaar Azartplein..

20/ 24 November 2004

Hoe tuig je nou een Scheveninger haringlogger op tot Oost-Indiëvaarder? Dat gebeurt midden in een Amsterdamse architectonische modelwijk. Zodra er duiten in de scheepskas zitten komen de lassers. De laatste klus is “de koelkast”. Dat is op Scheveningen het achterdekhuis waar vijftig jaar geleden eindelijk koffie kon worden gedronken zonder nat te worden. Na die halve eeuw zaten er gaten in het dak zo groot als emmers. Zo vond ik op een ijzige nieuwsjaarsmorgen mijn beiden klompen vol water… Ondertussen hebben de lassers de kettingkast van het roer, die vroeger óp het achterdek stond, aan het nieuwe plafond opgehangen. De kapitein krijgt achterop de kampanje scheepsbreed zijn droge kajuit. En voor de kerst wordt de stuurhut opgelapt die ook al vijftig jaar geleden tweedehands van de Vlaardinger stoomlogger VL208 “Frida” werd overgenomen. Dat is scheepsarcheologie. Voor de kerst moeten ook de Spanjolen weten dat we eraan komen. Zometeen in December liggen daar de culturele diensten weer helemaal plat. Het is een strategisch moment want ze hebben hun programma en budgetten voor volgend jaar allang helemaal rond. Maar ze missen nog net die impuls die het bezoek van de vrolijke Zottenschuit aan hun stad kan brengen. Zo krijgen ze een hele maand om te verzinnen hoe ze het nieuwste gat op hun begroting kunnen dichten. Het wordt een vredige kerst want ze krijgen het voor elkaar. Van hún fantasie dichten de lassers de gaten in onze koelkast!

21/ 29 December 2004

Het Amsterdamse Azartplein ligt er met de kerst maar verlaten bij. Ieder kwartier draait een lege tram tien een vergeefs vreugderondje om het plein. Als feestverlichting hebben ze een volle maan opgehangen wiens ronde boog door de hemel alleen maar de strak geometrische lijnen van de woonblokken accentueert. Niks verraadt enige activiteit of het moest de rookpluim zijn die boven het voordek opstijgt. Tegenover het schip staat een kudde fietsen in kleine groepjes te kleumen tegen de lantarenpalen. Daar beneden in het visruim, twee meter onder de waterspiegel, zit een bont gezelschap van verdwaalden rond de houtkachel. De Marokkaanse jongens uit de volksbuurt van Oost zijn gekomen die nooit hun vriendinnetjes meenemen en de Spaanse en Poolse jongens en meisjes die de kerst in hun thuisland niet gehaald hebben. Ik moest denken aan die kerstavond op Sicilië, waar ze stiekem een pan spaghetti op de kade achterlieten omdat ze dachten dat we honger hadden. Of aan die kerstnacht in Ierland waar de kok zo dronken werd dat ie met borden begon te smijten. Vanavond wordt er gedanst. Op het podium verschijnt een zenuwachtige kerstman met een zwarte madonna die hoogzwanger is. De muziek wordt luider. Onder luid misbaar baart ze een gekruisigde kip. Jesus Christ Superstar. Van een meisje uit Minsk kregen we een ecologische kalkoen kado die maar met moeite in de oven past. Met opengespreide beentjes in de smoorpan lijkt ze net een baby. Het is een vredige kerst. Op Maandag gaan we weer schuren, bikken, lassen en kwasten. Een schip moet varen.

22/ 16 Februari 2005
Van de week kwam een Italiaans stelletje naar het schip. Ze hadden een “Lonely Planet” reisgids in de hand op zoek naar hun “gastheer met de grote oren”. Daarin werden ze niet teleurgesteld. Dat zal gauw anders worden. Twee dagen eerder was juist een duur team fotografen van de “Frommers Budget Traveller” langsgeweest. Willig stond ik weer te poseren maar om de pret niet te bederven heb ik ze maar niks gezegd dat we allang weg zijn voor hun gids uitkomt. De oplettende lezertjes mogen ons achterna reizen. Ze kunnen ook gewoon in tram tien stappen en op de monitor kijken waar we zijn. Vanaf April vertellen we iedere dag in alle 155 nieuwe Amsterdamse trams het logboek van de zuipschuit. Dit verfilmd zeemansverhaal wordt verteld als een spannend vervolgverhaal van 60 seconden tussen de reclameblokken door. Hoe staat de wind, bij welke burgemeester komen we op bezoek, wie staat op de kade naar het schip te staren?? Dat wordt dan het derde leven van een Scheveninger haringlogger. Geen dooie vis meer maar elke dag verse verhalen. Komt er ook een monitor in de tram naar Scheveningen? Dan mag de haringboer 10 seconden zendtijd bij ons kopen! Vervelen de metroreizigers in Bangkok of Brooklyn zich eigenlijk niet? We hebben een boel te laten zien!

23/ 22 Juni 2005
Dit is het laatste logboek van wal. Vandaag vertrekt de oude haringlogger voor een reis die elf of negentien jaar kan duren. Thuishaven en eindbestemming is dit merkwaardige Azartplein waar de goederentrein eerst nog fluitend langsreed en waar nu de blauwe tram rondjes draait. We laten een gat achter. Om half zeven worden we met Japanse drum uitgezwaaid. We varen langzaam langs die lange betonnen muur die Sumatrakade heet. Vanaf de buiskap zingen de Virtuoze Matroze op ramkoers hun Azart-ballade. Dan varen we de gevel binnen van het nieuwe Muziekgebouw aan’t IJ dat als een enorme poort naar de zee gericht staat. Het venster van Amsterdam op de wereld. Hier nemen we live afscheid van Holland. De schuit is opgetuigd, de bemanning opgetogen.. De lading bestaat uit een ongrijpbare mix van theater, workshop, mode, film en shebeen. Op vreemde havenkaden spelen we landjepik. De stad krijgt een tijdelijk theater voor 300 personen kado. Het is een Reis der Ontmoetingen. De eerste bestemming is Casablanca, acht of negen dagen non stop. Volgende keer, maar dus nog niet volgende week, het verslag van deze reis. Aan boord varen elf zotten mee: Jan de gastschipper, de acteurs Mercedes, Bea, Gabi, Victor, Robbie en August, de componist Caspar, de lichttechnica Eva plus twee roergangers.

24/ 6 Juli 2005 Cabo de San Vincente, Portugal 37º59´9´´ Noorderbreedte, 008º56´3´´ Westerlengte
De reis duurt veel lager dan voorzien. Het eerste oponthoud kwam al meteen na vertrek toen we in Havens West gingen schuilen om eindelijk de boel eens goed vast te sjorren en goed te slapen. Het was een emotioneel vertrek waarin vele vrienden ons wat geld of fruit toestopten. De scheepskas immers bestond uit tien hele euro-s. Van twee heren in verdacht zwart pak die ons tussen een bonte menigte vanaf het Azartplein uitzwaaiden kregen we drop, wiskey, kaakjes en een vlag kado. Dat bleken wethouders van Stadsdeel Zeeburg te zijn die straks de foto-s thuisgestuurd krijgen van hun wapperende vlag tegen de achtergrond van moskeen, kathedralen of bergtoppen. Tot Zuid-Engeland was het nog een pleziervaart voor het elftal zotten waarvan er zeven nog nooit gevaren hadden. Juist de roergangers moesten het eerste kotsen. Het was niet eens meer dan een flink briesje. Maar de arme logger, hoog opgebouwd tot een luxe jacht, begint bij dat briesje al te steigeren. Als we haar ballast niet aanpassen hebben we geen zeewaardig schip meer! Het kostte ons menig lief uurtje dat de schroef ledig in de lucht draaide of dat we, om niet teveel te slingeren, van koers moesten afwijken. Ook de zigzag-koers van de zoetwatermatrozen hielp niet veel. Dat werd pas beter bij de “Portugese Noord”, dat aangename zomerwindje in de elegant geveegde kont die ons hier tot het uiterste puntje van Portugal begeleidde.

25/ 13 Juli 2005
Mole des Agrumes, Casablanca, Marokko 33º36´25´´ Noorderbreedte, 007º36´25´´ Westerlengte
Op anker in Zuid Portugal is onze Argentijnse roerganger gedrost die, bij het minste zuchtje zeeziek, al bekend had liever een paard dan een roer in zijn handen te hebben. Ook Gabi, onze Baskische revolutionair, danser en acteur smeerde hem en ging naar zijn moeder terug na bekend te hebben zijn vriendin zo te missen. Zo zijn er nog negen zotten, 220 zeemijl en 36 vaaruren naar Casablanca over, begeleid door een zacht Noorderbriesje onder volle sterrenhemels. Twee uur moesten we buitengaats wachten op de komst van de havencommandant. Gelegenheid genoeg de skyline van Casablanca te bewonderen die gedomineerd wordt door de gigantische minaret van de Grande Mosquéé Hassan-II. Uiteindelijk kwam hij met groot gevolg aan boord. Ik had me met een batterij stempels en kleurenfolders verschanst aan éne kant van de grote scheepstafel, de Diensten aan de andere kant. Dit werd een absurdistisch theaterstuk met veel koffie, thee, grappen en grollen. Het “Welkom, Welkom” was niet van de lucht. Om hun formaliteiten te kunnen vervullen kreeg de immigratiedienst een stempelkussen, de Gendarmerie Royale een blanco velletje en de Sanitaire Dienst een balpen kado. De laatste presenteerde ons een “Certificaat van Ontheffing op een OntrattingsCertificaat”. De commandant was zo ontwapenend enthousiast dat ie later nog met een delegatie Amerikanen kwam aanzetten. Zij bleken voor “Harbour Protection” op bezoek te zijn, een welgemikt eufemisme voor wapenfabrikant verkleed als antiterreurbrigade. Er viel even een korte stilte, onmerkbaar voor onze Marokkaanse gast die tegelijk onze gastheer was. Een welgemeend “Welkom, Welkom” zou ons trouwens nog op iedere straathoek toegewenst worden, in onthullend contrast met Nederland.

26/ 27 Juli 2005
Port Commercial, Agadir, Marokko 30º25´8´´ Noorderbreedte, 009º38´5´´ Westerlengte
Hoe zoet om alsmaar zuidwaarts te varen! De vliegen worden slomer en de kakkerlakken groter. Het constante Noorderbriesje doet vergeten hoe “wreed” de arme haringlogger is gaan slingeren. Dat wordt nog ploegen terug naar de Middellandse Zee. Voorlopig zijn we mijlenver van Nederland verwijderd. De havenpiloot weet van zijn nichtje uit Amsterdam Oost dat ze in Holland héél véél eten. Ze is maar schoonmaakster maar heeft een reuze automobiel. Achter het vernis van het strand in Agadir is de armoede voelbaar. Het stinkt naar vis. De Koning nam vier vliegtuigen uit de Marokkaanse lijndienst en ging met zijn gevolg jetskieen Zuid-Amerika in plaats van een expositie te openen in de Nieuwe Kerk. Dat was om de 400-jarige diplomatieke betrekkingen tussen beide landen te vieren, aangeknoopt door een Amsterdamse kapitein en de eerste ooit tussen een islamitisch en christelijk land. Maar de Zuipschuit komt op tegenbezoek. Mijn grote oren zorgen voor opgestoken duimen die me overal toegezwaaid worden. Met mijn rokje, belletjes en bont kostuum moet ik wel een oeroude verschijning zijn want kleine jongetjes komen om een kusje bedelen. Ik krijg baby’s in mijn handen gedrukt om samen op de foto te mogen. Jawel, jawel, alles naar wens. De vrouwen lachen pas als ze denken niet meer gezien te worden. Da’s wennen zonder sluier.

27/ 3 Augustus 2005
“Vreest God Ende Eert Den Kooning”. Het lijkt erop alsof we met een katapult terug naar Scheveningen gefloten zijn. Bevordert de vreze God’s de haringstand? Maar deze tekst hebben we vanaf een kameelrug gelezen op een steen boven de toegangspoort van de Kasbah in Agadir, jaartal 1743. Een cadeautje van Hollandse zeelui die de suikerplantages van Agadir afstroopten. Deze Kasbah was tot een verwoestende aardbeving veertig jaar geleden nog een middeleeuws stadje hoog op de berg. Haar vijfduizend inwoners liggen onder het puin begraven maar poort en steen bleven overeind. Voor de rest is Agadir heropgebouwd als een zestigerjaren modelstrand voor westerse toeristen dat door badgasten uit Saoedi-Arabie bezocht wordt. Gemengd zwemmen. Lange natte jurken die tegen het lichaam kleven is sexy. Mocht theater ooit op Scheveningen “des duivels” geweest zijn, het mondaine mini-Saoedie kan er geen genoeg van krijgen. Op de boulevard hebben we tussen twee palmen een theatergordijn gespannen en met dranghekken een auditorium afgezet. De boulevard is snel verstopt. In het land der Berbers komt geen reizend theatergezelschap. Iedere buiteling krijgt een open doekje. In dit land zijn de kinderen heilig en worden door hun moeders naar voren geschoven. Het is een theater zoals dat vijfhonderd jaar geleden moet zijn geweest, voor alle generaties die ademloos toekijken. De Zottenschuit stuurt koers naar het Zuidelijk Halfrond.

28/ 10 Augustus 2005.
Port des Voyageurs, Al Hoceima, Marokko. 35º14´9´´ Noorderbreedte, 003º55´45´´ Westerlengte
Na drie-en-een-halve dag varen over een Atlantische Oceaan zo plat als een eendenvijver zijn we plotseling beland in Al Hoceima, thuishaven en hoofdstad van alle kutmarrokaantjes. Tachtig percent daarvan komt uit dit ruige gebied. Als het donker wordt breekt hier een heksenketel los want ze dalen allemaal van de berg naar beneden om op het grote plein te flaneren. Daaromheen draait dan een eindeloze stoet van (gehuurde) dikke auto’s met Nederlandse nummerborden. En ze zijn allemaal even aardig en vriendelijk en vooral blij dat we een kijkje komen nemen. Het lijkt een buitenwijk van Bos en Lommer. Er zijn er bij die op de ferry stappen en zeggen blij te zijn weer naar huis te mogen. De frontlinie van de modernisering loopt dwars door alle huiskamers. Maar onze kade is een kleine idylle die we delen met de redding- en sleepboot. Das Mittelmeer, so blau. Als eregasten worden we iedere keer bij de poort welkom geheten. Het lijkt erop dat volgende week de kade drie avonden voor het publiek wordt opengesteld om naar onze voorstelling te kunnen kijken. Komt niemand of komt de hele stad? De toegang is een dirham oftewel een euroduppie per vijf kilo lichaamsgewicht. De tribune staat weer aan wal gesjouwd en krijgt een lik rode verf. S’Nachts zie je vanuit het stadje hoe we midden in de baai de nieuwe theaterlichten uitproberen.

29/ 17 Augustus 2005.
Tot op het laatst konden we niet geloven dat de voorstelling kon plaatsvinden. Immers, het schip ligt in douanegebied, een bewaakt niemandsland waar iedere avond de Egyptische ferry onder Panamese vlag de Holland Express met drie uur vertraging naar Spanje overzet. Atijd hoopvolle verstekelingen zorgen voor de vertraging. Maar met hekken en linten hebben we de grens tien meter kunnen opschuiven. De havenmeester kwam kijken, zijn chef, de opgewekte vuilnisman, de burgemeester, de secretaris van de Wali, allemaal met een stoet kinderen. En iedereen stapt zonder gene op de weegschaal want trots op hun kilootjes. De straatjochies die in dichte drom de toegang verstoppen worden snel per el afgerekend: een dirham tot de knieen, twee dirham tot mijn navel en drie ijsjes daarboven. Present waren ook twee volledig ingepakte moedertjes met kroost uit de Molukkenstraat en zelfs mijn cassière van C1000 van de Oostelijke Handelskade. “Ararabu Ebohali-jen”, de Zottenschuyt. Het publiek is verzot op de enorme nep-tieten van Dulnicea en op het dito achterwerk van Sancho, ze wil commentaar leveren, met de muziek meeklappen en applaudisseren om iedere valpartij. De volgende dag kwamen ze weer, de familie van de vuilnisman en van de havenmeester en de laatste zei: “Ik ben ook zot, ik ga mee”. “Niks daarvan”, zei ik, “Wij blijven hier”. En zo zijn de onderhandelingen begonnen en afgerond. Het was meteen goed. We hadden ons namelijk bedacht dat we hier nog veel langer moesten blijven. Dit is terra virgo voor een theatermaker, eeuwenoude gastvrijheid voor een ouderwets volkstheater. De stad smacht naar afleiding en droomt van Europa. We hoeven nauwelijks meer te koken want zelfs onze winkelier van het vissershaventje brengt al klaargemaakte couscous aan boord.

30/ 24 Augustus 2005.
Omdat in mooi kalligrafisch Arabisch ‘kinderen welkom’ op de flyer staat gaat hier de mare rond dat de show voor zeer jonge kinderen bestemd is. Zo komen er moeders met kinderen. En zo werd door een politieagent bij de tribune een klein meisje afgeleverd die de dochter bleek te zijn van de lokale commandant van de ‘Nationale Veiligheid’. In mijn rol als een door poetslust geobsedeerde butler greep ik de kans, moeilijk balancerend op klompen-met-hoge-hakken, om ook haar gevlochten muiltjes op te poetsen. Zo bedrijft een zot politiek. Er tekent zich langzamerhand een grotesk kontrast af tussen de blijheid en spontane gastvrijheid waarmee we hier ontvangen worden en de zure bangigheid die we ons uit Amsterdam herinneren toen een paar groepjes Marokkaanse randjongeren ons nachtcabaret ontdekt hadden en door mobieltjes te stelen zowat het publiek wegjoegen. Hier heerst een rustig Afrikaans ritme om praatjes te maken en zaken te doen. Hier heerst een ‘manana’ van voorbij Spanje, voorbij nog het Spaanse ‘pasado manana’ die de morgen is die na morgen komt. Inshallah. En zo kan het gebeuren dat we hier nog een half jaartje blijven. Daartoe schreef ik zonder antwoord te verwachten een dikke Fransche brief aan de Wali, aan de Pasha en aan de Burgemeester. Ook de Egyptische kapitein van de veerboot die al een half etmaal op schema achterloopt, lijkt in het complot te zitten: hij haalt de nieuwe shag uit Spanje. Wij blijven achter met de grootfamilie wier nichten en ooms iedere dag zo dramatisch afvaren. Wij blijven om op scholen theater te maken, en films. Want maak maar eens in het weekend een ritje met de Amsterdamse blauwe tram, dan schieten tussen de reclameblokken door je de beelden tegemoet van dit merkwaardige stadje op de drempel van Europa.

31 31 Augustus 2005

Zoals U misschien weet beschikt Uw stad over een plein wiens naam, afgeleid van het Arabische woord voor “bloem”, niet memoreert aan een voorbije gebeurtenis maar aan een levende geschiedenis die maar pas begonnen is en nog iedere dag herschreven wordt. Het gaat om het “Azartplein”, thuishaven van een zeewaardig schip en van een internationale theater- en filmcrew. Dit schip werd de afgelopen jaren opgetuigd tot een moderne Oost-Indiëvaarder en uitgerust met een montage-studio om aan de Amsterdammers deze geschiedenis te kunnen vertellen, een eigentijds Bontekoe-zeemansverhaal over een ontmoeting der culturen. Schip en bemanning worden onvermijdelijk als een Cultureel Ambassadeur van Uw stad onthaald vanwege hun afkomst, vanwege hun bestemming langs de Hollandse handelsroutes, maar ook om hun culturele activiteiten en kosmopolitische geest. Op dit moment zijn schip en crew door een overweldigende gastvrijheid tot een ambassadeurschap in Al Hoceima geroepen. De stad, verstoken van theater, cinema of expositieruimte, gaf graag op haar kade de ruimte voor een tijdelijk theater waar tot half september voorstellingen plaatsvinden. In de maanden daarop zoeken we met theaterworkshops, optredens in scholen en instituten en met andere projecten een verdieping van deze interculturele uitwisseling. Tegelijk is ieder weekend op alle blauwe Amsterdamse trams hiervan een verfilmd verslag te zien dat iedere 20 minuten herhaald wordt. Het systematisch vertonen van beelden van deze mooie streek geeft interessante momenten van erkenning en herkenning aan de Marokkaanse en andere Amsterdammers die hetzelfde ritje in de tram delen. Vernomen hebbende dat U dan in Al Hoceima verblijft nodigen wij U en de Uwen van harte uit om op Dinsdag 13 September de voorstelling “De-Wereld-Op-Zijn-Kop” bij te wonen. Omdat het de laatste zomervoorstelling betreft wordt dit een klein feestje waaraan ook lokale artiesten deelnemen. Uw aanwezigheid zal en passant het belang van de vriendschapsband tussen beide steden illustreren.

32 7 September 2005
Er daalt een stilte over Halluceima. De huwelijkskaravanen die luid toeterend door stad en haven trekken worden zeldzaam. De Europese kandidaten, begeerd om hun paspoorten, zijn terug in Bos en Lommer. Het is ook stil geworden in de trouwwinkel annex schoonheidssalon van Fatima die zelf maar is gaan zitten in een van de gigantische trouwzetels van triplex en klatersatijn die ter verhuur op de stoep zijn uitgestald. We hebben kennis met haar gemaakt en met haar familie van negen opgeschoten dochters. Ze hebben genoten van de voorstelling en later is onze bemanning van negen met de taxi bij haar thuis naar boven gebracht. Vier kamers helemaal rondom gevuld met riante sofa’s. En een tafeltje-dek-je van de heerlijkste zoetigheden. En de dochters nemen met een grote grijns onze matrozenmeisjes apart die alledrie even later terugkomen met het meest charmante en pikante rokje of hesje. Op de TV klinken romantische chansons uit het Egypte van de jaren vijftig. We roken op het dakterras en tweemaal valt in de hele stad het licht uit. En de oude baas vraagt doodleuk en doodserieus een onzer matrozenmeisjes ter huwelijk, in aanwezigheid van zijn vrouw, de moeder van negen dochters en grootmoeder. Maar kom niet zonder karavaan aan een lokale schoonheid. Een politieagent kan vragen of je familie bent. Er dreigt een flinke boete, gevangenisstraf of ontmanning door twee stenen. De mores uit de bergen. De jeugd doet het elkaar alleen ‘met de borstel’. And the show goes on. Straks komen de ‘Pareltjes van de Middelandse Zee’ op bezoek om te oefenen voor de laatste voorstelling. Ook zij hebben van de show genoten. De allereerste scène is een statieportret van dit kinderkoor met de zotten op het voordek. We hopen dat we ze voor de gelegenheid kunnen kleden met zotskappen, flapoortjes en bonte jasjes.

33 13September 2005
Omdat we allebei jarig waren had ik juist belletjes gegeven aan het tienjarig zoontje van de havencommandant – of pappa verklaarde dat we allemaal toegangs-pasjes moesten hebben. Was het soms omdat allerlei ongeregeld volk als acteurs en scholieren en vrienden en zelfs vriendinnen zijn kleine koninkrijk betreden dat als een douanegebied hermetisch afgesloten behoort te zijn? Het antwoord kwam enige dagen later, als gerucht: De Koning Komt! Er worden onbekende agenten in de stad gezien die net als de havenpolitie of douane geen berbers praten en aldus onze acteurs en scholieren en helemaal niemand kunnen verstaan. De vader van de koning had zich hier in geen veertig jaar laten zien, nadat hij met driekwart van zijn kersvers Marokkaans leger een opstand dezer Riffijnen moest onderdrukken. Maar zoonlief komt graag en heeft de nieuwe ferry met Spanje nog geopend. Verleden jaar beloofde hij plechtig de door de aardbeving verwoeste dorpen te herbouwen. Maar de dorpelingen vinden 3000 euro voor een huis te weinig en protesteren om hun verwanten die om hun protest gevangen zitten. Zonder zak geld zal zoonlief zeker niet komen en zonder twijfel zal dan ook de oproerpolitie verdwenen zijn (die ook niks van de dorpelingen verstaat). Ondertussen hebben we twee spandoeken van zeven meter in de hoofdstraat hangen. De procedure was niet correct (uitzondering), we hoefden geen leges van tweemaal tien euro te betalen (uitzondering) en de vormgeving van onze naaister Robbie was – onconventioneel. “Laatste voorstelling”. Plus de strijdkreet waarmee veel volwassenen en alle kinderen ons op straat begroeten: “Agarabu I Buhaljen!”, de Zottenschuit op zijn berbers. Robbie heeft voor de Gemeente nog vier Nederlandse vlaggen gemaakt. Ik moest de kleuren uitzoeken en voor weer een ander spandoek de tekst schrijven: “Al Hoceima Verwelkomt de Burgermeester van Amsterdam”.

34 20 September 2005
De Egyptische ferry is weg, de lampen zijn uit en de haven is leeg. Wij en de reddingsboot, allebei rood, zijn eenzaam achtergebleven. Maar niet bij de laatste voorstelling. Vanuit de terrasjes hoog boven in de stad zie je de verlichte bellenboom en de overvolle tribune. De eerste act zijn de meisjes van het kinderkoor. Ze mogen zich in de kleedkamer onderdeks omkleden en het ruim wemelt van hun nieuwsgierige moeders. Fatiga had voor iedereen een soort pannenkoeken gehaald en ook nog een stel hongerige straatjochies naar beneden gebracht. Hun eerste liedje, Al Hoceima, spookt al de hele week door ons hoofd want we hadden er een videoclip van gemaakt voor beide Burgemeesters. Dit dreigde even een clip met alleen stedenschoon te worden want gewone mensen willen niet gefilmd worden. De tweede act was van een gezette en expressieve actrice uit Taza, die we op de camping waren tegengekomen. Zij speelde een aan lager wal geraakte advocaat die geen werk kan vinden. Onze politieagent Robbie geeft haar achter de coulissen een afranseling die zo echt is dat de jongetjes van de tribune naar achter rennen om te kijken hoe ze er aan toe is. Toen kwamen de jongens en meisjes van Afak, een toneelgroep uit de stad waar wemee we samenwerken. Ze hadden een stuk over clandestiene emigratie, zeer toepasselijk in een haven vanwaar een paar maanden geleden meer dan 30 man uitvoeren om nergens aan te komen. Als laatste maakten wij een slapstick met veel meel en eieren. Op het allerlaatste moment kwamen beide Burgermeesters aanzetten, verlaat en hongerig. Ze kregen een handdruk vol met beslag en namen een beetje onhandig het applaus in ontvangst dat ze niet verdiend hadden. Cohen kwam onderdeks om de Zeebrief te ondertekenen die zijn voorganger ook al getekend had: Aan de doorluchtige, zeer doorluchtige, zeer machtige en wijze Heren…

35 28 September 2005
Zo langzamerhand zijn we helemaal thuis in Al Hoceima. Praatje hier en huwelijksaanzoek daar. Dat kan al een handgebaar richting Spanje zijn van een gesluierd berbermeisje die zonder twijfel analfabeet is. Na acht weken hebben we de onderhandelingen geopend over het havengeld. De aanleiding was dat we naar de overkant wilden verhuizen om voor onze computers electra van de lantaarnpaal te krijgen. We konden moeilijk als op het Azartplein een lijntje onder het plaveisel trekken. De havenmeester zei dat hij in Augustus op vakantie was maar dat ie nu echt wel verplicht was de gelden te innen en dat het ook best vijftig percent mocht wezen en dat ie genoten had van de laatste voorstelling. En dat als de Ambassade daartoe in Casablanca een verzoek zou indienen we zeker ontheffing konden krijgen. Ben benieuwd. Zowat een jaar geleden heb ik in mijn kajuit een heuse kluis laten vastlassen maar nog niet de moeite hoeven nemen de gebruiksaanwijzing op te zoeken. Het scheelt dat er geen wijn of bier te koop is en dat de gamba’s anderhalve euro de kilo is. En dat de gemeente regelmatig kisten fruit, groente, aardappelen en eieren bezorgt. Want de burgemeester is een trouwe fan. Ik zag op video zijn welkomstoespraak in de raadszaal bij de ontvangst van Cohen. Voor hem op tafel stond op een goudgeverfd sokkeltje een model van de speelschuit. Toen hij vertelde dat er in zijn haven een Amsterdams schip lag die zich dwazen noemen maar die in werkelijkheid ‘grandes sages’ zijn schoot Cohen pas eindelijk in een grijns. De gemeente wil dat we een computercursus editing organiseren en dat we in de wijken een theatrale voorlichtingscampagne geven over straatvuil. Ook hebben we de onderhandelingen geopend over een nieuw te maken theaterstuk. De jongens en meisjes van Afak gaan nu bij hun grootouders om oude verhalen bedelen.

36 5 october 2005
Het visruim is een clubhuis geworden voor de jonge Riffijnen die iedere dag komen repeteren en altijd wel een gitaar en wat vrienden meenemen. Van de douane mogen ze zonder probleem naar binnen, door de wet van de gewoonte en omdat er toch geen scheepsverkeer is. Ze zijn wel nieuwsgierig, die Arabische douaniers, en ondervragen onze brave moslimjongens of ze wijn komen drinken en hasjiesj roken. Dat lijkt me sterk. Tot zeven uur ‘s-avonds mogen van hun ouders ook de meisjes repeteren maar bij het verwisselen van een hoofddoekje moeten de jongens de kleedkamer uit. We repeteren voor een optreden in een weeshuis. Het eerste verhaal gaat over een kip, een wolf en een leeuw. De belangrijkste prop is een (lege) fles wijn maar die was niet te vinden omdat het over een paar dagen Ramadan is. Zelfs de zwarte markt is gesloten. Als alternatief hebben we een lege fles whisky gevonden. Die moesten we voor de boys wel driemaal uitspoelen. Het optreden in het weeshuis was natuurlijk een groot succes. Het bleek een vijfsterren modelweeshuis te zijn met blauwe villaatjes en groene tuinen en met een rondleiding van een trotse directeur. Maar hun model-autobus bleek kapot zodat we de kostuums in een Gran Taxi moesten proppen en onszelf in de hobbelbus door de bergen. We droomden van het gewone weeshuis dat gewoon boven bij ons in de stad is. Veel van de weeskinderen groeien trouwens op tot politieman die aan hun hoofddeksel herkenbaar blijven. Van de week het nieuwste gerucht gehoord. De zegelverkoper van het postkantoor vertelde me dat we naar Palestina gaan!

37 12 October 2005
Om vijf uur s’nachts breekt met een luide knal het grote familiefeest Ramadan los! Finita La Comida, geen eten of drinken meer. Meer nog dan de familie is het de gemeenschap die viert en gevierd wordt. Iedereen is nog vrolijker en uitbundiger dan gewoonlijk. En nergens is een plekkie voor een shaggie te vinden, behalve op de bergwand onder de stad waar het vuilnis ligt weggekieperd. Daar staat op de bergwand een enorm gigantisch verroest bord met “God, Koning en Vaderland”. Daar zitten tussen de bosjes arme vissers die graag een sigaretje aannemen. In de loop van de dag vullen de straten zich met verleidelijk uitgestalde etenswaren en met de heerlijkste geuren. Het lijkt op een beproefde middeleeuwse marteling. Er wordt volop gekocht maar niks openlijk geproefd. Dat begint pas omstreeks zes uur. Dat kondigt zich aan met de rolluiken die ratelend naar beneden kletsen En dan breekt met een luide knal een oorverdovende stilte los. Dan zijn de straten totaal verlaten. En iedere avond is een eetfestijn, dertig dagen Kerstmis. En iedereen zegt dat de Profeet zegt dat het gezond is.
Van de week ben ik als speciale reporter naar het Gemeentehuis geweest, voor de jaarlijkse Ontmoeting met de Burger. Achter de lange tafel zit het voltallige college. Op de tafel staat een scheepsmodelletje. De zaal zit vol met negentig mannen en zeven vrouwen. Ik versta er niets van maar film de emoties. Dit is de directe democratie van de dorpsraad. De burgermeester is een gekozen communist maar de macht ligt bij de Commissaris van de Koning.

38 19 October 2005
Zeven jaar is onze scheepskok, taartenbakker en duivelskunstenaar Victor als een soort illegale verstekeling aan boord geweest. Altijd stopte hij keurig voor het rode stoplicht en zorgde hij ervoor dat zijn fietslamp werkte, uit angst voor een ijverige politieagent. Pas in Marokko kon hij zich legaal voelen. Meer nog, qua huidskleur en postuur was ie er helemaal thuis. Toen kreeg hij bericht dat hij als ijsjesverkoper in Barcelona een Europees verblijfsvergunning in Chili kon ophalen. En zo is ie op krediet naar Chili geweest. En zo gaat van de zomer het schip en al terug langs de Europese Zuidkusten om de fictie van zijn vergunning niet te verliezen. Wij kunnen het ons niet veroorloven dat hij dat recht verliest, wetende dat op onze kusten duizenden hun leven willen wagen voor zelfs een illegale status. Dat krediet moet ie terugverdienen door in December in Amsterdam een modeshow te geven. En zo is het scheepsruim in een naaiatelier veranderd en hangen er rondom kostuums en beschilderde doeken. En krijgt Al Hoceima voor het eerst in haar bestaan een heuse modeshow te zien. De jongens lopen gewoon in spijkerbroek en de meisjes in een djellaba maar er broeit wat. Het is al een wereld van verschil met de omringende dorpen en hellingen. Het schip heeft een grote cirkel gemaakt. Tien jaar geleden waren we op wereldreis vertrokken maar bleven in de Middellandse Zee hangen omdat de scheepskas leeg was. Het waren de mooiste jaren. Nu zijn we opnieuw vertrokken en opnieuw in de Middellandse Zee beland en is de kas nog even leeg. Maar er is een kapitaal verschil. Het kapitaal is de ervaren en toegewijde crew, een TV-studio aan bakboord en een schip dat behoorlijk is opgekapt en waarvan de kajuiten droog zijn. Vijftien ton diesel en een verse verblijfsvergunning scheiden ons van de Caribische Zee.

39 26 october 2005
Om het onderwaterschip toonbaar te houden duik ik iedere morgen met een harde bezem in de blauwe zee en maak een scheerbeurt rondje schip. En dan pas loop ik met een beroemd geworden Amsterdamse straatfiets naar boven de stad in. Het is een aangenaam vooruitzicht al dan niet met boodschappen als vanzelf in grote vaart terug naar boord te kunnen sjezen. Maar deze idylle van stralende hemels wordt ruw verstoord. Van de week vertrokken we met zijn drieën honderdtachtig kilometer door de bergen naar Melilla, de Afrikaanse voorpost van Fort Europa, om opnieuw voor 3 maanden een Marokkaanse verblijfsvergunning af te stempelen. En voor een biertje. Maar de Marokkaanse agent bij de uitgang zei dat we er twee weken lang niet in zouden komen. Twee weken zonder geld en zonder schip in datzelfde belegerd kazernestadje en smokkelnest waar we eens totaal onverwacht afmeerden en van zes volle zalen een radar konden kopen. Dan maar geen biertje of verlenging. Op de terugtocht door de bergen besloten we het roer honderdtachtig graden om te gooien en Noordwaarts te koersen. Was Victor dan geen ijscoman in Barcelona? Was de scheepskist niet leeg? En zo zijn we begonnen de deklast vast te sjorren. En afscheid te nemen. We hebben er vrienden gevonden en een gastvrij en rebels volk met een duizelingwekkende geschiedenis en dito landschap. Ze zongen droeve liederen, in hun taal die niet geschreven noch onderwezen wordt. We vonden een stad in beweging, een van de parels van de Middellandse Zee waar we ons welkom weten en waarheen we dolgraag terugkeren, razend nieuwsgierig.

40 2 November 2005 Muelle de Atraque, Denia, Spanje 38º50´5´´ Noorderbreedte, 000º7´ Oosterlengte
Wel twaalf agenten en douaniers en zelfs de politiehond kwam ons uitzwaaien. Ging immers niet het gerucht de ronde dat we drie vrouwen en een berg kif-kif zouden meesmokkelen? Ze wilden persé nog op kantoor een DVD-tje controleren van Pasolini’s “Arabian Nights” omdat op de hoes een fotootje van een naakt stelletje in postzegelformaat te bewonderen was. Een van de agenten vroeg verlegen of ie mee mocht varen: hij zou zich goed verstoppen. Een van de douaniers eiste een paar oren op en kreeg een plastic neus die hij prompt opzette. Er moest een chef komen wiens strepen van dertig meter zichtbaar waren (en bleven) om het sein tot afvaart te geven. Zo namen we afscheid van de Arabieren die van ver achter de bergen gekomen waren om de officiële functies te bezetten. De weersberichten waren goed, ook het motoralarm bleek te werken en “Casablanca” had diezelfde ochtend nog vrijstelling van havengelden verleend. Door mijn patrijspoort op de achtersteven zag ik het merkwaardige continent langzaam verdwijnen. We moesten, onderbemand, zware diensten draaien, zes uur op, zes uur af. En ieder uur afdalen in de vetput, zoals de motorkamer liefkozend heet, om de klepstoters en kleptuimelaars lekker in te smeren. Zo kan de trouwe motor die spoedig vijftig wordt, nog vijf generaties mee. Diep in de derde nacht bleek het motoralarm gelukkig nog steeds te werken. We moesten halsoverkop een oververhitte motor uitzetten die het geen vijf minuten langer zou volhouden. Daar lagen we te dobberen op vier uur gaans van de Spaanse kust ergens voorbij Alicante. Gelukkig was het windstil. Gelukkig konden we met slangklemmen en een stuk tuinslang het dichtstbijzijnde havenstadje Denia bereiken waar we beleefd het aanbod van de chique jachthaven afsloegen om aan te meren. Daar zouden we als grootste jacht tussen toch al imposante collega’s heel snel al onze budgetten overschrijden. We meerden af aan de kade waar we zeven jaar eerder al eens de tribune opgezet hadden. Er was geen havendienst of politie te bekennen omdat in Spanje alle heiligen en alle zielen feest vieren. Op de ochtend na de feestelijkheden zal ik op de stoep staan van de Wethouder van Cultuur die ik in het voorjaar nog aan de lijn had over een mogelijk bezoek dat nu onverwacht gekomen is.

41 9 November 2005
Denia is een ander pareltje aan de Middellandse Zee, aan de overkant, en ontleent haar naam aan Diana, de maagdelijke godin van de jacht. Het stadje ligt rond een enorm fort waarvan de toegangspoort de Moorse stijl verraadt die ook de moskeeën van Al Hoceima siert. Maar het fort wordt omsloten door een muur van appartementen, zoals het sierlijke landschap van sinaasappelgaarden geschonden wordt door een massale bebouwing. Een consumentenparadijs. Slechts in een vergeten muur of verloren moestuin glanst nog het pareltje. Ook het schip ligt in een verlaten hoek van de haven waar tussen de pallets en lege vaten een hutje verstopt staat wiens bewoner ons een lijntje elektra leent. Dit lijntje voedt drie computers en twee naaimachines waarmee de crew koortsachtig aan haar winteroevre werkt. We hebben er eindelijk de DVD afgemaakt die in vijf minuten onze twaalfjarige zwerftocht vertelt en die tegelijk de zomershow tot aan de Bosporus moet brengen. Robbie de bootsman is een engelstalig scheepsjournaal begonnen. De wethouder van cultuur heb ik nog niet getroffen maar reeds zijn we, herkend van zeven jaar eerder, als helden binnengehaald op de maandelijkse protestfietstocht die fietspaden reclameert en een verlaten wijnboerderij als cultureel centrum. De wijnkelder herbergt een semi-legale FM-radiozender en dat kan weer interessant zijn voor Al Hoceima, dat met een budget van 1000 euro’s de knowhow en technologie zoekt voor een eigen radiostation. Zodra de wind gunstig staat varen we dertig uur noordwaarts naar Barcelona. We vertrouwen erop dat de tuinslang in de motorkamer blijft werken en dat de wethouder de formele uitnodiging voor het zomerfeest uitschrijft die bij de havendienst als promesse voor de havengelden kan gelden. En iedere dag dat de wind verkeerd staat verkopen we een home made T-shirt om de kombuis te spekken.

42 16 November 2005
Het was mooi weer maar we voeren niet verder omdat de stuurboordszoutwaterpomp maar half koelwater gaf. We wilden geen gedobber op zee. De machinist vertelde vanaf zijn Amsterdamse logger dat het niet moeilijk was en dat er niks stuk kon. Aldus begaf ik me op glibberige pad van de scheepsmechanica. Het deksel bleek er als een pierrot af te springen. Met vette handen fietste ik op en neer naar de Pakistaanse telefoonwinkel om te horen hoe een trekker met draaitapeind eruit zag en dat er wel vijf reserve zuig- en persveren in het achteronder lagen. Ik kreeg de pomp in elkaar en Manolo met dertig jaar ervaring kreeg hem aan de praat. En de eerste herfststorm brak los. Het bleek snel waarom onze plek in de haven pal tegenover de havenmond niet populair was: met Noordenwind beukt het schip tegen de kade als een heiblok tegen een heipaal. Toen we de hele nacht bezig waren met touwen en autobanden kwam ‘s-ochtends een visser ons vriendelijk vertellen dat daar verleden jaar een schip gezonken was. De havendienst bood ons vriendelijk (en bezorgd) een andere plek aan maar de pomp lag nog open. We maakten een show van slap-stick op het feest van het lokale kunstencentrum de wijnboerderij. Dat is een fenomeen want collectief bezit in een stad waar elke villa en flatje particulier is. Net als in Al Hoceima zijn de associaties een middel van direkte democratie. De machinist Manolo is een van de ruim 200 leden. Ze zijn bezig vijftig miljoen peseta’s op te hoesten. Anders dan aan de eenvoudige een-op-een in Holland kunnen ze in Spanje niet wennen aan de 166 peseta’s per euro. Robbie opende er een boutique met minirokjes, handbedrukte T-shirts en jurken. Op de pieken leek zijn winkeltje op een kippenren. Wel vijf vrouwen liepen rond met een nieuwe jurk van 60 euro. Later in de nacht verloor hij al zijn geld. Hij had al eerder de gewoonte verloren een portemonnee te dragen. Het goede nieuws is dat de jurken zeer geliefd zijn, en terecht. Zodra het mooi weer is varen we verder, met ons vieren. Matroos en componist Gaspar is gedrost, eeuwig in conflict met zichzelf. De komende dagen wordt storm verwacht.

43 23 November 2005
Schip en crew zijn nog een week in Denia blijven hangen want net als in Marokko maak je vrienden en leer je de plek en haar bijzonderheden kennen. Je vraagt je af waarom je ook al weer weg moest en waarheen eigenlijk? De mensen brengen sinaasappelen en vijgen, snoepgoed en een nieuwe oude fiets voor Robbie. Ze brengen oude kleren die ze later verknipt weer terugkopen. We vonden er een monteur voor twee van onze Benina naaimachines. Robbie stond voor de klas op toneelles. We hesen vijf-en-twintig “gestoorde” kinderen aan en van boord, sommigen even groot als twee van hun verzorgsters en kregen ze ook allemaal de trapladder op naar het achterdek en de stuurhut. We hebben opgetreden voor een sprakeloos kroegje in een eeuweoud stadje acht kilometer verderop. Op de terugweg zag ik vanaf de voorbank vier everzwijnen oversteken en voelde me even Obelix. Het enige dat ik verloor was mijn geloofwaardigheid bij de havendienst die ik alsmaar aankondigde dat we weg zouden gaan. Een zeldzame reeks van tornado`s op zee en op TV hield nog even de illussie hoog. We hadden ondertussen een centraal en veilig plekje in de haven gekregen, daar waar normaal de superferrie naar Ibiza afmeert en het was een grote troost te weten dat de ferry voorlopig nog hoog op de werf in Cartagena pronkt. Maar Barcelona roept. Het probleem aldaar is de havendienst die ik het niet makkelijk ga maken door toestemming te vragen. De strategie is om in het holst van de nacht aan te varen als iedereen die wat te vertellen heeft slaapt. Het zwaarste argument in de onderhandelingen is de onvermijdelijkheid van honderdtachtig ton staal, beton en ijzer. Een klomp tussen de deur. Zelfs Barcelona kent nog verlaten hoekjes in de haven. Zodra het mooi weer is varen we verder

44 30 November 2005
Het werd geen mooi weer maar we voeren veertig uur verder omdat wij vier zoetwatermatrozen onderhand tegen een stootje kunnen. Het keukengerei en de bibliotheek lagen weer pontificaal over de vloer. Zoals gepland voeren we midden in de nacht Barcelona binnen. Robbie speurde op de buiskap naar de groene en rode lichtjes. Er kwam juist een megacarrier met platte neus naar buiten, en een standje van de pilot. Zoals afgesproken bonden we de touwen vast aan onze grote broer, het theaterschip Naumon dat twee keer zo lang en hoog is en ten minste veertig keer zo duur. Dit schip is misschien wel de laatste gril van La Fura Dels Baus, een straattheater dat in 25 jaar met opera’s en megaspektakels het paradepaardje werd van wat zich nu de natie Catalunya noemt. Ze varen heel gauw naar Japan, als alles goed gaat, en dan gaan wij ook gelijk goedkoop bijtanken. We liggen dus niet aan wal en kregen een lijntje electra. Op de derde dag begonnen de onderhandelingen. Zogedacht is er zogenaamd geen plek in de haven. De havenmeester meldt, met spijt, dat Naumon privileges kent. De echte onderhandelingen vinden plaats in een stadje 30 kilometer zuidelijker. Daar wordt het schip, als ik ze overtuig, een informele cultuurmagneet in ruil voor overwintering op dat centrale steigertje waar precies de tribune past. Dat hebben we zeven jaar eerder bewezen. Ze hebben een carnaval en een straatfestival in Mei. Jammer dat ik ze een DVD-tje stuurde dat niet werkte. Hoeveel DVD’s heb ik verstuurd die niet werken? De havenmeester moet misschien wat meer geduld hebben. De onderhandelingen worden voortgezet.

45 7 December 2005
De drie laatste bemanningsleden zijn voor een paar weken naar Amsterdam vertrokken. Ze geven er een modeshow in een voormalig postkantoortje. Hun bagage bestaat uit veertig kilo truitjes, broeken, jurken, jurkjes en meer. Hun label is La Nave Dei Folli. De meeste stukken worden ter plekke verkocht. De volgende keer brengen we meteen in Barcelona de kostuums aan de man, of vrouw. Gedroste matroos en componist Gaspar is weer aangemonsterd en samen houden we de wacht. Het schip ligt veilig beschut achter de brede schouders van ons collega-theaterschip. Het wordt tijd de houtkachel op te graven. Tijd om de laatste brieven verstuurd te krijgen naar zestig steden, eilanden en zomerfestivals in Italie, Kroatie en Griekenland. Het eerste antwoord is binnen, het eerste schaap dat hapte deed dat in zwierig Italiaans. De Italiaanse stad Trieste verklaart haar groot genoegen. Dat belooft een Adriatische bestemming, een nieuwe zee helemaal tot het begin. Ondertussen zijn hier de onderhandelingen opgeschort. Ons zelfverkozen toevluchtsoord is Vilanova i la Geltru, twee dorpjes uitgegroeid tot een vrolijk havenstadje twintig mijl zuidwaarts. Dat belooft een interessante winter. Er woont een heldhaftig volk dat zijn werkdag om 2 uur ‘s middags begint met een copieuze maaltijd, veel vlees en heel veel wijn. De wijn is er goedkoper dan melk. De havenmeester is akkoord dat we komen en wacht op een seintje van de wethoudster. De wethoudster schorst ontvangst voor twaalf dagen op, omdat ze net als zoveel anderen bruggetjes slaat van feestdag naar feestdag.

46 14 December 2005
We voeren een streng ontmoedigingsbeleid omdat bij ondeskundig gebruik de schuifbrug naar het buurschip een kantelbrug wordt die als een valklep vier meter diep klapt. Dronken Russen, anders dan spartelende Catalanen, hebben daar geen moeite mee. Die Russen hadden spontaan een feestje opgezet omdat ze twaalf jaar eerder, vers in Amsterdam, ons huisorkest werden. Sindsdien hadden we ze nog een keer in Helsinki gezien. Ze misten de piano maar voor de rest was er niks veranderd. Ze blijken al jaren in Barcelona te wonen, altijd weer gevoed door verhalen en geruchten over de zottenschuit. En nu worden ze dus weer ons dixie-huisorkest als het schip in Februari met zeventien jaar Azart verjaardag viert. Zolang hield geen enkele Scheveninger reder haar aan de praat. Het was ook het eerste wat mijn buurman zei, de verse reder die van zijn straattheater een alternatief staatstheater maakte maar die zich vreselijk verslikt in een oud Noors vrachtschip als vehikel van megaspektakels. Dat vaart hopelijk nog naar Japan, 52 dagen gaans. Die Catalanen zijn wel en net geen zeevaarders en daarom zullen ze ons nooit durven wegsturen. Wij hebben ook koers gezet naar Japan maar dat duurt 5 of 7 jaar. Uit Amsterdam goed nieuws. Modellen die als kippen over de catwalk liepen, meldt de correspondent. De collectie is uitverkocht. Brood en worst.

47 21 December 2005 Moll Llevant, 7, Barcelona, 41º22´15´´ Noorderbreedte, 002º11´280´´ Oosterlengte
Met vijf onhandige landrotten hebben we het schip achterwaarts anderhalve seconde Noorderbreedte opgevaren, veertig meter verderop de kade. Dat was een grote verassing voor de havenmeester die geen enkel scheepsdocument had gezien en blijkbaar dacht dat we veel groter waren. Met hem voeren we per telefoon een soort schaakspel dat door de Kerst in een patstelling eindigt. Hij moest erkennen dat er wel degelijk plek is aan die verloren kade die we delen met onze collega Naumon en met een opgelegde roestbak uit Free Town waarvan de Indiase bemanning niks dan rijst te eten heeft. De Naumon belooft ons ongevraagd politieke steun om te kunnen blijven waar we misschien niet willen blijven. Hun beschermvrouwe is de first lady van de natie Catalunya en met haar een stoet van politici. Het komt mooi uit dat we nu rechtstreeks aan de kade liggen. De mare gaat snel rond dat er een varend theater geland is. Barcelona is een broeinest van kelders en kafeetjes met kleine cabaret- en theatervoorstellingen. Voor een groot deel komen ze uit Zuid Amerika en ze willen allemaal wel een keer aan boord spelen. Dat is dan meteen een auditie want we hebben er een stel nodig. We verkopen de droom van vrijheid, de romantiek van de zee en de uitdaging van een artiestenfamilie. We zijn hier bekender dan in Amsterdam want er draaide al een heuse documentaire in een echte bioscoop. Om de verwachtingen waar te maken geven we rond de kerst een modeshow. Robbie is net terug of zit weer achter zijn naaimachines. Brood en chorizo.

48 28 December 2005
Overdag schijnt de zon en ontbijten we aan dek. Af en toe glijdt een cruise dwars door de skyline van Barcelona. Met de kerst kwam zowaar een dikke kalkoen aanvliegen. Onze kleine kade is een vergeten hoek in de haven, verstopt achter schimmige havenbedrijfjes in art-deco loodsen. Op drie minuten fietsafstand zie je al tussen de palmbomen Columbus op zijn pilaar die zijn wijsvinger naar de zee richt: alle buitenlanders terug! Het is net zo’n plek gedoemd te verdwijnen als de Scheveninger Hellingwerf waar het schip twee jaar geleden nog als laatste der veteranen werd opgelapt. Dit halfvergaan industrieel landschap is ideaal voor moderne feestjes maar de buren krijgen geen toestemming. Ze hebben een schip geschikt voor megatheater en megafeesten maar mogen het nieuwjaar niet vieren, noch op onze kleine kade noch verderop in het centrum. Al jaren maken de politici die miljoenen in het schip pompten ruzie met de havenautoriteiten die niks van theater noch feesten willen weten. We hebben dat zelf zeven jaar geleden ervaren toen een maandenlange correspondentie niet het resultaat gaf dat binnen een kwartier kwam door daadwerkelijk binnen te varen en aan te meren: toestemming voor een reeks voorstellingen. Deze correspondentie warmen we op voor acht voorstellingen down town in Mei. Welnu, deze week spraken de politici een hartig woordje en het schijnt dat de havenautoriteiten nu eindelijk de verantwoordelijkheid gaan nemen om hun eigen theaterschip een plek en een kans te geven, volgend jaar. Dit alles stoort niks. Achter een groot hek met het wachtwoord “HavenZone”! “Verboden Toegang”! zijn we Barcelona’s underwater nachtcabaret geworden, met gastartiesten, modeshow en gauw een nieuwjaarsfeest.

49 4 Januari 2006
Onnozele Zielen was jubileum. Op die dag viert de kolonie Ruygoord altijd feest in Paridiso. Elf jaar geleden had ik voor de gelegenheid plastic oren opgezet maar de reakties vroeg in de tram naar huis waren zo overweldigend dat ik ze niet meer heb afgedaan. Tienduizenden maal een glimlach. Je doet net of je alles hoort. Of niks. Soms is er een verdwaalde politieagent in een exotische stad als Palermo, Vigo of Petersburg die denkt dat het niet mag. Het dankbaarst zijn de kinderen, hun moeders, de meisjes en het equivalent van bouwvakkers. Daar was die vrachtwagenchauffeur die een seconde werd afgeleid en een verkeerspaal tot gruzelementen reed. Of die twee schoonheden die hun pindaatje in dat andere autootje duwden. Het meeste gaat aan mij voorbij, te oordelen naar de verslagen als iemand twee meter achterop loopt. Ook was er een meisje dat eens vertelde in een klap uit een lange depressie te zijn geschoten toen ze die twee oren zag voorbijfietsen. Maar geen tijd voor jubileeetjes. Alle suites in Grand Hotel Azart zijn bezet. Veertien vrienden uit verre hoofdsteden draaien twee zware feesten als vissers die de vleet binnenhalen. Het ruim is zo vol als haringen in een ton. Dit is het jaar van de waarheid: blijft de speelschuit varen?

50 11 Januari 2006
De eerste week van januari is de aanloop naar Los Reyes oftewel Driekoningen dus de diensten zijn dicht, de restaurants nog even vol en de kooplust gaat over in de hoogste versnelling. Net als Sinterklaas komen de Magiers per schip binnen maar dan trekken ze met kamelen, honderden straatartiesten en 15 ton snoepgoed de stad in. De burgemeester houdt een praatje voor kinderen over de nieuwe wet op burgermansplichten. Het blijkt dat de vrijwilligers van het varend Rode Kruis op onze kleine kade een hoofdkwartier hebben want ze zijn druk met zodiacs bezig en schieten boven ons hoofd de knalpotten af om de intocht op te leuken. In Marokko lagen we ook al in de vuurlinie, eerst wekenlang onderwaterexplosies ter uitdieping van de haven en daarna de marine die met Ramadan vijfmaal daags met een kanonschot de stad opriep tot gebed of eten. Ik ging met mijn stadsfietsje snel kijken. Soms loopt een fietspad in het midden van een vierbaansweg, soms over de stoep en soms eindigt ze op mysterieuze wijze. Maar over-de-stoep-fietsen blijkt hier een burgerrecht te zijn want de agente die dromerig tegen mijn fiets aanliep putte zich uit in verontschuldigingen. Behalve een nieuwe fatsoenswet heeft Catalunya ook een eigen politie gekregen en dat is nog wennen want in de eerste week hadden ze opeens dubbel zoveel arrestanten met ieder een proces verbaal als een novelle. Januari is ook de maand van de vaste lasten. De multinational Azart heeft hier een bijna-perfectie bereikt door zich te beperken tot een aansprakelijkheidsverzekering en twee inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel. Deze grijpstuivers verdienen we volgende week door vier dagen lang een boetiek te openen met Azart Fashion pal tegenover de hoofdingang van Barcelona’s grootste kathedraal.

51 18 Januari 2006
Na een afwezigheid van tien jaar keert de Zottenschuit terug naar Italia. Toen bestond internet nog nauwelijks en stuurde ik als een boer die zaait negentig brieven van ieder een kilo naar evenzovele havensteden en havenstadjes. Ik moest er drie keer voor op de fiets naar het postkantoor maar we kregen de vijftien contracten die we nodig hadden. Nu doen we dat met e-mail en DVD en het is maar de vraag of dat beter werkt. Maar het is nog steeds niet moeilijk om met potjeslatijn een Italiaanse wethouder van cultuur aan de lijn te krijgen. Ben benieuwd! Door het cultuurburo van Barcelona worden we eindelijk en officieel uitgenodigd deel te nemen aan het jaarlijks Merce-Festival eind september maar dan hopen we juist ergens voorbij de Adriatische Zee te zitten. Dat schiet ook niet op. Net zo min als dat we een winterplekje kunnen krijgen in Vilanova, twintig zeemijl zuidelijk. De wethoudster wil eerst een show zien en die krijgt ze dan. Over twee weken is het visruim omgetoverd in een illegaal minitheater met een reeks van voorstellingen over de Russische absurdist Daniil Charms die honderd jaar geleden werd geboren. In Nederland werd dat op verschillende manieren gevierd maar in Catalunya is de eerste vertaler nog bezig en de eerste uitgever zeer sceptisch. Dit is serieuzer werk dan een nachtcabaret met Zuid-Amerikaanse zangeresjes terwijl dronken Russen op de kade stampei schoppen. Ben benieuwd!.Boutique Azart tegenover de kathedraal liep ook van geen meter. Niks verkocht, experiment geslaagd. Voor de buurt was het een shock want van een eeuwig ijscowinkeltje was opeens geen spoor meer over en in plaats daarvan zaten drie zotten in een kleurrijk hoekje te vertellen over hun reizen en theater. Van de week nog een handje geschud met de presidentsvrouwe van Catalunya die over de kade liep. Ik werd voorgesteld als weggelopen uit het schilderij van Jeroen Bos. Ook dit hielp niks want ze liep naar de buren die haar als zwaar geschut inzetten om hun eigen schip in de vaart te houden.

52 25 januari 2006
Achterop de Barcelonese stadsbus die ronkend optrok hing busbreed een affiche met “SICILIA” en verdorie dacht ik, daar moeten we heen! Waarom leuren bij straatarme wethouders? Er was er een bij Venetië die blafte dat Berlusconi zijn budget had afgeknepen voor hij de hoorn op de haak gooide. Basta met de pasta! Het eerste stadje dat we ooit op Sicilië bezochten was het steenoude Trapani waar de dorpsagent de orde bij de tribune moest handhaven en waar de caramelverkopers hun karretjes bij de toegang parkeerden. Er zijn wel daar wel vijftien van zulke antieke havenstadjes. De Ronde van Sicilia! Dat is meer dan een theatertour, dat is een heel spannende documentaire. Wie heeft er vriendjes bij de regionale TV? Ben benieuwd. Bij de buren 30 liter Hempel gekocht. Dat is de beste dekverf. Ze krijgen dat met 60% korting. Als het dek tweemaal in de tweecomponentenverf staat is het schip visueel gezien helemaal zeewaardig. Dat is de laatste fase van de facelift van de oude dame. Dan werpen we in een laatste bikbeurt het imago van roestbak van ons af dat ons alle jaren hardnekkig heeft gevolgd. Dan is ze helemaal geniek voor alle filmcamera’s die we hebben. Wie schrijft het script? Aan boord alles rustig. Repetities voor de première van volgende week, montage, burocratie. Van het toeristenbootje dat door de haven toert, horen we de flarden “kapitein met oren” en “Hollands schip” over het water galmen. Dat is een echo van wat de rondvaartboot op het IJ liet horen. Dat bandje zal vast wel nog een poosje doorgedraaid hebben toen we al lang en breed op de Oceaan zaten.

53 1 Februari 2006
We moeten havengeld betalen en daarmee zijn we helemaal legaal aan het Barcelonese havenfront. De prijs is de helft van wat we in Denia hadden moeten betalen en dat was al een gereduceerd tarief. Voor 250 euro per maand krijg je hier nauwelijks een studentenkamertje. Ze wisten niet wanneer het schip was binnengelopen en zaten er een maand naast. Mijn verzoek om in mei tien voorstellingen te geven onder de wijsvinger van Columbus is bij dezelfde afdeling terechtgekomen maar blijkbaar een paar kamers verderop want daar weten ze niet dat we reeds lang en breed in town afgemeerd zijn. Daar zijn we pas welkom als onze meetbrief vernieuwd is. De meetbrief geeft de maten van het schip en kregen we met de inboedel van het schip mee. Navraag bij het Ministerie van Waterstaat leert dat een meetbrief voor een jacht niet nodig is en bovendien niet verloopt. Geen woord over de zeebrief en de verzekering waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum nog uit een vorig millennium stamt. Het ziet ernaar uit dat de vergunning gaat komen. Dit goede nieuws kunnen we niet delen met onze buren Naumon. Deze culturele megacarrier krijgt geen toestemming om in het centrum manifestaties en feesten te geven in het ruim waarin 700 personen passen. De haven is autonoom en veroordeelt de varende culturele ambassadeur van Catalunya tot schrootstatus. Duizend poltieke vrienden en de vrouw van de president kunnen niet helpen. Hier spelen we als een klein achterneefje nog een rolmodel door het schip zeventien jaar in de vaart te houden als platform voor theater, film en feesten. Wordt vervolgd. Ondertussen nog niks geen uitzicht op enig zomercontract. Wel hoorden we dat we vanaf eind maart misschien kunnen meedraaien in de Italiaanse verkiezingsmolen. Dat zou dan in Puglia zijn, die schitterende hak van Italie, waar Rifundazione Communista het voor het vertellen heeft.

54 8 Februari 2006
“Orlov at eens teveel gestampte doperwten en stief. Toen Krylov dit hoorde stierf hij ook. En Spiridonov stierf vanzelf. En de vrouw van Spiridonov viel van de buffetkast en stierf ook. En de kinderen van Spirodonov verdronken in de vijver. En de grootmoeder van Spiridonov begon te drinken en zwierf op straat. En Michailov hield op zijn haar te kammen en kreeg de schurft. En Kruglov tekende een dame met een zweep in haar hand en werd gek. En Perekrestov kreeg per telegraaf 400 roebel toegestuurd en deed zo gewichtig dat hij ontslagen werd. Het zijn goede mensen maar het lukt hen niet met beide benen op de grond te blijven”. Dit is een van de “Gevallen” van de Russische absurdist Daniel Charms die we onderdeks speelden. In Catalunya niet uitgegeven en nooit vertoond. Robbie speelde alle personages in een doorlopende scene. De kombuis was de engelenbak, staanplaatsen voor keurige Catalanen. Vier keer volle bak. Als we het zouden mogen of willen kunnen we hiermee in Barcelona nog jaren doorgaan. Onder het publiek was een pathologisch geval die alle moeite doet alle personages van Charms na te spelen. Nuchter is hij een geniale trombonist. Hij komt uit een beroemde familie in Rusland. Alle zes kinderen muzikant. Ze hadden een keer in Japan opgetreden. Zijn broers hadden mamma ervan overtuigd dat ze met zijn allen maar een vliegtuig moesten kapen om naar het Westen te vliegen. Dat was een jaar voor de grenzen open gingen. Dat werd een bloedbad en een speelfilm. Hij overleefde het, als dertienjarig jochie. Zijn vrienden halen hem nu af en toe uit de strop. De eerste voorstelling, toen Robbie de dame met een zweep schilderde, drong hij op het podium om zijn familielogo toe te voegen. Zeven in een cirkel. Hij werd hardhandig van de buffetkast gesmeten. De tweede voorstelling kwam hij niet meer aan boord maar sprong, viel of rolde in het water. Vijftig meter verderop. Hij was de tweede die ik uit de haven hees. Deze wou er niet uit. Hij wou ook niet op zijn benen staan, bang dat we hem weer in het water zouden gooien. Als de machinist van de buren vijf minuten eerder of later naar huis was gegaan waren we ook beroemd geworden. En hadden we snel een ander land moeten opzoeken. De Catalaanse TV kwam ook filmen.

55 15 Februari 2006
Op tafel snorren de naaimachines en de vloer van het visruim ligt weer bezaaid met bonte lapjes textiel. Volgende week modeshow, het soldij van de crew. Ook lieten we met vier machinisten de motor proefdraaien voor een paraderondje door de haven. We gingen varen! Twee machinisten waren van het theaterschip Naumon en twee van de werkplaats tegenover ons. Ze waren allemaal enthousiast. Die van de werkplaats hadden in geen zeven jaar een langzaamloper gehoord en het deed ze weemoedig denken aan de tijd dat motoren nog “met zorg en liefde” behandeld werden. Het paraderondje was een zondagmiddag cruise, speciaal voor “Thalassa”, een documentaire van de Catalaanse TV3 die altijd over de zee gaat en ook in Frankrijk wordt vertoond. Om de paar weken komt wel er iemand anders langs voor nog een doku. “Thalassa” had juist een reportage gemaakt over een Barcelonese visser met 12 Gahanezen die in de hele nacht geen enkel visje vingen! Maar wij hingen de kerkklokken uit de bezaansmast. Een cameraman stond op de brug voor een helikopterview tegen de skyline en een ander zat in een zeilbootje van een Russische vriend voor een shot van de speelschuit onder de priemende vinger van Columbus. Deze zondagmiddag werd pathetisch. We moesten in de havenmond de oververhitte motor uitzetten toen er net een oceaanstomer aankwam. We maakten het tot de pier waar we tegenaan maar niet bovenop zaten. Gelukkig was de kapitein en machinist van de Naumon aan boord. De machinist stelde als diagnose dat de zoetwaterkoeling het niet tot de intercooler haalt. Als altijd doet de motor het fantastisch. De kapitein kent iedereen in de haven en had al gauw een sleper. Van de week ook eindelijk havengeld betaald. Pathetisch. Met mijn fiets kwam ik het haventerrein niet op, met mijn oren het gebouw niet binnen en een scheepje als het onze of een scheepsagent als ik passen niet in de formulieren. Maar het lukte, hoewel het niet echt van belang is de ervaring te herhalen. Ook deze week voor een flinke zakcent het schip verhuurd als dekor voor een soort Zeeman modereportage.

56 22 Februari 2006
De modeshow werd druk bezocht. Een Israelische zangeres, begeleid door een zingende zaag, werd dramatisch de keel afgesneden. De andere modellen, allemaal opgevist in Barcelona, poseerden als vermoeide diva’s. De verkoop viel tegen. Misschien is de kleding te bizar en durven ze niet zo goed. En wellicht ook hebben ze niet zoveel geld. Aldus de berichten van boord. Zelf schrijf ik dit logboek vanuit Palermo. Ik moest er als de hazewind heen om een culturele organisatie te vinden die namens ons het zomerprojekt moet indienen. De Ronde Van Sicilia. Het werden 32 vaaruren met de ferry via Rome. Onze schuyt doet er drie keer langer over, rechtstreeks. Onderweg een dozijn scheepsmodelletjes geplakt voor op de kantoortafels van culturele en havendiensten. Wat een plezier om s-ochtends de stad te zien opdoemen! Negen jaar eerder werden we er feestelijk uitgezwaaid door de burgermeester, inclusief een orkestje. Hij gaf ons een miljoen lire mee om als cultureel ambassadeur de roem van zijn stad te verspreiden. Ook gaf hij een hele doos exemplaren mee van “Het Repertorium Van De Zotten Van Palermo”, een beschrijving van ruim tweehonderd dwazen die er leven of geleefd hebben. Dat boek geeft een fascinerend portret van de stad. Het vergane centrum lijkt met zijn blikslagers en miniwinkeltjes meer op de kasbah van Casablanca dan op een moderne stad als Barcelona.. Hier hangt het loden kruis van de maffia. Uitvaartbedrijfjes van dertig vierkante meter. Maar ze zijn vrolijk en de fruitboer trakteert me op een stukje van zijn peer. Met de zomershow schrijven we in Sicilia een nieuw hoofdstuk in de Grote Encyclopedie Der Dwazen. Het eiland is er geknipt voor en verknipt genoeg. Het is een gigantisch gekkenhuis, hopeloos op drift, steeds verder van Europa.

57 1 Maart 2006
Er kwam een dame binnen die ongevraagd een artikel over Azart in de havenkrant had geschreven. Ze heette Immaculata. Dat betekent zoveel als Onbevlekt. Aangenaam, welkom aan boord. Ze hebben hier wel meer sprekende voornamen, zoals Concepción (Ontvangenis) voor een meisje of Jesus voor een jongen. Dan ben je gezegend. Met dat artikel zijn we meteen bekend geworden bij de diensten, iets dat we zorgvuldig proberen te vermijden. De kadepolitie komt al iets te vaak langs want zit achter twee Ghanezen aan die verderop een zeilbootje op stelten bewonen. We doen alle moeite om de toeloop van het publiek te beperken. Er is grote een behoefte aan een underground, of liever, underwater nachttheater. Ze schrijven allemaal hun email-adres op de lijst maar ik durf en hoef geen uitnodigingen te versturen. Het is een keurig, maar keurig publiek dat begrepen heeft iedere keer weer de grote stalen toegangspoort tot de kleine kade te sluiten. Deze week waren de vier laatste voorstellingen van de Russische absurdist Daniil Charms. De kinderen van Spirodonov verdronken nog eens vier keer in de vijver. Vanaf heden werken we aan de zomershow over Siciliaanse dwazen en heiligen. Het onderscheid is flinterdun. We nodigen een Siciliaanse actrice uit die op haar handen loopt en met haar benen spreekt. Het eeuwige thema van de Wereld-Op-Zijn-Kop. Dit jaar valt Vette Dinsdag oftewel Carnavalsavond samen met de zeventiende verjaardag van Azart.

58 8 Maart 2006
In het jaar 1133 schreef de abt van het klooster van Sint Truiden dat een groep weversgezellen bij Aken een zottenschuit op wielen hadden gebouwd en van dorp naar dorp trokken. Hij was hogelijk verontwaardigd over de uitbundige nachtelijke danstaferelen. Maar de Maastrichtenaren waren zo enthousiast dat ze een paar zeilen cadeau gaven. Aldus een van de oudste beschrijvingen van de ommetocht van de zottenschuit die spoedig door de hertog van Leuven verboden zou worden. Dit was nog een tocht op wielen op weg naar zee maar onze schuit vaart! De motor is helemaal niet kapot want alleen het kraantje van de zoetwaterthermostaat haperde. We moesten opschuiven voor Eulalia, een houten driemaster, die net als ons in 1918 gebouwd is. Ze is vernoemd naar een van de beschermheiligen van Barcelona. Haar feesten worden niet zo uitbundig meer gevierd, wellicht omdat zij nog kind was toen ze werd doodgemarteld. Eulalia ligt normaal bij het standbeeld van Columbus te pronken en draaft op als paradepaardje bij alle officiele ceremonieen. Bij ons op de kade krijgt ze een nieuwe mast. De bemanning draafde op bij de zeventiende verjaardag van Azart. Hetzelfde deed de kadepolitie. We mochten weliswaar het uitbundige feestje voortzetten maar er zit weinig kans in dat we hier nog eens een reeks illegale theatervoorstellingen kunnen geven. Even rust aan boord. Uit Sicilia het bericht dat de regionale minister van toerisme met een hartaanval in het ziekenhuis beland is. Hij deed toch ons dossier? Zo wordt de Siciliaanse zomertour waarlijk een last-minute project. Volgens mij hebben zij daar geen moeite mee en wij evenmin want binnen drie uur staat onze tribune aan wal. Ondertussen is ook duidelijk geworden waarom het ons verleden jaar zoveel moeite kostte een Spaanse wethouder te vinden. Een actrice vertelde ons dat zij liever “dure” shows kopen en dan 20 percent in hun zak steken. Ze zit dik tien jaar in het vak en was zelf hogelijk verbaasd. Had ik toch een agent moeten inhuren. Van de week ook de twee dekbezems gerepaleerd die al sinds het najaar op korte steeltjes liepen.

59 15 Maart 2006
De rust aan boord vermocht niet lang te duren. We hebben twee binken ingehuurd om het dek te bikken. Een van hen is de Argentijnse matroos die op anker bij Portugal droste na verklaard te hebben liever een paard dan een roer in zijn handen te hebben. Nu verklaart hij met een bikhamer in de hand deze Atlantische reis tot de mooiste ervaring in zijn leven. De ander is de Chileense componist en geluidstechnicus Gaspar, die in Denia droste maar die later in Barcelona weer in genade werd aangemonsterd. Ons verloren hoekje in de haven is een van de zeldzame plekjes aan de chique Spaanse kust waar je nog uitbundig kunt bonken. Toen we in Oktober 2003 op de Scheveninger Hellingwerf Zaliger aan het bengen waren kon je dat bij Aldi bovenop de Westduinweg al horen. De operatie is de laatste ronde van de make-up die het schip van roestbak tot luxejacht bombardeert. Dat wordt even wennen want dat hebben we nog nooit meegemaakt. De pret duurt toch maar twee of drie jaar want dan slaat de roest weer toe. We proberen de elektrische schuurborstel, de pneumatische bikhamer, de slijpschijf op de haakse slijper maar de pols bikt het best. Alleen de hamertjes moeten telkens weer aan de steeltjes gelast worden. De secundaire arbeidsvoorwaarden zijn iedere dag zon en twintig graden. S’avonds is de grote tafel in het ruim een animatiestudio voor vingerpoppen. We proberen een nieuwe routine. Het is de stilte voor de storm. Over twee maanden is de première in het centrum van Barcelona en dus is er een show, publiek, vijf gastartiesten en een tour van vijftien steden. Er is nog niks dan een boel ideeën. Ik zou het nooit geloven als we het niet tien keer eerder gedaan hadden.

60 22 Maart 2006
Het beuken op dek gaat onbarmhartig voort. De straf voor zoveel jaren nonchalance. Vier slijpschijven de vierkante meter. Het resultaat is oogstrelend. En slappe polsjes. Ze zijn al slapjes sinds ik in Sicilia een hele lente lang het boordsel te lijf ging, pathetisch hangend aan binnenbanden. Ik kwam niet tot de helft. Pas veel later bleek een Poolse lasser twaalf dagen nodig te hebben om het hele boordsel rondom splinternieuw te maken. De crew stopt wanhopig de oren vol watten want naait weer kostuums. De modeshow gaven we in een atelier van een vriend want aan boord even geen feestje of voorstelling meer. Elf modellen, verdacht veel uit Zuid-Amerika. De poncho’s werden onder de stromende douche getoond en sommige jurken in de trapeze. En het scheepsorkest trad op, dat wil zeggen, als het lukt varen ze mee. Tarantella van een Siciliaanse gitarist en zijn Andorrese violiste. Fantastisch! Van de week stiekem uitgenodigd bij een feestje van de buren Naumon. Op hetzelfde plekje in het centrum waar wij de zomershow hopen te geven. Het was een midnight after-party voor de “Max”, de belangrijkste theaterprijzen in Spanje. Raar genoeg waren zowat alle driehonderd sterren in het zwart. We vielen met onze bonte kleding flink uit de toon. Champagne tot het de oren uitkomt. Het aardigst waren nog de twintig zwarte raven die bij iedere beweging weer een tapa onder de neus duwen. Vanaf een uur of drie werden de hapjes zoet. De Naumon pakt het groots aan en probeert als ambassadeur van de “Alliantie van Civilisaties” de wereld rond te varen. Dat is een pathetisch initiatief van hun Minister President Zapatero. Ik heb ze uitgenodigd in Januari 2009 mee naar Cuba te varen. Hun agenda is nog open. Het is dan 50 jaar geleden dat Fidel met 60 guerrillero’s in zijn gammele GRANMA aanvoer. Dit scheepje staat nu in het Museum van de Revolutie. Wij komen aanzetten met een black comedy.

61 29 maart 2006
Ons verzoek om tien avonden in mei een voorstelling te geven aan het Barcelonese havenfront is nauwelijks in behandeling genomen. We kregen een soort van “Oh ja” te horen, “da’s waar ook, maar dat kan niet”. De motivatie volgt dan schriftelijk. Dat belooft weinig diplomatieke ruimte. Dat berooft ons van een van de weinige mogelijkheden om diesel te versieren. Maar zonder diesel varen we niet weg. De bunkers zijn namelijk leeg. Het Barcelonese Cultuurinstituut, dat ons wel voor eind september wil hebben, verklaart geen invloed te hebben. De haven, net als het vliegveld, is namelijk van Madrid. En Barcelona is de hoofdstad van een land dat zich pas over een paar maanden “Natie” mag noemen. Niet dat dat nou veel ruimte belooft. Er is een soort Grote Schoonmaak ingezet met een nieuwe nationale politie in nieuwe uniformen die een nieuwe fatsoenswet handhaaft. Zelfs de locals zijn een beetje van het vertoon geschrokken. En zo’n piepklein scheepje naast een wankele tribune zonder een security policy van vijf gorilla’s past niet helemaal in het profiel van het toeristenparadijs dat de stad zich graag aanmeet.
Afgelopen vrijdagavond zond TV3 een brave reportage over Azart uit. Van een kwartier. De structuur ervan was compleet gepikt van de documentaire die drie jaar eerder in bioscoop Verdi te zien was. Eerst de kapitein die zijn bed uitkomt en oren en klompen opzet, dan met zijn fietsje de stad intrekt, gevolgd door historische beelden van de haringlogger en dan de verhalen van de crew en beelden van de reis. We kregen een boel complimentjes maar ik kan mijn eigen kop niet meer zien. Misschien wordt dat beter na nog eens tien jaar zee en zon. Gelukkig lieten ze niet het gestuntel zien van die mooie zondagmiddag toen we speciaal voor deze reportage een pleziertochtje door de haven planden en tegen de pier belandden.

62 5 April 2006
Met dik twintig graden is het allang zomer. We grijpen de kans het hele schip te verven. Hierachter op het strand van Barceloneta duiken we in zee. Het dek staat driedubbel overgehaald in de tweecomponentenverf. Nu verft Robbie de stuurhut en de koelkast. Op Scheveningen heet het dekhuis koelkast. Hij doet dat in Ndebele-stijl, in de kleurrijke geometrische vormen waarmee vrouwen in Zuid-Afrika hun huizen beschilderen. Meer dan tien jaar geleden had ik hem al beloofd dat we naar zijn geboorteland zouden varen. Onderwijl heeft hij er zijn ouders begraven. Maar we zijn onmiskenbaar onderweg. De reling en de dakranden worden zebra geschilderd. En de bezaansmast als het meezit giraf. Victor was een paar dagen in Engeland op bezoek bij het theaterschip “Fitzcarraldo” in Manchester. Dit is een oude Noorse ferry van 37 meter die al veertien jaar rondjes rond Engeland draait. We zijn vrienden geworden toen we hen in 2000 in Ierland tegenkwamen. Ieder zomer nodigen ze een theatergroep uit mee te varen maar de echte poen maken ze met vuurwerkspektakels. Hun probleem is dat ze met al hun shows niet naar het continent kunnen of durven over te steken. Een van hun brandweermannen is zo verveeld met die rondjes dat ie bereid is meteen met al zijn know-how en dynamiet bij ons aan boord te komen. Het schijnt dat een enkele goede vuurwerkshow evenveel oplevert als de klus van tien steden tribune en theater. Er is altijd hoop. Uit Sicilia het nieuws dat ons zomerproject nog steeds niet bij het regionale Ministerie van Toerisme is ingediend. Officieel bestaat het niet. Het goede nieuws is dat de Directrice van het Buro Toerisme van Syracusa het concept als ‘geniaal’ bestempelt en het persoonlijk bij de Minister gaat indienen. Maar van het weekend zijn er verkiezingen en is wellicht de Maffiaminister de Minister niet meer. Het concept is theater in tien weken en tien steden in Sicilia plus iedere week 15 minuten logboek op de regionale TV. En na afloop een documentaire als promozione van het eiland. Ondertussen hebben we ook twee nieuwe acteurs in de show. Ze heten Cleonte en Lucille en zijn weggelopen uit onze Moliere voorstelling van een paar jaar geleden. Het zijn twee levensgrote handpoppen die door Robbie gemaakt zijn. Ze eten niet, klagen niet en wonen bij het paar honderd kostuums in de dressing room.

63 12 April 2006
Er is een nieuwe routine aan boord geboren, zo oud als de scheepvaart zelf. Zwabberen. Op het glimmende dek springt ieder vuiltje in het oog. Het schip ziet eruit als een suikertaartje. Zelfs in Sant-Raphael aan de Franse Blauwe Kust zouden we niet uit de toon vallen. Als we daar nog een keer zouden willen terugkeren natuurlijk. Langzamerhand wordt de ouwe logger rijp voor de wereldreis. De collectieve zwabbergast is de nieuwe, hoogste standaard geworden. Dat collectief is natuurlijk selectief. Als het resultaat maar straalt. Voor de rest bestaat plan A en plan B. Plan A is Sicililia en plan B is vuurwerk op de “Fiesta Mayor”. Ieder zichzelf respecterend havenstadje of dorp heeft wel het zomers “Grootfeest”. De planning is om een boel schulden af te lossen en dan weer een winterwerfbeurt. De goedkoopste trekhelling in de buurt is in het Zuid-Spaanse Buriana. Daar mag je nog naar hartelust zandstralen. Nooit meer bikken. Zaterdag gaven we een cabaretvoorstelling en feest. Voor de voorzichtigheid nog even niet aan boord. Gast- en steractrice was de Chileense Irina die zeven jaar geleden in Barcelona was aangemonsterd. Onderweg in Ierland en Amsterdam maakte ze kinderen en ten slotte bleef ze bij een Amsterdamse schipper achter. Het werd volle bak en we kunnen weer drie weken verder. Op zondag verkoopt Victor ijsjes voor zijn voorlopige verblijfsvergunning. Daarmee zijn we weer helemaal legaal.

64 19 April 2006
In onze kleine dorpsstraat is een nieuwe buurman gekomen met een houten visserschuit van 24 meter die hij samen met zijn zoon en neef in de vaart houdt. In 1971 zat hij als eerste dienstweigeraar van Catalunya drie jaar in de bak van Franco. Hij brengt ons vis. Dezer dagen blijven we liever aan boord want met de paasweek is Barcelona vol. De zon schijnt en het strand ligt hierachter. Robbie gaat door met het schilderen van de zebra franjes rond het schip. We zijn nog steeds niet begonnen met de repetities voor een zomershow want weten niet of er een zomershow is. Nooit meer haast. Drie acteurs op zoek naar een toneelstuk. Artistieke crisis. We zoeken de eigentijdse betekenis van het tijdloze beeld van de zottenschuit. Meer dan duizend jaar geleden was het een heidense lentedans, hevig bestreden door gezag en kerk. Dat werd carnaval, een spotfeest waarin de rollen werden omgedraaid. De man was vrouw en de koning een zot. Nu is het voor velen de droom van vrijheid. Een verzet tegen de geinstitutionaliseerde dwaasheid. Geen adres meer, geen fiscaal nummer en nooit meer hypotheek. Voor ons is het voorlopig een collectief artistiek proces met al die artiesten die we overal tegenkomen. In het goede oude Nederland kent ons scheepje nog nog vier andere synoniemen. Het is een “Narrenschip”, de “Speelschuit” oftewel een “Blauwe Schuit” en soms nog een “Zuipschuit”.

65 26 April 2006
We zijn weer wezen varen om te bewijzen dat d’oude schuit het doet. Om zes uur ’s-ochtends, toen de zon opkwam, gingen we op bezoek bij Columbus die bovenop zijn pilaar naar Sicilia wijst. We draaiden rondjes terwijl een rockgroep op het voordek ‘droog’ speelde, dat wil zeggen zonder geluid te maken. De vroege voorbijgangers keken verbaasd hun ogen uit. De band maakte een videoclip ter promotie van hun komende tour door Rusland en gaven er een flap van 500 voor. Er stond net in de krant dat een kwart van alle 500-eurobiljetten in Spanje te vinden is. Dat heeft dan weer te maken met de ongebreidelde speculatie en bouwzucht die van de hele Spaanse kust het bejaardentehuis van Europa maakt, een soort voorgeborchte van het kerkhof. De band heet “Brazzaville” en is genoemd naar die Kongolese stad die in een VN-rapport over leefbaarheid onder aan de lijst bungelt. De bandleider is een Amerikaan en heeft een buitengewoon ambitieus plan. Hij wil een schip kopen van honderd meter en daarmee met vijftig muzikanten tournees organiseren. Het wordt een nationaal Noors project, betaald door Noorse pensioenfondsen die van het geld bulken. Ons scheepje figureert in zijn business plan. Ik heb hem snel in contact gebracht met de kapitein van de Naumon die zijn Noors vrachtschip van 67 meter maar nauwelijks in de vaart houdt. Maar hij laat zich niet ontmoedigen. Hij heeft nog geen schip noch een naam voor zijn schip. Ben benieuwd wat er na Brazaville komt. Uit Sicilia nog niks geen nieuws. Maar het exotische Italiaanse eilandje Pantelleria vlakbij Tunesia wil ons graag hebben. En met een megavuurwerk vanaf het dek en de kraaiennesten sluiten we op 20 Augustus het Maltese Zomerfestival af. Een schip moet varen, geld moet rollen.

66 3 Mei 2006
Van de week voorzichtig weer een feestje aan boord gegeven en onder het succes bezweken. Om middernacht kwam de havenpolitie vertellen dat ze binnen een half uur de tent zouden sluiten. Om twee uur was de drank op en kwamen nog dertig man binnen. Om drie uur kwamen drie andere agenten aanzetten, dit keer omdat een of andere zot besloten had de haven zwemmend over te steken. Hij kwam van een end verder en ging gelukkig ook een end verder maar kwam dichtbij genoeg om allerlei alarmbellen te laten rinkelen. We hadden nog zo gehoopt op een intieme cinema avond met onze eigen filmpjes. Het was fantastisch maar was het laatste feestje. We vertrekken trouwens over vijf weken uit Barcelona en krijgen dan voor een lange nacht het schip van de buren kado voor een heel groot afscheidsfeest. Nu zoeken we nog vijf bemanningsleden om het nieuwe theaterstuk te helpen maken. En de bestemming Malta zier er veelbelovend uit. De grote vuurwerkshow als slotmanifestatie van het Maltees Zomerfestival brengt meer op dan een dozijn theatervoorstellingen. Zouden we ooit rijk worden? Beroemd zijn we allang. De Engelse pyromaan die ons uit de brand helpt werd uiteindelijk verleid door het idee om op 1 Januari 2009 de baai van Havana binnen te varen. Dan is het vijftig jaar geleden dat Fidel met zijn gammel scheepje op Cuba kwam aanzetten. Hij kent de Cariben en hun zucht naar vuurwerk. Op Tobago kent hij een rijke Chinees die toen al een boot wou kopen om de hemel in vuur en vlam te zetten.

67 10 Mei 2006
We mogen dan besloten hebben om half juni dramatisch met een megafeest af te varen, we weten nog niet waarheen. De hele week al wil ik de havenmeester van Formentera bellen in de hoop dat hij dezelfde is als zeven jaar geleden en om te vragen of ie misschien weer de helft van zijn kade voor ons wil reserveren. Zo klein als het eiland is, zo groots was toen de ontvangst. Dit is de allermooiste plek in de ruime omgeving en lijkt ons ideaal om de première te combineren met de publieke generale repetities die we zo hard nodig hebben. Het wordt een zomertour vol eilanden en dat is de beste bestemming die denkbaar is. Hoe verder en kleiner hoe beter. Voor het continent is de zee alleen interessant want zon en strand maar voor een eiland is de haven levenslijn en navelstreng. Het eilandgevoel is het gezamenlijke besef met zijn allen met elkaar opgescheept te zitten en dat hebben we zelfs op Texel ervaren toen we er aangeland waren. Maar ik hoefde de havenmeester niet eens te bellen. Een der Formenteranen kwam met de ferry in Barcelona aan, herkende vanaf het achterdek ons scheepje en zette spontaan een ontvangstcomité op inclusief burgermeester en wethouder. Dat komt wel goed. Deze week toch weer een theaternacht georganiseerd, aan wal. Al komt de poen nog zo snel, het gat, het gat, daarin verdwijnt het wel.

68 Woensdag, 17 Mei 2006
Mijn stadsfiets werd gestolen, tegenover de chique tent in het gotisch centrum waar ik kaviaar at. Gestraft! Ze was een goedgeolied barrel, een trouw vrachtwagentje dat feilloos de weg naar beneden de havens vond. Nu ben ik veroordeeld vooroverbungelend op mijn bike de boodschappen op het stuur te balanceren terwijl ik op zoek ben naar de handrem. In Amsterdam keek niemand om naar het lelijke eendje maar in Barcelona staan fietsen zonder zadel geparkeerd want die zijn of gestolen of uit voorzorg meegenomen in het restaurant. Aan boord ondertussen de stille voorbereidingen op de tour. We pompen de bilge leeg in een groot separatievat en zelfs de vloer van de vetput, oftewel de motorkamer, krijgt een lik verf. The show must go on. We zoeken nog een acteur maar de veteraan-matroos die cameraman is staat al te popelen. Hij schrijft het zomerlogboek dat door de verrekijker te zien is, de virtuele schaduwreis die iedere week een paar minuten duurt en iedereen op het web kan volgen. Verleden jaar was dat op tramlijn tien te zien en nu schijnt het dat we dat hier op TV kunnen vertonen en daar zelfs een beetje geld voor krijgen. Op de kade nieuwe buren, een houten visserman van twintig meter die een nieuwe motor in zijn scheepje hijst. Ik sta verbaasd over zijn optimisme want de advocaat die de visserscoöperatie wanhopig verdedigt vertelde laatst dat hun haven plaats moet maken voor een nieuwe toeristenboulevard. En de vis is ook niet meer wat ze was. In november hebben ze nog met zestig scheepjes de haventoegang van Barcelona geblokkeerd, voor een lagere dieselprijs. Ze willen geen document ondertekenen om te beloven dat ze dat nooit meer de haven doen…

69 24 Mei 2006
Om van een eenspersoonsbenedenmodaal inkomen een theatercollectief te voeden en wereldtheater te runnen blijft lastig. We hadden net in het schip van de buren een pompeus afscheidsfeest gepland maar dat viel in het water. Daar konden 800 man in en de kaartjes van de voorverkoop lagen al klaar. Hun schip had voor de verzekering naar de werf gemoeten en onverzekerd moeten ze al hun feestjes opschorten. Dus nu plan B verzinnen. De eerste bestemming is het droomeiland Formentera maar dat is twijfelachtig omdat de haven zo klein klein is. Dan helpt de uitnodiging van de Burgemeester niks. Dan moeten we naar Torredembarra of Badalona of een ander gehucht om de premiere te vertonen. Daar repeteren we voor. De nieuwste acteur is Hector, uit Valencia. Daarmee zijn we met zijn vijven. Dan zijn Lucille en Cleonte de poppen die als acteur meegaan en Gaspar en Johanna als het scheepsorkest. Het stuk bestaat uit drie korte familiedrama’s. Het seizoen is alweer een paar weken bezig en komt langzaam op gang. Er is dan ook een lange weg te gaan. Ik weet zeker dat we op dit moment hartstikke welkom zijn in China, Japan en ook nog Korea maar dat gaat zeker zeven jaar duren. Er zijn onderweg namelijk nog zoveel mooie landen en kansen dat je toch nog het gevoel houdt haast te hebben..

70 31 Mei 2006
Iedere morgen staan Wodka en Spuma, de zwarte en witte scheepskat, te wachten wie het eerst wakker wordt. Dat is nooit voor negenen want dan pas klimt de zon over de loods heen en krijgen we gepast de koffie in het ochtendzonnetje. Er zijn nog maar twee weken over voor ons zelfopgelegd vertrek. Er zijn ook nog twee weken om uit te vinden waar we heen varen. We zijn dan weliswaar officieel in Formentera uitgenodigd maar moeten dan iedere nacht na de show meteen op zee en op anker. Dank je de koekoek. Ik moet toegeven dat we op de zottenschuit best een beetje ankerroutine kunnen gebruiken. Maar we zijn de sterren van de haven en niet van de zee. Die uitnodiging incasseren we wel op de terugreis in het naseizoen. We keren naar Barcelona terug om deel te nemen aan de Merced, het meest dolle feest dat de stad kent. Ze hebben ons eindelijk in de gaten, de culturele autoriteiten. En passant houden we de illusie hoog van Victor’s verblijfsvergunning. Want dat is de reden waarom we niet kunnen overwinteren in Istanbul waarvan de geruchten voorspellen dat een onderwater nachttheater razend populair zal worden. Van de week kwam weer een nieuwe buurman in onze dorpsstraat, een houten visserman van 15 meter. Hij blijft nog een week logeren en gaf ons een zodiak cadeau die hij een keer van zee had opgevist. Die kunnen we met onze compressor opblazen en daarmee hebben we eindelijk een veilig en zeewaardig bijbootje. Wie steeds vaker langskomt, is de Indiase kapitein van een opgelegde roestbak uit Freetown die een dorpsstraat verder ligt afgemeerd. Dat schip heeft een hoogst dubieuze Libanese eigenaar en zal nooit meer varen. Die kapitein heeft al maanden geen salaris gezien en wil wat zakgeld door een paar ton diesel over te hevelen. De prijs is langzamerhand gezakt tot onder het niveau van de gesubsidieerde vissers. De bunkers zijn leeg en zo is de scheepsk

71 Woensdag, 7 juni 2006

Ter inspiratie raadpleeg ik regelmatig mijn oude Bos-schoolatlas. Het halve continent moge dan veranderd zijn, het blijven mooie momenten daarin te bladeren en te mijmeren over waarheen te varen. Quo vadis? Zo bleek de koers naar Pantelleria en Malta pal langs Tunesië te lopen en kunnen we zonder extra brandstof een heel andere cultuur verkennen. Een beetje surfen op internet leert al snel dat iedere stad wel een zomerfestival heeft. Wordt vervolgd. Ook vervolgd worden de repetities die we bijna dagelijks en vaak buiten op de kade houden. Dan komen ze kijken, de buren van de scheepjes en van de reparatiewerkplaatsen. We hebben de giek helemaal omhoog gedraaid en daaraan een grote aluminium constructie bevestigd voor de trapeze. Dat ziet er stoer-industrieel uit. Maar op dek staat ook een antiek familiebed uit een van de verhalen van de voorstelling en dat brengt meteen mysterie. De koelkast wordt flink op pijl gehouden door drie vriendinnen uit Amsterdam die even logeren zijn. Een was altijd onze grimeuse en een ander is een beroemde DJ die de hele wereld afreist. Zij bracht een spannend verhaal mee over onze illustere voorganger de KW171, ook wel de gekkenlogger genoemd. Dat was een Katwijker haringlogger die in 1915 op de Noordzee door een collectieve godsdienstwaan getroffen werd. Ze hoorden “schoon en zuiver blazoengeschal” en dachten dat het Einde der Tijden was aangebroken. Van het derde bemanningslid dat ze in mootjes hakten zeiden ze “de duivel heb harde poten”. Ze gooiden zeilen, blokken en reddingdsvlot overboord want waren er zeker van naar het hemelsche Jeruzalem te varen. Zo bont maken we het niet. Zodra we naar Timboektoe of Madrid opstomen mogen ze ons ook in een gekkenhuis opsluiten. Maar in Moskou zijn we zowat al geweest We hadden alleen maar de masten hoeven door te branden om ze na afloop weer vast te lassen. De Minister van Cultuur had ons uitgenodigd maar de Minister van Defensie zei net.

72 Woensdag, 14 juni 2006
Het werd een knetterend afscheidsfeest. Bij zonsondergang zwaaide Mercedes met haar vriendinnen in de stellage boven dek. Om drie uur s‘nachts verplaatsten we de entree naar het hek van de haven dat we als Petrus bij de hemelpoort moesten bewaken. In de tuin en op het penthouse van het achterdek zaten wel vijftig feestgangers. AnaMontana was voor haar sappige nummers uit Amsterdam overgekomen. Een etmaal later doken de laatste badgasten in zee en schrobden we het dek. Er stond een fris briesje. We kennen genoeg diesel kopen om naar Egypte te vertrekken. Alleen vertrekken we niet. We hebben niks om naar te vertrekken. Ik heb wel honderd brieven verstuurd en er zijn nog maar twee contracten. Voor dat van Malta moest ik dezelfde brief wel driemaal versturen voor ze hapten. Dus vertrekken we pas over twee weken. Die hebben we hard nodig voor de repetities. En dus op 24 juni weer een afscheidsfeest. Dat is de dag van Heilige Jan en dan daalt over Catalunya een collectieve dwaasheid neder. Dan maken ze overal kampvuren, steken vuurwerk af en springen massaal dronken in het water. Dan hebben we de duivel nodig om ze eruit te trekken. Ondertussen krijgen we wel een contract met het Catalaanse net van locale TV-stations. Een logboek van dertien afleveringen van drie minuten. De ster is Dario, het achtjarige zoontje van Mercedes, door wiens ogen we de wondere wereld van de zottenschuit laten zien. Drie euro per seconde. We kunnen ons niet vervelen. Het is nou bijna een jaar geleden dat we uit Amsterdam vertrokken en eindelijk heb ik mijn klompenkast uitgeruimd. Een dozijn klompen was zo versleten dat ik ze, voorzien van aarde en een kleine cactus, uitdeelde aan jarige vrienden en aan de tuinier van het achterdek. Ik heb nog elf paar over. De pronkklompen zijn die met hoge hakken, die een met een enorme krulneus, de pantoffelklompen bekleed met blauw nepbont en die met stropdas. Het merkwaardige is dat ik negen linkerklompen over heb die alle in uitstekende conditie verkeren. Zou ik zo scheef lopen? Ik bewaar ze maar, voor als mijn rechterklomp breekt. Dan heb ik een ruime keuze aan alternatieven.

73 Woensdag 21 Juni
Het is allang hoogseizoen en we zijn dan ook hard bezig met de repetities. Het wordt een familietheater want we willen de hele familie op de tribune. We maken dan ook drie familiedrama’s. Het eerste is een verhaal van Robert Alajmo die meer dan tweehonderd dorpsgekken in Palermo beschreef. Dit gaat over een echtpaar wiens twee zonen naar Australia geemigreerd zijn. Mamma maakt nachtelijke tochtjes door de bergen, Pappa wordt jaloers en Mamma valt van de berg, Waar gebeurd. Dan is er het echtpaar van Tim Burton. Vrouwlief doet het met de keukenmixer en krijgt een robotzoon. Drama. Het derde verhaal is een klucht van Moliere, “De Vliegende Doktor”, die een jonge maagd binnen vier minuten het bed inkrijgt om haar te redden van een huwelijk met een stokoude rijkaard. Dit stuk is vol dialogen die we uit het hoofd moeten leren in het Italiaans, Engels, Spaans en als we naar Tunesia gaan, ook nog eens in het Frans. We zullen trouw de vorderingen melden en natuurlijk ook de reacties van het publiek. Onze scheepskat Spuma heeft haar eerste drie jonkies. Twee ervan zijn even wit en pluizig als zij, de derde verraadt met zwarte vlekken het vaderschap van een zwerfkat op de andere kade. We weten precies hoe we ze moeten kwijtraken. We laten ze in Malta en Sicilia vrolijk onder de tribune spelen en dan wil ik die Mamma nog zien die de smeekbeden van hun kinderen kan weerstaan..

74 Woensdag, 28 juni 2006

Het Spaanse woord Botellón betekent zoiets als “grote fles” maar wordt gebruikt voor de collectieve drinkpartijen die hele groepen jongeren in een guerrillatactiek met de politie op openbare pleinen houden. Maar met het feest van de Heilig Jan wordt het drankverbod officieel opgeschort en loopt het strand vol met uitgelaten feestgangers die in verschillende stadia van ontkleding in zee duiken. De sfeer blijft vrolijk maar toch zijn we blij ons allerlaatste afscheidsfeestje een weekje uitgesteld te hebben. Op 5 Juli vaart de Zottenschuit uit. Er zijn heden drie eilandjes die ons welkom heten. Ik val iedere dag vanuit de Pakistaanse telefoonwinkel Siciliaanse wethouders en burgemeesters lastig. Dat is beter dan de Marokkaanse winkel. Daar wordt ik weliswaar als oude vriend binnengehaald (want herkend uit Al Hoceima) maar sommige van die Marokkanen praten zo hard dat het lijkt of ze eeuwig een erfenis verdelen. Dan wordt het een soort driehoeksonderhandelingen met de telefoonkooi ernaast. Sinds de burgemeester van Giardini Naxos me “Commandante” noemde heb ik dit als geuzenaam overgenomen, want dat werkt beter dan “Capitano”. De wereldpremière vindt plaats op woensdag 12 Juli in Pantelleria. We hebben net de Italiaanse vertaling binnen. Voor sommige van onze acteurs is het Italiaans een onbekende grootheid. Het is verassend hoe actueel de tekst van “Das Narrenschiff” blijft. Dat boek werd in 1494 gepubliceerd en ik heb er een paar regels van vertaald:
Geloof niet dat wij alleen de zotten zijn
Wij hebben broeders groot en klein
In alle landen, overal
Is eindeloos ons zottental.
Wij zoeken naar havens en steden
En hebben niks om te besteden
We varen rond met averij
En komen niet het land nabij.
We hebben ook nog veel kompanen
Trawanten en ook courtisanen
Die onze boot steeds nagezwommen
Op ’t laatst aan boord nog zijn geklommen.
Wie slim is gaat meteen aan land
Zotten hebben allang de overhand.

75 Woensdag, 5 juli 2006

Voor de traditionele voorjaarsbeurt kwam de machinist uit Amsterdam overzetten. Dat betekent dat het serieus gaat worden en dat we gaan varen. Het kost moeite om de honderdtachtigduizend kilo op gang te krijgen maar als ze eenmaal gaat is er geen houden meer aan. De machinist heeft de reputatie dat hij iedere motor aan de praat krijgt en bewijst dat al jarenlang. De keerzijde is dat daarmee zijn ambitie ophoudt zodat we ook al jarenlang met ijzerdraad en geïmproviseerde flensen het zaakje bij elkaar houden. Maar hij verklaart ons weer zeewaardig. We hebben de schreepsschroef schoongekrabt en zelfs de gigantische scheepshoorn aangesloten die ik ooit in Galicia op de kop had getikt. Daarmee kunnen we als een oceaanstomer van Barcelona afscheid nemen. En weer was het allerlaatste afscheidsfeestje een groot succes. Driehonderd fans. Met een bom duiten zijn we bij de buren gaan shoppen, bij de Indiase matroos die in zijn eentje de opgelegde roestbak uit Free Town bewaakt. Hij krijgt noch salaris noch geld om te eten, dus verkoopt hij olie, oliefilters, accu’s, blauwe verf, wat kleingoed en vooruit, nog maar een tonnetje mazout. Het lijkt alsof je een bestelwagentje in de supermarkt mag volladen. Schoon schip. De bemanning is voltallig: zes acteurs, twee musici, de zevenjarige Dario en de vijf scheepskatten. De laatste twee avonden blijven we koortsachtig repeteren. Het volgende bericht komt, zon en weder dienende, uit Pantelleria, vier dagen gaans.

76 Woensdag, 12 juli 2006
Molo Cidonio, Pantelleria. 36 °50’067’’ Noorderbreedte, 011°56’328’’ Oosterlengte.
Van de koortsachtige repetities voor vertrek bleef alleen de koorts over. Bij Robbie werd een rotte kies getrokken, bij Erik een verstandskies, Mercedes kreeg een wortelkanaalbehandeling en zelf werd ik in de holte van mijn voorhoofd bezocht door een sinusitis. De crew was niet zeewaardig en dat werd niet beter toen we van wal staken. Het briesje stond dwars zodat de barkrukken weer door het ruim vlogen. De nieuwe matrozen werden collectief zeeziek. Zulks smeedt een groep. Ik moest een omgedraaide bezemsteel in mijn bed steken om niet meer met matras en al op de vloer te belanden. Dat was me nog nooit overkomen. Dat kwam door de nieuwe matroos Hector die meteen veertig graden uit koers ligt zodra hij het roer in handen krijgt. Zelfs de Amsterdamse machinist, die toch de eigenaar is van de voormalige SCH195, kwam vloekend met hoofdpijn uit zijn kooi. Hij voer twintig uur mee tot het stadje Ciutadella op Menorca om met lijf en leden te bewijzen dat alles bleef werken. We hebben hem daar in anderhalve minuut van boord gekregen, precies voordat we er weer uitgesmeten werden. De havenmonding is niet breder dan het schip lang is en hoe we er konden keren blijft een raadsel. Matroos Mario belooft meer. Terwijl hij aandachtig in de snikhete motorkamer de instructies volgt om de kleptuimelaars en klepstoters te smeren draait ie zich tot tweemaal toe af om in de bilge te kotsten. Dat is pas motivatie. De volgende dag ging de wind liggen. Op de vierde dag voeren we langs een paar Tunesische rotsklompen en snel kwam Pantelleria in zicht. Een dorp van achtduizend zielen. Het was zondag en de havenmeester kwam helemaal vertellen dat de wethouder zijn huiswerk niet goed gedaan had. Toestemming voor de tribune? In de nacht begon het hele eiland te toeteren. Ze bleken de cup gewonnen te hebben. Snel hebben we onze nieuwe scheepshoorn laten galmen en wat oude noodseinen afgestoken. Iedereen vrolijk.

77 Woensdag, 19 juli 2006
Molo Sidonio, Pantelleria, 36 °50’067’’ Noorderbreedte, 011°56’328’’ Oosterlengte.
We zijn in het paradijs beland. Acht bij dertien kilometer. Geen industrie, geen stranden, geen toeristen en geen auto’s dan een boel Fiat Pinda’s. Kristalhelder water. Ze zeggen dat Armani hier iedere zomer met zijn jacht langskomt maar dat het onze veel mooier is. Voor onze tuin op het achterdek brengen ze mint, basilicum en kruiden. Het is hier de hoofdstad van de kappertjes. En geen burocratische problemen om de tribune op te zetten. Dat is het voordeel van een eiland dat ver van de bewoonde wereld drijft. Alleen de SAIE (spreek uit: CIA) werd een hele kluif. Dat is de een soort van geprivatiseerde Bumra die altijd in de mooiste huisjes met airconditioning huist. We noemen ze de ‘artiestenpolitie’ die de rechten van de artiesten innen, zelfs als alle tekst en muziek van onszelf is. Eerst zat hij te vloeken dat zijn computer iedere keer op tilt sloeg als hij ons verzonnen BTW-nummer probeerde in te voeren. Na een uur suggereerde ik hem de nota ouderwets met de hand uit te schrijven. Hij kwam tot een bedrag van 69 euro per voorstelling en het duurde nog anderhalf uur voor we gezamenlijk op een bedrag van 40 euro per vier voorstellingen uitkwamen. Dit is belangrijk voor ons want het geeft de maat voor de volgende steden. En zonder CIA geen voorstelling. Toen ik even later met geleend geld terug kwam was ie met zijn familie aan het eten en werd ik op de pasta uitgenodigd. Het halve eiland daalde op de première neder. Op de kade was speciaal met linten een parking afgezet waar meer mensen waren dat op de tribune pasten. Het leek wel een zondagmiddagmarkt waar oudjes, ouders en kinderen vergeefs een glimp van de zotten probeerden op te vangen. De wethouder was zo slim geweest om de entree gratis te maken en kwam glunderend zijn politiek kapitaal ophalen. Na de voorstelling moesten we eindeloos handtekeningen zetten. Op de vierde dag kwam de havenmeester langs om te zeggen dat we niet meer in het kristalheldere water mochten zwemmen. Een Tantaluskwelling. Hij is een soort van lokale admiraal want de havendienst is militair. We hadden systematisch het gebod genegeerd van zijn talloze ondergeschikten in glimmend witte matrozenpakjes. Hij dreigde met duizend euro boete. Ik probeerde nog te onderhandelen met duizend lire want dat hebben we er best voor over. Maar we houden hem te vriend want hij moet de admiraals bellen van al die andere paradijselijke eilandjes. Door de hitte heb ik mijn huiswerk niet gedaan en weet nog niet waarheen te varen. Of blijven we nog een weekje? We zijn gaan zwemmen in “De Spiegel van Venus”, een vulkaankratermeer dat zijn naam alle eer aandoet. Het ruikt er zoetig naar rotte eieren.

78 Woensdag, 26 juli 2006
Molo Leonardo, Favignana, 37 °56’ Noorderbreedte, 012°19’555’’ Oosterlengte.
Het was maar goed dat we geen afspraak elders hadden want zo kregen we de kans ons uitgebreid te laten fêteren. De Pantesken, want zo heten de Pantellerianen, zijn net zo fruitig en koppig als hun Panteske wijn, die we al gauw uit zestig-liter vaten tapten. Uit dankbaarheid goten ze ons vol in bar en discotheek, ze mesttten ons vet in een chique restaurant op de vulkaanhelling, ze sleepten ons mee naar hun zwembad, naar een stad uit de vroege bronstijd, op een vaartochtje rond het eiland, naar hete geisers en naar een grot met heetwaterbronnen, Het bruist en borrelt op Pantelleria. De grot lag aan zee en het verhaal gaat dat Odysseus daar tien jaar lang werd betoverd door Calypso terwijl zijn bemanningleden als tevreden zwijnen doorknorden. Het was maar goed dat we konden vertrekken. De volgende bestemming is Favignana, een paradijsje van drie bij zeven kilometer. Tien uur varen. Voor de aardigheid vertrekken we bij de avondzon om bij het ochtendgloren aan te komen. Ring the bells. We namen afscheid van de wethouder die ons overlaadde met complimentjes en bezwoer om terug te keren. Weer tien miljoen lire. We namen afscheid van de admiraal die eigenlijk gewoon een ‘marechiallo’ is, een soort maarschalk dus. Hij had een strategisch telefoontje naar zijn collega in Favignana geplaatst. Om in zijn kantoor te komen mag je de klompen aan de Franse vlag afvegen. Dat is een strafschop verschil. Hij wou persé een foto van mij maken en dus nestelde ik mij achter zijn buro, klemde drie telefoons tussen mijn oren en schouders en met opgeheven armen, maar de handjes naar beneden hangend, verbeeldde ik de Italiaanse Marine. Die kan je een gevoel voor humor niet ontzeggen..

79 Woensdag, 2 augustusi 2006
Molo Ex Sirena, Ustica, 37 °42’485’’ Noorderbreedte, 013°11’8’’ Oosterlengte.
Favignana is een prachtig eilandje vlakbij Sicilie maar alle drieduizend inwoners moeten zwoegen om het veelvoud aan dagjesmensen uit te melken. Wij misten de routine van de overvolle tribunes en moesten zelf ook ploegen om de tribune ten minste halfvol te krijgen. Hoewel, dit probleem loste zich vanzelf op want met zes acteurs en twee muzikanten blijft er niemand over om de toegang te bewaken en aldus kwam alsnog iedereen binnen. Dit beschouwen we als een politiek cadeautje om de volgende keer een officiële uitnodiging te krijgen. Hoeveel mooier is Ustica! Dit zotteneiland, zoals ze zelf zeggen, ligt zo’n zestig kilometer ten noorden van Palermo verdwaald te wezen. Met duizend inwoners is het een hechte gemeenschap die ons als een langverwacht familielid onthaalde. Hier werden we weer het volkstheater waarin jong en oud een lange rij vormt om zich te laten wegen. Kassa. Het probleem van de zwartkijkers loste zich op omdat het zwart zag en er geen pek overbleef. Ze krijgen misschien niet de komische hilariteit die ze verwachten want in onze drie familiedrama’s wordt flink wat ruzie gemaakt. De grootste uitdaging is nog wel de klucht van Molière, een klassieke draak in potjesitaliaans. Dit is dan weliswaar het thuisland van de commedia dell’arte maar we zijn drie eeuwen verder. Het mooiste moment uit de voorstelling is wanneer de dokter de metershoge vagina onthult van mevrouw Smidt waaruit vervolgens Robot Boy wordt geboren. Ik speel het behang en kan door een kiertje het publiek observeren. Vooral de vrouwen zijn gefascineerd. We worden getrakteerd op applaus en complimentjes en ook op lokale tomaatjes, aardappelen en potjes bramenjam. De slager is een communist en een vriend en worst krijgen voor de halve prijs. Ik heb ook nog een boel vriendjes gemaakt die elke dag geduldig wachten tot ik weer met mijn verfkrabbertje het onderwaterschip te lijf ga. Je ziet klaarhelder de bodem op dertien meter en ik zwem dan tussen duizenden kleine zwarte visjes die zich te goed doen aan het beste van de Italiaanse keuken: de schelpjes en mosseltjes die zich niks meer aantrekken van de anti-fouling die we er bijna drie jaar geleden op de Scheveninger Hellingwerf zaliger opgesmeerd hebben.

80 Woensdag, 9 augustus 2006
Messina, 38 °11’447’’ Noorderbreedte, 015°33’536’ Oosterlengte.
De oude haringlogger is in al die kleine eilandjes steevast het grootste jacht dat bovendien als enige over de volle lengte mag afmeren en dan met de tribune een flinke voortuin op de kade afzet. Ze krijgt soms het liefkozend complimentje van de “bulldozer”. Niet dat er nooit problemen zijn want toen we uit Favignana vertrokken kuste de kadeboer van blijdschap zijn kade. Op zijn plek kunnen normaal wel zes chique jachten liggen en de hele week lang had hij geen cent havengeld kunnen beuren omdat zotten daarvan zijn vrijgesteld. In Ustica kregen we het privilege van de plek van de waterboot maar als de waterboot water kwam brengen moesten we op zee gaan spelevaren. Daar hebben we het bijbootje uitgezet en een statieportret van de bulldozer gemaakt. Op Salina was helemaal geen plaats. De commandant liet alle hoekjes van de haven zien en moest met grootse gebaren van spijt ons weer laten gaan. Toen gaf de radio een stormmelding en hebben we haastig een toevlucht gezocht in de haven van Messina. We wisten dat die groot genoeg was want tien jaar eerder waren we ook al eens komen aanzetten. Toen was het October en stormde het echt en kwamen we in negen dagen uit Israël om met een scheepskas van 25 gulden zes maanden op Sicilië te overwinteren. Maar deze keer kwam niets dan een zuchtje wind en een verfrissende onweersbui en gebruikten we onze tijd voor onze gefantaseerde TV-reportage in dertien delen. Met pruiken en XVII-de eeuwse kostuums de berg op!

81 Woensdag, 16 augustusi 2006
Wharf St. Angelo, Malta, 36 °53’521’’ Noorderbreedte, 014°31’157’’ Oosterlengte
Van Messina naar Siracusa en vandaar naar Malta, het lijkt wel alsof je dwars door de geschiedenis ploegt. De kathedraal van Siracusa wordt gesteund door de Dorische pilaren van de Griekse tempel. Het is augustus en er gebeurt niet veel. We doen zelfs geen moeite om een vergunning voor de voorstelling te krijgen. Voor ons verzonnen TV-logboek kopen we in pyjama vis en fruit op de markt van Siracusa. Er komen mega-cruises langs waaruit honderden Amerikanen in bussen worden gepropt. De meest avontuurlijken onder hen zwaaien met dollarbiljetten en schreeuwen “Can we pay with dollars?”. Zelfs de gevreesde Maffiaanse taxichauffeur stamelt beteuterd van niet. De crew is versterkt met een actrice uit Valencia, een violiste uit Andorra en een gitarist uit Sicilië. Er is eindelijk weer een scheepsorkest! We repeteren in het Engels, voor ons nieuwe Maltese publiek. Blijkt dat ze daar pidginengels spreken. We moesten zeventien uur ploegen om er te komen. Weer een briesje dwars. Het scheepsorkest heeft nog geen zeebenen. We werden opgewacht door een dinghy van de ‘Grand Harbour Marine’, de meest chique jachthaven van Malta. De directrice, die goed Engels spreekt, vond onze kostuums faantaastisch maar vroeg of we onze lakens wilden wikkelen om de autobanden die we gewoonlijk overboord hangen om de kade beschermen. De bulldozer zelf kan wel tegen een stootje. Ze was bang voor zwarte vlekken op haar splinternieuwe kademuur. We liggen afgemeerd pal onder het fort van St. Angelo, van de Maltese kruisridders die konden drinken als tempeliers. De werknemers van de Grand Harbour hebben geen goed woordje over voor de dure jachtkapiteins. Ze vertellen over het beleg van de Turken in 1565 alsof dat dertig jaar geleden was. Alsof we op de Costa Brava over de tachtigjarige oorlog beginnen. Ze slaan hier een kruis voor ze in de bus stappen. De bus zelf heeft als bestemming “Jesus Is The Way”. “The King of Ice Cream” heet Mario en heeft ons al meteen ontdekt. Hij komt iedere avond om acht uur langs. In zijn bus dirigeert Jesus de wijzerplaat. Voor de persconferentie op maandagmorgen kwamen drie nationale TV-stations. We hopen maar dat de Maltees ons familietheater ontdekt. De laatste Jesus-bus naar het centrum vertrekt voordat de show is afgelopen..

82 Woensdag, 23 augustus 2006
Gelukkig hebben de Maltezers ons ontdekt en kwamen in grootfamilie aanzetten inclusief oma met de kinderwagen. Il heb ze allemaal persoonlijk gewogen, in totaal 70.878 kilo. Dat weten we precies door de entreegelden op te tellen en door twee te delen. Ik schat dat de logger minstens dubbel zo zwaar is. De uitgekiende routine is om iedere vrouw een paar kilo’s cadeau te doen. Dan willen ze onze ‘magische’ weegschaal wel kopen of ruilen. Het “eilandeffect” bleek te werken, dat van een gesloten gemeenschap dat elkaar het nieuws doorgeeft dat er een vreemd schip geland is met een stel rare vogels waarmee je kan lachen. Hierbij werden we natuurlijk flink geholpen door paginagrote krantenartikelen, een mooie recensie en de TV. Je bent meteen van een andere planeet als je van de TV herkend wordt. We moesten alle banken bijzetten en nog verkochten we op het laatst staanplaatsen. Niet dat het hiermee ”The Perfect Show” geworden is. Nog steeds weigert het publiek van uitzinnigheid door de tribune zakken. Als de hele setting van fort, kade, tribune, weegschaal, schip en dwaas een negen+ oplevert, dan komen we met een ruim voldoende mooi weg. Wel hebben we in deze korte zomertour de basis gelegd voor een show waarom festivals zullen smeken. Wat we bereikt hebben is een hechte crew, inclusief een scheepsorkest dat bereid en in staat is de sterren van de hemel te spelen. Maar dat is voor volgend jaar. Er zijn misschien nog een paar eilandjes op de terugweg. We gaan zeker nog filmen in het fort van de kruisridders of in een verloren Griekse tempel. De koers voor volgende week moeten we nog uitzetten.

83 Woensdag, 30 augustus 2006
Banchina Cristoforo Columbo, Marsala, 37 °47’37’’ Noorderbreedte, 012°26’218’’ Oosterlengte.
Bij de laatste voorstelling op zondagavond waren vijftien plaatsen gereserveerd voor de familieleden van de secretaris van de president van Malta. Als gewoonlijk is de secretaris belangrijker dan de president en de familie van de secretaris belangrijker dan de secretaris. En dus deed ik na afloop van de voorstelling een beroep op het publiek dat we van Malta houden, dat we er trots op zijn zo warm onthaald te worden maar dat we dolgraag naar het eilandje Gozo willen om ook de Gozianen de show niet te onthouden. Het publiek antwoordde volstemmig dat we bij de Minister van Gozo moesten wezen, dat zij dat wel voormekaar zou krijgen en toen wisten wij dat de Minister dat nog dezelfde avond te horen zou krijgen. En vanaf maandagmorgen voerde de secretaris van de Minister van Gozo een heldhaftige strijd om er een plekje te vinden. Want in het kleine haventje overnachten de ferry’s en het kost wel 2500 euro per nacht om ze naar elders over te brengen. Uiteindelijk kregen we twee nachten maar dat is niet voldoende om het hele circus in en uit te klappen. En zo keerden we naar Sicilia terug. Wel hadden we de kans gekregen de bunkers met ouderwets goedkope diesel te vullen. Geen betere ballast dan een flinke slok diesel. Eindelijk staat het roer weer onder water! We kwamen omstreeks middernacht te Sicilia aan waar een ontvangstcomité van 22 volwassen kerels met scheurende auto’s, pistolen en zaklantaarns een Amerikaanse krimi wilden naspelen. Ze wilden persé de scheepskluis openen maar ik heb geen idee hoe dat gaat. Zij evenmin, nadat ik ze de sleutels en een gebruiksaanwijzing in het Engels gegeven had. Ze stelden wat lastige vragen over een fictieve scheepsverzekering en dito technisch scheepsrapport maar binnen het halve uur hadden we ons stevig genesteld in onze nieuwe woonplaats. Er waren er een paar die ons herkend hadden van 10 jaar geleden, toen we in het naburige Trapani optraden. Dit stadje heet Marsala en is de hoofdstad van de Siciliaanse wijn. Iedereen komt langs om te vragen wanneer de show begint. De kokkin van het megajacht dat ook al in Malta onze buurman was vroeg of ze bij ons kon komen werken. De koers voor volgende week moeten we nog uitzetten.

84 Woensdag, 6 September 2006
Pontile Vittorio Veneto, Palermo, 38 °07’688’’ Noorderbreedte, 013°22’129’’ Oosterlengte.
De schuit is naar Palermo opgestoomd. Dat was een gok want negen jaar geleden was de Burgemeester een grote fan die ons met een orkest en een zak duiten uitzwaaide. Nu is de stad weer stevig in de greep van een maffiose malaise. Maar het wonder geschiedde. Na een Driedaagse Burokratische Oorlog kregen we alle vergunningen voor de plek, tribune en show. Er waren negen commissieleden die op de snikhete tribune-in-aanbouw twee lange sessies verduurden. Wat begon met een openlijke onwilligheid veranderde geleidelijk in een vrolijk- Siciliaanse gezelligheid. Dat moet een kollectief Stockholm-syndroom geweest zijn waarin we allen de Gevangenen waren van de Procedures. We zaten in hetzelfde schuitje en wij waren de kapers. De laatste handtekeningen werden gezet een paar uur voordat de persconferentie en eerste show zou beginnen. Er kwam een enkele journalist opdagen. Maar de rij om gewogen te worden werd iedere nacht zo lang dat tientallen toeschouwers moesten afdruipen. Ze kregen allemaal een kaartje om voor de volgende dag de rij te mogen omzeilen. De koers voor volgende week moeten we nog uitzetten. Maar we willen niet weg. Bij de laatste voorstelling op zondagavond hebben we een groot bord opgehangen met “MISSCHIEN NOG VIER VOORSTELLINGEN”. Zo weten we zeker dat Questura, Prefettura en Havendienst maandagmorgen in alle vroegte op de hoogte zijn. Deze week dik veertigduizend kilo Palermitaan.gevangen, elf centen per kilo. Er zit nog vis zat hier

85 Woensdag, 13 September 2006
Diga Foranea, Castellammare del Golfo,
38 °02’121’’ Noorderbreedte, 012°52’914`’ Oosterlengte.

We mochten van onze oude vrienden de Kustwacht niet een weekje langer in Palermo blijven. Dat scheelt vier overvolle zalen oftewel een halve werfbeurt. Toen zijn we maar opgestoomd naar Castellammare del Golfo, letterlijk “Het Zeekasteel aan de Baai” en hadden nog niet afgemeerd of de kinderen vroegen al wanneer de show begon. Hadden we niet juist zin in een paar dagen zon, zee en zaligheid? Maar we konden de Stem van het Volk niet weerstaan en zo scheepte ik me weer in voor wat de Tweede Driedaagse Burokratische Oorlog zou worden. Deze was veel dorpser. Het begon met de commandant van de Kustwacht, een ventje met aanleg voor zweten die briesend verklaarde dat hij nooit toestemming voor een show zou geven omdat een jacht niet met winstoogmerk mocht werken. Hij wist al dat we honderd zeemijlen verder in Pantelleria een zak duiten hadden opgehaald. Ik moest hem uitleggen dat een culturele stichting het recht en eigenlijk de plicht had omzet te draaien en al snel hadden we het over oude visserschepen, Helsinki en Cuba. De volgende stap was een bezoekje aan de “Buitengewone Commissaris” van het stadje, een Romeinse playboy met grijze haren in okergoud maatpak. Hij heeft de macht in de stad want de burgermeester zit vanwege maffiaconnecties in de gevangenis. Zijn secretaresses, die het Volk vertegenwoordigden, duwden hem behendig door het dossier. De laatste stap leek een formaliteit: de politie op de hoogte brengen van de voorstelling. Maar daar zat een grijze muis die zo schrok van mijn oren dat ik snel zijn kantoor ben uitgerend. Dan maar een show zonder toestemming en, voor de zekerheid, zonder tribune. Met alle kratten, kisten, krukken, banken en planken die we aan boord hebben kunnen we ook nog honderd man een zitplaats bieden. Iedere ochtend om acht uur vaart de vissersboot uit en zingt de hele bemanning een serenade als ze langs ons varen. Dan draai ik me nog maar eens om. Ze hebben onze koelkast vol tonijn gepropt.

86 Woensdag 20 September 2006 Formentera Mar, 39 °44’029’’ Noorderbreedte, 01°26’159 Oosterlengte.

Arrivederci Sicilia! Je bent nieuwsgierig als altijd en gaf ons volle zalen. We kwamen met twee contracten en kregen zes steden. Dat belooft wat voor volgend jaar. En er werd ook een stevige oostenwind beloofd terug naar Spanje. Vier dagen pal in de kont. Een paar uur nadat we de laatste toeschouwers hadden uitgezwaaid zat alles alweer vastgesjord en zaten we op zee. Toen brak muiterij uit. De hondenwacht, die van vijf uur ’s-ochtends, raakte in paniek vanwege het gebrek aan drinkwater. Voor een slok water besloten ze koers te zetten 70 mijl noordelijker, naar Cagliari, de hoofdstad van Sardinia. Dat was een schitterend idee. Ik kende de namen van de lokale cultuurbonzen al uit mijn hoofd door de vele pogingen ze te bellen. We legden aan tegenover de “Stazione Marittima”, het Zeestation. Het is een beproefde strategie af te meren aan de ceremoniele paradekade pal in het centrum. Dan weet je zeker dat je alle aandacht krijgt. In Siracusa legden we aan naast het hoofdkwartier van de Kustwacht en uit alle ramen verschenen de glimmend-witte uniformen, nieuwsgierig en vrolijk. In de muil van de wolf, “in boca lupo”, zeggen ze hier. Dat zeggen ze ook tegen een acteur die het toneel betreedt. De directeur van het Zeestation kwam ook nieuwsgierig kijken en we reserveerden meteen een plekje voor volgend jaar. Maar de Kustwacht legde ons aan de ketting. Geen verzekering. De Nederlandse wet verplicht zulks toch niet? Het kostte veertig uur en een hoop losse administratieve flodders, beter dan fotoshop, om weer vrij te komen. Oef!! Vermoedden ze soms dat ze met tien acteur en een theater/nachtclub een paard van Troje binnenhalen? We zijn hem snel gesmeerd. Maar nu stond de wind heel stevig west. Weer werd ik door de hondenwacht gewekt omdat ze collectief het woord “Tropische Storm” op de radio dachten te horen. Ha! Het bleef nog dagen schommelen maar we bereikten veilig het paradijselijk eilandje Formentera, vlak onder Ibiza. Oude vrienden die ons op de kade toezwaaiden. Overmorgen de show.

87 Woensdag, 27 September 2006

Hoog tempo op Formentera. Zes shows voor de familie en tussendoor een nachtcabaret voor de lokale fleur. Die komt uit alle landen. Het is hier meer relaxed dan op Ibiza of Mallorca. We hebben zelfs geen enkele poster of flyer hoeven te maken. Je zit op het terras te bekomen, bestelt een koffie, slaat het “Dagblad van Ibiza” open en leest dat je een succes bent. Dat vermoedden we reeds. Van “Ibiza Havens” mochten we niet de hele tribune opzetten maar wel wisten we iedere keer voor honderdvijftig man de illusie van het theater te creëren. Het helpt dat we hier al eerder waren, dat er verschillende kranten en TV-crews langskwamen, dat Formentera in September zo klein en lieflijk is. In Mei zijn we weer helemaal welkom. Dat wordt dan het voorgerecht van een hele nieuwe en heel lange zomertour. Ik ben er ook achter hoe je de scheepskluis sluit – en opent. Daar prop ik de komende werfbeurt in. We kunnen nog een paar dagen relaxen. Weer paella eten bij vrienden. Een paar honderd liter afgewerkte olie uit de vetput scheppen. Wat filmshots schieten op een van de kliffen van het eiland. We weten ondertussen dat ons plekje in Barcelona nog vrij is. Daar stomen we zo meteen heen, dertig uur noordwaarts. We nemen een kleine Portugees als verstekeling mee die de boel schoon houdt.

88 Woensdag 4 October
Barcelona, Moll Llevant, 7, Barcelona, 41º22´11´´ Noorderbreedte, 002º11´272´´ Oosterlengte

Zeventien volle dagen op zee, tweeduizend zeemijlen, negen kilometer per uur, acht eilanden, dertig voorstellingen, tweehonderdtwintig ton publiek, ongetelde kinderen. Het belangrijkste is dat het volk met plezier naar de voorstelling dromt. Waar we waren zijn we weer welkom. Nog belangrijker is de toegewijde en talentvolle crew die dat voormekaar krijgt. Zes acteurs en een driemans-scheepsorkest. Ze komen uit Holland, Zuid-Afrika, Chili, Spanje, Andorra en Sicilië. Met zijn allen krijgen ze de schuit de volgende haven weer in. Nu zijn we doodop. En zo snel mogelijk zoeken we naar een thema voor de volgende show. Uit Malta hebben we Cagliostro meegenomen, een “Bedrieger” of “Impostor”. Daar speelde Molière, Goethe en Gogol al mee. Dat bekt lekker weg in het Spaans, Italiaans en Frans. Daarmee varen we dan van April tot November, van Barcelona, Beirut, tot Istanbul. Maar ze maken het niet gemakkelijk. Terug in Barcelona worden we omhelsd door de buren van het theaterschip NAUMON en door de krantenverkoopsters op de hoek van ons buurtje Barceloneta. De vrolijkheid is terug! Maar de kadepolitie staat te wachten om te zeggen dat we meteen moeten wegwezen. Hoezo? Waarheen? Dat was vrijdagmiddag. We zijn weer door de achterdeur binnengekomen. Hadden we door de voordeur gekomen, met een dozijn shows aan het havenfront, dan had de stad net als Palermo aan onze voeten gelegen. Maar daarvoor is diplomatie en geduld nodig. Daar grossieren we in. Voorlopig houden we de poot stijf. Op zondagnacht kregen we door stom toeval te horen dat de havendienst ons wil wegslepen. Een buurvrouw van een vriend werkt daar. Die nacht niet meer geslapen. Het was nog mooi op tijd naar vier kranten en twee TV’s een persbericht rond te sturen: SLEEPBOTEN TEGEN KUNST

89 Woensdag 11 October
Op maandagmorgen kwam geen sleepboot om ons weg te slepen en er kwam ook geen journalist om te kijken. Het hele persbericht bleek een schot voor de boeg. Op maandagmiddag kwam het bericht dat we donderdag weg moesten wezen. Op woensdagmiddag kwam het bericht dat we nog een maandje mochten blijven. Dat is een eufemisme voor een half jaar. De diplomatieke betrekkingen met de havenmeester zijn opgewarmd. Maar aan eind van de maand vertrekken we. Ik sprak de werfbaas van de “Broederschap van Vissers van Tarragona” want daar hebben ze een travel lift op acht wielen waar 250 ton opstaat. Die krijgt ons wel omhoog. Voor 450 euro zetten ze ons op de kant en dan mogen we het zelf uitzoeken. Eerst komt de zandstraler. Die straalt met harde euro’s. Het gaat alleen maar om die ene meter vrijboord, tussen dek en zeespiegel. We bidden dat er wat van overblijft. Dan vliegt onze lasser uit Polen over om de gaatjes te plakken. De verf hebben we al. De antifouling koop ik al voor de volgende werfbeurt in 2009 in Cuba. Daar hebben ze geeneens wasknijpers. Bij de lokale Hempel-dealer werkt een meisje die van feesten houdt en die 60% korting versiert. En dan hebben we nog tachtig liter blauwe verf van de roestbak uit Freetown. Die ligt hier ook nog steeds. Daarmee wordt de eerbiedwaardige logger een heusche blauwe schuit. Trouwens, die werfbaas leek wel in voor een geintje. Ik vermoed dat als je nog eens 450 euro schuift hij wel een rondje door Tarragona wil maken. Dan wordt dan de ommegang van de blauwe schuit op wielen. Muziek! Dat hebben we dan wel verdiend hoor want dan is na zeventien jaar de oude haringlogger eindelijk helemaal opgeknapt. En dan komen ze wel kijken, die journalisten. En dat is ook veel beter zo want wij leven van de komedie en niet van drama’s.

90 Woensdag 18 October
We liggen hier pal naast twee enorme droogdokken en dat geeft behoorlijk wat inspiratie voor de werfbeurt die ons te wachten staat. Zojuist voer de MED CLUB II binnen, een gigantisch cruise schip dat alleen opvalt omdat ze zeilen heeft die per toetsenbord bediend worden. De laatste keer dat we haar zagen was in Palermo in 1997. In het andere dok ligt de SEA DREAMS II, een megajacht uit Nassau dat alleen door al haar lelijkheid opvalt. Vanuit onze vooruitschoven positie bij de haveningang leren we ze allemaal kennen, de drijvende gevangenistorens die we ook in Malta of Messina tegenkomen en die schuilnamen hebben als ROMANTIC, ECSTASY of DESTINY. Zodra de arme drieduizend opvarenden aan wal komen staat er een verplichte stoet bussen voor ze klaar en als ze dan een paar uur vrij proefverlof aan wal hebben denken ze dat die barokke kathedraal door de Romeinen gebouwd is. Maar ja, aan boord hebben wij onze eigen kleine zorgen. Het is makkelijker een werf op te gaan dan eraf te komen. Je mag er namelijk pas vanaf als je betaalt. En dat dat al zes keer gelukt is hebben we nooit van te voren kunnen bevroeden. Dan lijkt het altijd alsof het schip vleugels krijgt als ze eenmaal hoog en droog in de lucht steekt. Veel hangt af van de twee werf-feesten die we de komende tien dagen gaan geven. Want dat is het publieke geheim van ons geprivilegieerd plekje aan de Barcelonese Levantkade. Als er geen brompot kadepolitieagent verschijnt, verschijnen er vijfhonderd vrienden en dan verdampen de kleine zorgen in een roes van goedkope Spaanse brandy met namaak cola. Het Azart Cabaret maakt rauwe bonen zoet. Trouwens, we laten ons voor de show van volgend jaar inspireren door de onverbeterlijke Tijl Uilenspiegel. En dan hebben we het niet over een patriot uit Vlaanderenland maar over de universele schetenlater.

91 Woensdag, 25 October 2006
“Operatie Zandstraal” is de inzet van de twee feestjes die we aan de kade geven. Het gaat om de ultieme schoonheidsbehandeling van de oude dame. Zandstralen is het enige dat nog een toekomst geeft aan haar negentigjarige ijzeren huid. Het gaat om het ‘dode werk’ (Obra Morta) zoals ze hier in Spanje zeggen. In Nederland is dat het vrijboord. Het ‘levende werk’ is het onderwaterschip. Dat is routine. Dat wordt betaald door de culturele dienst van het eilandje Pantellería. Maar ze moeten wel opschieten met hun cheque. Het dode werk is tachtig vierkante meter à vijftig euro. Dan gaat het luxejacht Azart net zo glanzen als die jonge dingen. Het eerste feestje lapte voor zeventien vierkante meter. Dat schiet niet echt op. Het was een heel leuk feestje maar het miste de hype dat ze om 3 uur s’nachts elkaar gaan bellen van “Kom Nu!”. Voor die andere 63 meter moeten we krachtvoer inzetten. De machinist van de buren lapt wel bij. Ondertussen brengen we ons geschut in stelling om de zomershow te verkopen aan twintig steden en festivals in de Middellandse Zee. We zijn er lekker vroeg bij dit jaar. In Libanon weten ze allemaal al dat we willen komen. Na de Kerst vertellen ze of we welkom zijn.

92 Woensdag, 1 November 2006
Tarragona, Werf van de Broederschap der Vissers.
41º06´526´´ Noorderbreedte, 001º14´144’´ Oosterlengte
Maandagmorgen om half vijf voeren we zonder boordlichten de haven van Barcelona uit. Dat was hoog tijd. De twee afscheidsfeestjes in het laatste weekend bezweken onder het succes. Op een gegeven moment waren er meer dan vierhonderd betalende gasten aan boord. Wij die weten hoeveel ton haring het scheepje kan verstouwen kijken daar niet van op. Maar de kadepolitie deed net alsof zij de topvangst van het jaar had gedaan. Maar goed, ze blinken niet uit in intelligentie en mogen trouwens het hele schip niet betreden. Wat telt is dat ook die andere 65 vierkante meter zandstraal gedekt is. Schoon schip. Dat we de boordlichten vergeten waren telt niet. En dat we zo vroeg uitvoeren was om op tijd in Tarragona aan te komen. De Middellandse Zee was weer zo glad als een eendenvijver en de zon scheen als in Augustus in Holland. Om twee uur heette de havendienst ons op de boordradio welkom, om half drie ging de brug open, om drie uur hing het schip in de touwen, om half vier stond ze op wal en om vier uur brachten de vissers een grote rode tonijn. Ze hadden ons herkend uit kleine Catalaanse vissersplaatsjes acht jaar geleden. Hier zijn we weer welkom. De wethouder van cultuur weet dat we eraan komen. Wie anders dan wij zijn uitgelezen om aanstaande zondag op het Plein van de Fontein het maandelijkse ritueel van “Tarragona tegen Oorlogschepen” op te luisteren?? De naam Tarragona zelf stond model voor “Narragonia”, het mythische luilekkerland waarheen de narren van “Het Narrenschip” verbannen waren. Maar hier geen geluilekker. Hier acht stevige boys om acht uur klaar. Gelukkig is er door de ingreep van de kadepolitie nog genoeg drank aan boord. Het slechte nieuws is dat de travel-lift niet door de werfpoort past. Dus geen zottenschuit op wielen op ererondje door de stad.

93 Woensdag, 8 November 2006
Alle dagen vis, vissen met vleugels of zonder vleugels, vissen met zwaarden of zonder zwaarden, alle dagen smeken we de vissers om alsjeblieft geen vis meer te geven. Je slaat de ijskast open en ze staren je weer aan. We weten nauwelijks hoe we ze moeten bakken en vaak laten we ze weer stiekem zwemmen. Ongetwijfeld maakt de oude haringlogger een diepe indruk. Dat deed het ook op de twee zandstralers. Nadat ze een meter gestraald hadden wilden ze even met me praten. Ze hadden een klus aangenomen die nog taaier bleek dan de negentigjarige ijzeren huid. Wat me redde was dat er geen geld meer was. Operatie Zandstraal is geslaagd. Dik een dozijn gaatjes. Als deze aan het eind van de week zijn dichtgeplamuurd is achttien jaar achterstallig onderhoud opgeheven. Het voelt alsof je geslaagd bent voor het eindexamen. What next? De wereld ligt open. Amerika! Voorlopig proberen we hiernaast in de heel dure en heel lege jachthaven te overwinteren. Want we weten niet waarheen te varen. We weten alleen dat Tarragona een slaperig stadje is dat hoognodig een paar zotten kan gebruiken. De zondagse demonstratie tegen oorlogsbodems bleek een goede introductie. Het scheepsorkestje kwam speciaal uit Barcelona over. Op de stoep van het stadhuis vormde zich een grote kring van passanten met blije gezichten. We hebben meteen al een stel goede vrienden. Aan dek staat 200 liter verf te schreeuwen gebruikt te worden. De prijs van zink is de afgelopen tijd verdriedubbeld. Daar hebben we ook nog 200 kilo van nodig.

94 Woensdag, 15 November 2006
Het schip staat nog steeds hoog in de hemel. De crew is doodop. Op zondag hebben ze de vierde laag aangebracht. Opeens was het hele schip helder blauw. Eindelijk de blauwe schuit! Maar op maandag kregen ze nog een witte en grijze pot verf aangereikt voor de laatste decoratieve touch. Robbie is de designer die strikte aanwijzingen geeft. Het is niet eenvoudig zo’n groot gevaarte sierlijk vorm te geven. We dachten aan een marmer motief. En mijn grootste angst leek waar te worden toen ik het schip verkleed zag als een hippieboot. Voorlopig alleen nog aan bakboord. We zullen moeten wennen aan de nieuwe psychedelische look. Want dinsdag moeten we weer de zee in. Als ten minste de wethouder van dat Siciliaanse eilandje zijn beloofde geld betaalt. Want anders staat we hier nog een poosje. Gelukkig zijn hier warme douches. Een kleine troost is dat een plekkie in de jachthaven van Barcelona duurder is dan hier op de werf van Tarragona. We weten trouwens niet eens waar we heen moeten. De havendienst hier laat niets van zich horen. Dat wordt nog stevig lobbyen op dinsdagmorgen. We komen in ieder geval goed voor den dag met het nieuwe toneelstuk dat we aan het repeteren zijn. Dat is een Chileens stuk onder de titel: “Schipbreukelingen in het Attractiepark”. Het is een zwarte komedie over een stelletje dat elkaar scheldwoorden toeslingert. Nu nog repeteren ze in Barcelona maar straks willen twee lokale TV-stations de repetities aan boord komen filmen. Er waren ook al drie lokale kranten die een foto hadden geplaatst over ons optreden op de stoep van het stadhuis. Dat belooft nog wat, als we hier een poosje kunnen blijven…

95 Woensdag, 22 November 2006
Tarragona, Moll de Espera (De Wachtkade)
41º06´545´´ Noorderbreedte, 001º14´ 6’´ Oosterlengte
Wat een plezier om in een kleine stad te wonen waar nog gewoon een gratis plekje op de ‘Wachtkade’ is en waar je geen vergunning nodig hebt voor een nachttheater. Op de werf kijken ze niet op een dagje meer of minder en geloven ze je meteen als je zegt dat je als buitenlands schip geen BTW hoeft te betalen. Ze weten allemaal dat we theater gaan maken maar moeten eerst nog even wachten tot het dek blauw en het stuurhuis geel geverfd is. In een moeite door verven we de tribune groen. Dan zijn we weer helemaal klaar. Die tribune kunnen we lekker op de kade kwijt die we delen met een harde kern van dagjesvissers die op hun beurt weer op visjes wachten. De decoratie die we op de blauwe schuit hebben aangebracht weerspiegelt zich op fantastische wijze in het water en is een groot succes. Dat leek eerst op een ramp uit te lopen want de Poolse anarchist en de Deense hippie en nog een stel onverdroten werkers hadden allemaal zo hun eigen stijl. Gelukkig wist de strakke hand en blauwe kwast van vormgever Robbie het tot die middeleeuwse esthetiek terug te brengen waarmee we volgend jaar de hort op gaan. We verkopen een Breugheliaans plaatje. Ondertussen gaan die Spanjolen hier om een uur of een eten en werken wij allemaal door. Lijkt wel crisis. Er zijn er altijd wel tien die aanschuiven bij het avondeten. Een van de echte visserslui vaart vaak langs en brengt levende vis. Voor het verse publiek gaan we nog de vloer van het visruim verven, als een schaakbord, in de kleuren van de potten die overblijven. Dat we helemaal klaar zijn is een beetje overdreven want we voeren die 200 meter van de werf hierheen met een cilinder die vervaarlijk piepte. De machinist van de Naumon komt langs om dat speenvarkentje te wassen. Voorlopig hoeven we hier niet weg.

96 Woensdag, 29 November 2006
Precies een jaar geleden kwamen we helemaal berooid in Barcelona aanzetten. We hadden drie maanden in Marokko gelegen en kregen hele kisten voedsel van de Marokkaanse Burgemeester. Zelfs Cohen kwam nog even aan boord. Die Marokkaanse Burgemeester, die ook kon kiezen voor 3000 tulpen, kreeg van hem een stenen stadsbankje cadeau. Wij hadden met lege scheepskist niks te kiezen dan het hazenpad. Toen kraakten we dat plekje in de haven van Barcelona. Nu zijn we precies even berooid als toen maar de schuit is op de werf bont en blauw geverfd en het dek- en stuurhuis zijn helemaal geel. Zeg dat maar tegen Cornelis Roeleveld met zijn Tomatenrode Logger! Nu wachten zes Middellandsezeese eilanden op ons nieuwe zomerspektakel. Nu ging de brug open toen we de haven van Tarragona binnenvoeren. Nu begint aanstaande vrijdag in het visruim een reeks van zeventien theaternachten die tot half Januari doorgaan. Daarvoor werken we in ploegendienst. Die ploeg van de verf verft met ontbloot bovenlijf aan dek. Robbie ruimt het nettenruim in als kleedkamer en heeft zes affiches ontworpen voor evenzoveel voorstellingen. Erik monteert non stop filmpjes voor de Catalaanse TV dat hopelijk doorgaat en Victor pendelt op en neer naar Barcelona voor de repetities. Ben benieuwd naar de voorstelling. We doen het liefst een zwarte komedie, hoewel ongeschikt voor kinderen. Ben ook benieuwd naar het publiek. Er staan hier tussen de huizenblokken Romeinse tempelzuilen maar de stad is een conservatief nest en heeft helemaal niks meer van de allure van een hoofdstad. Optimistisch had ik mijn klamboe al opgeborgen maar er zijn nog steeds muggen.

97 Woensdag, 6 December 2006
Maandag waren de flyers klaar, donderdag kwam de lokale TV langs en vrijdag werd het winterseizoen onderdeks feestelijk geopend. Die TV-ploeg moest een kleurrijk portret maken van 40 seconden als toetje op het lokale nieuws en was verveeld op weg naar het zoveelste theater – tot ze het schip zagen en zich meteen bekeerden tot de eerste stamgasten. Op zaterdag zat het theater al zowat vol en hoeven we hier nooit meer flyers te maken want de tam-tam heeft al weerklonken tot voorbij de buitenwijken. Twee onzer matrozen kregen meteen verkering met een plaatselijke schoonheid en de gegoede burgerij waagde zich op zondagmiddag naar het eind van het piertje om zich met vrouw en kinders te vergapen aan het blauwgele schouwspel dat de Zottenschuit geworden is. Het heeft er alle schijn van we hier geaccepteerd worden. Op zich is dat merkwaardig want niemand heeft ons formeel toestemming gegeven om vijftig man publiek aan boord te krijgen, laat staan tot de kleine uurtjes door te dansen. Het geheim is wellicht het juridisch limbo waarin we verkeren, dat het haventerrein niet aan de stad toebehoort maar aan een soort bovenregionale eenheid waarin ook Madrid en de natie Catalunya nog een vinger in de pap houden. Iets dergelijks hebben we ook in Italie ervaren, waar de haven aan het leger toebehoort zodat de plaatselijke commandant als hoofdrolspeler in zijn eigen operette ons een plekje in zijn haven toeschuift. En hier is het nog wat ingewikkelder want de havendienst zegt dat de pier aan de Broederschap der Vissers toebehoort terwijl die zeggen dat het van de havendienst is. Voor alle zekerheid presenteren we voor de vissers en afslagers een speciale theateravond als dank voor hun gastvrijheid – en hun puike werf. We hebben pepernoten uit Holland gekregen maar de zon schijnt meedogenloos door.

98 13 December 2006
Omdat we niet de moeite genomen hadden een persconferentie te beleggen kwam het ‘Dagblad van Tarragonia’ maar uit eigen beweging aanzetten en kopte in met een paginagroot artikel van “Zot Of Niet, Kom Naar Dat Schip”. Er kwam ook nog een tweede TV-ploeg langs, ditmaal voor een portret van 7 minuten inclusief interviews en fragmenten van de show en van de werfbeurt. De ploeg werd aangevoerd door de directeur van het station zelf die weer een vriendje is van de wethouder van cultuur, aan wiens onverschilligheid we ons plekje te danken hebben. Deze Wethouder wil Burgermeester worden en laat ons met rust. We vertoonden twee soloshows van acteurs die allebei met ons naar Sicilia waren meegevaren. Bea kwam met haar succesnummer “Een Reis Nergens Heen” over een immigrante die in Spanje belandt en zich nogal kritisch uitlaat over de ontvangst. Hector kwam met “Het Nieuwe Gloren van de Folkloristische Actiegroepen” over een jongeman uit de betere kringen die in de kraakwereld belandt en zich nogal kritisch uitlaat over politici. Dat was juist toen de TV-ploeg aan boord was. Maar gelukkig begint ook de nachtclub bezoekers te krijgen. Daar maken we geen publiciteit voor maar dat spekt wel de scheepskist. Je zal net zien dat het visruim de meest populaire tent uit de omgeving wordt tegen de tijd dat we weggaan. En dus weg zullen moeten gaan. Wat wij het visruim noemen noemt het Dagblad “het hart van het schip”. Daar snort de houtkachel weer want als de zon ondergaat neigt een zekere frisheid.

99 20 December 2006
Als haringen in een tonnetje. Ik telde 64 koppen in het visruim waar zorgvuldig vijftig zitplaatsen waren uitgeteld op de krap bemeten banken en planken die tot in de kombuis reikten. Van het aanrecht verdwenen haastig alle flessen en glazen voor extra zitruimte en de houtkachel werd gedoofd voor meer beenruimte. Het werd vanzelf wel warm genoeg. Het was de try-out van onze eigen winterproductie “Schipbreukelingen in het Pretpark”. Het bescheten gegiechel van het begin van de voorstelling maakt langzamerhand plaats voor een hilarisch gelach tot beide hoofdrolspelers elkaar dramatisch tot kadaver steken. De acteurs zijn Bea en Carlos, onder regie van Victor. Met deze minimale bezetting aangevuld met wat minimaal huisraad hebben we een mobiele productie waarmee we op bliksembezoek kunnen hier verderop in de bergen of in een theatertje of kraakpand in Barcelona. Maar voorlopig is er nog genoeg publiek in Tarragona. De mare gaat rond. Ondertussen verven we de laatste vierkante metertjes aan dek blauw en vaart de visserman nog steeds af en toe langs om levende vis aan boord te gooien. Maar die gooien we snel en ongezien weer terug want er zijn geen Poolse lassers meer die zo graag in de vis peuken. De scheepskat Spuma voedt zich iedere dag met de buit van de dagjesvissers die zowat op de kade wonen en altijd weer vrolijk paraat staan om gedag te zeggen. Dat zijn Catalanen, Chinezen of Marokkanen die wat extra te knabbelen mee naar huis nemen.

100 27 December 2006
Honderd maal het ‘Logboek van de Kapitein’ is ouwe koek als we de ouwe logger al negenhonderdzesentwintig weken inde vaart houden. Het wonder is dat we het idee hebben nu pas te beginnen. Acht jaar geleden waren we met de Kerst hier vlakbij in Mallorca en was juist Victor aan boord gekomen, een steracteur en een verse illegaal uit Chili. We hielden toen een scheepsraad en besloten niet naar Brazilie te varen maar terug naar Nederland om de roestbak op te kalefateren. Nu is die klaar voor een reis naar pakweg China. Maar nu hebben we besloten dat Victor, helemaal legaal, niet meer mag acteren maar alleen regisseren. Dat betekent dat er andere steracteurs aan boord zijn die onder streng toezicht komen. Ondertussen bewijst mijn trekpaardje me goede diensten. Dat is een halve gare vouwfiets die nooit meer kan vouwen maar waarop voorop en achterop een grote mand wel dertig kilo kan vervoeren. Boodschappen doen, buiten Nederland, gaat ALTIJD bergafwaarts want daar ligt het schip afgemeerd. De meisjes van de supermarkt dachten eerst met een halve gare van doen te hebben maar dat veranderde op slag toen ze me van de TV herkenden. Het duurde even voordat ik begreep waarom. Aan boord kwam een charmante fan langs met locale wiet en coca. Coca is een Tarragonese specialiteit van een meter zoete lange pizza met anijssmaak. Er is ook coca met ui. Robbie kocht een meter plastic lange kersboom voor vier euro bij de Chinees WANG-WANG en met de keukenschaar heeft hij die Chinese kersboom zodanig verminkt dat kamaraad Kalugin zich niet meer voor de politie kan verschuilen. Dat is voor de cabaretvoorstelling. Volop feest aan boord.

101 Woensdag, 3 Januari 2007
Van de heuvels van Tarragona woei een driedaagse vliegende storm die schip en crew knap doorstonden. Er stond geen vluchtje wind maar de reputatie van alternatief nachtcabaret werd goed gevestigd. A New Kid in Town. De bemanning van Grand Hotel Azart zwoel aan tot 25 gasten en de gigantische eettafel van de Koninklijke Bibliotheek moest worden verdubbeld. Ploegendiensten, om dertig liter champagne en vijftien kilo druiven per fiets aan te slepen, om de garnalen te bakken, de zwabbergasten aan dek en de DJ’s uit Amsterdam. Ze tellen hier om twaalf uur met zijn allen hardop tot twaalf onderwijl twaalf druiven etend.. Gelukkig is er altijd genoeg verlopen vuurwerk aan boord dat nog goed vlamt. De eerste ochtend van het jaar brak aan met een rozevingerige dagenraad. Geen voornemens, genoeg kansen.

102 Woensdag, 10 Januari 2007
Het eerste dat we in het nieuwe jaar deden was repeteren voor “De Veelvraat Kat”, een kindershow omdat Drie Koningen de stad bezoeken. Je bent nog nauwelijks wakker of er komen vijfendertig kleuters aan boord. Ze mogen eerst naar de kleedkamer vol hoeden, pruiken en maskers wat vroeger het nettenruim was waar een dozijn Scheveningers psalmen zongen voordat ze uit een grote pan de vis en aardappels prikten. Dan gaan ze in een lange stoet naar het achterdek waar ze aan stuurboord worden opgehesen en staan om de beurt op een groentekistje achter het roer voordat ze aan bakboord weer naar beneden worden getakeld. Je bent nog nauwelijks wakker of je moet met het bureau “Externe Operaties” van de Havendienst de onderhandelingen beginnen om wat langer te blijven. Daar zit dan een ambtenaar achter een enorm bureau vol paperassen die je gelukkig geen zitplaats aanbiedt maar die wel vriendelijk informeert of er genoeg publiek komt en je met een handgebaar een maandje of meer schenkt. Je bent pas klaarwakker als Het Dagblad met grote letters meldt: “DE ZOTTENSCHUIT VERLEIDT DE STAD MET HAAR ABSURD THEATER”. “De zotten hebben voor de stad gekozen en nu kiest de stad voor hen. Ze hebben besloten om wat langer te blijven, tot geluk van de stad”. Dan regent het reserveringen en blijven er meer buiten dan binnen passen. Dan klimmen we sociaal een stapje hoger en komen de jonge stelletjes kijken voor wie de show precies bedoeld is. Die gaat immers over een jong echtpaar dat elkaar verbaal en fysiek te lijf gaat, humorvol en liefderijk. Er waren ook een paar reserveringen die later mailden dat ze het schip overal op het Amsterdamse Azartplein liepen te zoeken…

103 Woensdag, 17 Januari 2007
De zee geeft, de zee neemt. In floep een fractie van een seconde verdween mijn mobieltje in het water en daar ben ik eigenlijk heel blij mee want hoe kun je nu in het Paradijs der Dwazen wonen als dat ding begint te rinkelen? We hebben al een grote overwinning behaald door deze multinational te runnen zonder enig adres dan misschien een vaag plein ver weg waar alleen nog de herinnering woont. Maar dat betekent wel dat bootsman Robbie voortdurend wordt lastig gevallen voor reserveringen die al dagen eerder zijn volgeboekt. Nog een geluk dat ie dat Spaans nauwelijks begrijpt. We moesten eigenlijk een Chinese telefoniste in Catalunya hebben en dan een Catalaanse in China. En dat de steracteur van “De Schipbreukelingen” ziek is en er een heel andere show wordt voorgeschoteld deert het publiek helemaal niet. Er komen hier hele lieve en keurige mensen die zich graag laten betoveren. Er gebeurt hier kennelijk zo weinig dat het bezoek van een Zottenschuit mythische vormen kan aannemen. Als dit universiteitsstadje niet aan zee had gelegen was het een hopeloos geval geweest. En de schipbreukelingen krijgen nog genoeg kans om zich te redden. Die gaan straks op tour naar een Barcelonees theater. Onder het publiek is er éen zwarte, uit Mauritania, die pal naast ons aan het piertje woont, in een minuscuul vissersbootje. Hij is ook de enige die geen bier mag drinken want na twee biertjes wil hij ons al een kist vis geven en wordt dan boos als we zijn kist niet willen. Voor de rest alles rustig. Onderhandelingen in de Pakistaanse telefoonwinkel met festivaldirecteuren in Split, Dubrovnik, Trieste, Thessaloniki, Istanbul en Enzovoort. Een schip moet varen, nietwaar?

104 Woensdag 24 Januari
Het moeilijkste moment van de dag is omstreeks twaalf uur ’s-middags als de cultuurambtenaren rondom de Middellandse Zee al aan hun siësta beginnen te denken terwijl ik nog in kamerjas met mijn koffie aan dek zit en met de vissers keuvel. De zon blijft op schandalige wijze doorschijnen en ik moet me iedere ochtend weer van dit idyllisch tafereel losrukken om me aan te kleden en op mijn fietsje naar de telefoonwinkel te puffen in de hoop er een aan te treffen. Dat gaat trouwens niet slecht. Er zijn al vijf directeuren die mijn dreigement ernstig hebben genomen dat ik eraan kom. Als een handelsreiziger moet ik met bussen en treinen op stap door de bergen van Macedonia, Kosovo en Montenegro om in wat Adriatische kuststadjes een paar momenten van vrolijkheid te verkopen. Die reis gaat van Istanbul tot halverwege Italië. Om in stijl te blijven ontwerpt Victor speciaal een vilten cilindervormig hoofddeksel dat het midden houdt tussen de mijter van de laatste Byzantijnse keizer en wat de laatste doge van Venetië droeg. Mijn klompen houden me droog. En hier in Tarragona gaat de show gewoon door. Ze moeten al twee weken van te voren reserveren. Op Zondagmiddag maakten we weer een kindervoorstelling. Er komen chique grootouders, Catalaanse bourgeois die onwennig aan boord stappen en stralend het schip verlaten. Er kwamen acht peuters uit een weeshuis in Barcelona die helemaal niet van boord wilden. Er was een weesje van twee jaar oud, een jochie, die al besloten had te blijven.

105 Woensdag 31 Januari
Ik heb de rare tik ontwikkeld om iedere keer het aantal gasten te tellen die bij het avondmaal aan tafel schuiven. Dat zijn er gauw tien of twaalf of meer. Deze gasten houden het rad draaiend. Er zijn er steeds meer die me met ‘kapitein’ aanspreken als ze me iets te vragen of melden hebben. Wat een idioot ‘Vaarbewijs B’ al niet vermag. Met deze verse status heb ik eigenlijk een papagaai nodig. Is er onder de oplettende lezers niet iemand wiens nichtje of zwager een papagaai kwijt wil? Een kauw of kraai mag ook. Dat zijn de natuurlijke gezellen van de zottenschuit. In het boek ‘De Zottenschuit’ van 1494 staat een mooi plaatje van een kraai die ‘Cras, Cras’ kraait. Dat is ‘morgen’ op zijn latijns en betekent dat morgen jouw beurt nog komt. De bemanning bestaat voorts uit ezels en varkens maar die twee varkens die we jarenlang aan boord hadden en die gevoed werden door de restanten van het kraakrestaurant ‘Het Einde van de Wereld’ zijn toch in de pan beland. Die werden zo vet dat ze niet meer konden lopen. Deze week werden we eindelijk ontdekt door de lokale Catalaanse krant ‘Het Punt’ . In deze taal gaat het nieuws ‘van mond tot oor’. Volgens hen heb ik gezegd dat de show ‘absoluut plee’ is. Dat betekent dan ‘Tjokvol’. Ondertussen ben ik weggelopen uit mijn Pakistaanse telefoonwinkel. Mijn nieuwe kantoor is een Turkse telefoonwinkel. Niet dat ik in Tarragonia een Turk gezien heb, laat staan een Turkse winkel. Het punt is dat ik in Istanbul beland ben, om de komst van het schip voor te bereiden. Van deze taal begrijp ik absoluut niks. Het schijnt hier dat de havengelden nogal gepeperd zijn maar dat een ‘educatief’ schip weer absoluut niks hoeft te betalen. Ben benieuwd.

106 Woensdag, 7 Februari 2007
Als je geleerd hebt onzinnige projecten te verkopen aan burocraten in Moskou of Italia, dan is Istanbul de hogeschool van de burocratie. Je loopt hier met puntmuts en grote oren over straat als barometer om de maat van het komend succes te peilen en Ziet Dat Het Goed Is. Wat een vrolijkheid! Daar kan Holland Zuurpruimenland nog wat van opsteken. Op iedere straathoek moet je poseren voor de foto en hele families houden je aan omdat ze willen weten wat er aan de hand is. Tiyatro! Daarbij is het me niet gelukt te spreken met de havendienst, noch met de gemeente en ook al niet met het festival waar we bij willen horen en dat is maar beter zo want ze mochten eens denken dat er een halve gare op de stoep staat. Het lukte me wel om even bij het Consulaat van Zuurpruimenland aan te wippen en ook daar heerst vrolijkheid, hoewel ze toch zwaar gebukt gaan onder het komend Staatsbezoek. Gelukkig is de cultureel attache al vanaf haar derde jaar een verwoed zeilster die weet wat een optimist is, dus dat komt wel goed. Er zijn er hier ook die je op straat met ‘Satan’ aanspreken en dan zijn we meteen terug in het Scheveningen van negentig jaar geleden waar theater ‘des duivels’ was. En we leren onze eerste woordjes Turks als ik zeg dat ik een ‘Engel’ ben. Ondertussen ben ik ook weggelopen uit mijn Turkse telefoonwinkel. Mijn nieuwe kantoor is een Griekse telefoonwinkel. Het punt is dat ik in Thessaloniki beland ben. Ik kwam twintig minuten te laat voor mijn afspraak met de vice-burgemeester omdat geen taxichauffeur mij met oren en puntmuts wilde meenemen. Tegen alle principes heb ik ze afgedaan en niet meer opgezet, om die vette zak met duiten niet mis te lopen. Ook hier komt het wel goed. Aan boord gaat de show gewoon door.

107 Woensdag, 14 Februari 2007
De delegatie der zotten heeft in een week 3000 kilometer afgelegd, overdag onderhandelingen voerend met cultuurbonzen en s’nachts de rug voegend aan de grillige zittingen van bus, trein of ferry. Landjes als Albania en Slowenia gleden in het duister voorbij. Soms tref je een grote aandacht aan, met weinig havenkade en dan weer andersom. Alle diplomatie is een lang proces maar die paar dikke afspraken uit de Adriatische en Aegeische Zee nemen we alvast mee. Curieus genoeg hebben we in Istanbul, dat toch twintig miljoen inwoners heeft, onze collega’s getroffen van het Canadese theaterschip “Amara Zee” dat afgelopen zomer in Nederland rond voer en nu in Wenen ligt. Ook zij willen in Oktober naar Istanbul. Dat wordt nog feest want daar zitten alle ambachten in hetzelfde straatje. Dan krijg je er een “Theaterschipkade” die zonder twijfel beroemd wordt. Zij hebben hun Theems rivierboot uit Canada op een ander schip naar Europa overgebracht en zijn waarschijnlijk de echte dwazen als ze met 90 cm. diepgang op Istanbul durven aanvaren. Ben benieuwd. Op de terugweg ben ik ook even langs gegaan bij de collega’s van het Barcelonese theaterschip ‘Naumon’ dat nu eindelijk de toestemming heeft gekregen om in het centrum van de stad hun schip voor theater open te stellen. Dat zal ze nauwelijks meer kunnen helpen want hun grootste ambitie is onderhand om zo snel mogelijk uit Barcelona te ontsnappen. Ben benieuwd. Wij proberen ook al drie jaar een plekje in het centrum te vinden voor twee weekjes tribune en zomershow en kregen zojuist weer een beklefde afwijzing. Maar het Ministerie van Cultuur van de Generaliteit, dat is de Catalaanse Regering, doet nu een goed woordje voor ons bij de havendienst. Ben benieuwd. Het grootste nieuws kreeg ik bij thuiskomst. Het wekelijkse feest was al in volle schwung. Er was zelfs een heuse band uit Valencia “Los Fregaplatos” oftewel “De Bordenwassers” die hun borden wassen door ze tegen den ijzeren wand van het visruim te smijten. Dat waren wel onze borden. Het nieuws is dat vier van onze artiesten de huur hebben opgezegd en aan boord komen wonen. In een klap verdubbelt zich de vaste bemanning. En die hoeven straks in Istanbul niet meer terug naar huis want daar zitten ze dan al.

108 Woensdag, 21 Februari 2007
Er liggen tweehonderd meter tussen het schip en het waterfront van Tarragona. Over bakboord kijken we uit naar het oude vissersbuurtje ‘Serallo’ met zijn vissersbootjes, visrestaurantjes en visafslag. Over stuurboord zien we de oude stad en de pakhuizen uit de jaren twintig zaliger. De naaste buren zijn een school van vijftig aalscholvers die de hele dag op een paar drijvende bolders zitten te wiebelen. Als we een voorstelling geven of Carneval vieren zetten we die tweehonderd meter af met kaarsjes, eerst door een labyrint van bouwhekken, in het kader van de herprofilering van de kade, en dan helemaal naar het eind van het gammele piertje dat ons houvast geworden is. Ze weten ons te vinden hoor, die Tarragonezen. Nu lopen ze allemaal verkleed rond als Chinezen of verpleegsters. Van planken en houten wielen hebben we een vehikel gemaakt voor de jaarlijks Carnevalsrace die in razend tempo de berg afrijdt. Onderaan de berg stond een ambulance die we – met moeite – allemaal wisten te vermijden, behalve het laatste artefact dat als hospitaalbed verkleed was. .. Nog zeven weken scheiden ons van de feestelijke premiere van de nieuwe zomershow. We hebben nog geen idee waar we dat doen. We moeten ook maar eens snel met de repetities beginnen. Onze Siciliaanse scheepsmuzikant Antonio stond van de week op een mooie folder van de gemeente Barcelona. Eerst pikken ze met een vette boete zijn gitaar af en dan maken ze die mooie folder over hoe leuk de stad is. Je moet tegenwoordig al 180 euro dokken als je je fiets aan een lantaarnpaal vastzet. Terwijl die palen en de zeldzame regenpijpen toch het enige houvast vormen dat die niet wordt gestolen. Maar goed, misschien geven we de premiere wel in die mooie stad.

109 Woensdag 28 Febrari
Vandaag de 28-ste is traditioneel de verjaardag van het schip, de dag dat we de ouwe logger gered hebben uit de klauwen van de chartervaart. Ze stonden al op het punt de karakteristieke stuurhut weg te branden die een halve eeuw eerder nog prijkte op de Vlaardinger stoomlogger VL204. Ze is volwassen geworden, de bemanning, achttien hele jaren en mag nu stemmen, trouwen, naar het leger en in de gevangenis. We hadden gelukkig nog een paar flessen Catalaanse champagne van nieuwjaar in de kast.maar niet echt tijd om het te vieren, want al genoeg feesten. De feestjes op Zaterdag beginnen gevaarlijk uit de hand te lopen doordat er honderden op af komen. Iedere week miraculeus het laatste feestje. Uit Amsterdam zijn de zeilen, de blokken en de scheepsmachinist overkomen en dat betekent dat we gauw weer gaan varen. Er is in Barcelona een zeilmakersschool voor moeilijke jongelui die ze op maat zullen knippen en plakken. Niet dat we de illusie hebben met een grootzeil enige vaart voort te brengen. Het beste dat we kunnen hopen is dat als een keer de motor zou uitvallen en de wind een beetje goed staat we de fatale botsing met de klippen een uurtje kunnen uitstellen. Het grootzeil is dan ook bedoeld als stabilisatiezeil, dat we niet zo heen en weer schommelen want daar kunnen onze arme artiesten niet zo goed tegen. Ben benieuwd trouwens hoe ze die omhoog krijgen. Mijn ervaring gaat ook niet verder dan een optimist. Maar het grootzeil kunnen we ook gebruiken als projectiescherm voor de voorstelling of anders als scherm voor schaduwtheater. Er is al een Perzische jood in Istanbul die kalligraaf is en perse onze nieuwe zeilen wil decoreren en daarom geven we hem maar het stormzeil op de bezaansmast. Een Scheveninger visserman had me eens uitgelegd dat vanaf windkracht tien een stormzeiltje op de kont de kop keurig tegen de wind houdt. Dan kan je een sjekkie roken in plaats van vertwijfeld aan het roer te staan draaien.

110 Woensdag 7 Maart
Dat was weer een bewogen weekje. De spandoeken en spuitbusclaxons waren al aan boord. We moesten op zee met wel dertig zeilbootjes en flottieljes om te demonstreren voor het behoud van het laatste natuurlijk strandje in Catalunya. Het voetvolk zou ons dan toejuichen vanaf de Romeinse citadel. De brugwachter had me al verzekerd dat ie de brug terug weer zou openen want in Oktober waren we binnengekomen onder het voorwendsel van een werfbeurt en nooit meer weggegaan. Maar de startluchtklep van de eerste cilinder zat vast. De klep was krom. Wie had ooit beweerd dat een lekker ingevette Industrie niet kapot kan? Dan is het goed te weten dat Neerlands beste machinist aan boord is. Hij ontdekte de vier kleine olienippeltjes aan de luchtventielen. Dat weten we dan voor de komende achttien jaar. We hadden twee kleppen in voorraad en binnen een paar uur zat de cilinderkop eraf en er weer op. Maar de zondagmiddag cruise ging niet door. In plaats daarvan beklom ik maar met het fietsje de Romeinse citadel en trof er keurige burgers aan, jong en oud die waarschijnlijk vergeefs proberen hun laatste strandje te redden. We zijn toen maandag wezen varen, terug naar de werf. Daar hebben we vijftien ton water en tweehonderd liter olie getankt. Het scheepje is klaar voor de reis. Ik ben met twintig steden in onderhandeling en de eerste uitnodiging kwam binnen. Die is van de burgemeester van Istanbul, de allerlaatste stad in de reeks. Weten we ten minste zeker waar we heen gaan. Er zijn geen Turkse lires die op ons wachten maar wel het allermooiste panorama van de Bosporus en de Blauwe Moskee.

111 Woensdag 14 Maart
Hoog bezoek uit Amsterdam: behalve de machinist was ook de zwaarweerkapitein annex scheepsbouwer aan boord. Hij had eerder al de masten aan dek gepoot en de maten van buiskap en dekhuis aan de Poolse lassers doorgegeven omdat ie zelf voor het staalwerk te duur geworden was. Nu kwam hij om het zeilplan uit te leggen aan de Barcelonese zeilmakerschool voor moeilijke jongelui en daar had ik al mijn fantasie als tolk voor nodig. Op de werf kregen we een ook paar lege olievaten cadeau die we in de giek gaan hangen. Daarin staat een acteur boven het publiek die dan plots met een vreselijke zwiep naar de waterkant verdwijnt. Deze rol, vrees ik, valt mij toe. Als nepacrobaat moet je juist naar beneden smakken maar gelukkig wacht daar de zee. De voorstellingen en feestjes gaan gewoon door. Verslaafd als we zijn aan het gratis liggeld stelen we er iedere keer een weekje bij. Dat we nu ook onze scheepstelefoon kwijt zijn deert het publiek niet: dat komt nu langs om te reserveren. De comedie wordt steeds zwarter, het gelach hilarischer, het applaus vetter en het nieuws gaat ‘van mond op oor’. Onderwijl zijn we nog steeds met twintig steden in onderhandeling en hebben de tweede uitnodiging bijna binnen. Die komt uit Kotor, gelegen aan een mooie fjord in het kleinste en nieuwste republiekje van Europa. Daar vieren de Bewoners van de Zwarte Bergen oftewel de Montenegrijnen een zomercarnaval dat door hun lokale bierbrouwerij overeind wordt gehouden. Deze “Gouden Sponsor” bestaat toevallig honderdelf jaar en ik heb ze omstandig moeten uitleggen dat honderdelf het kwadraat is van het zottengetal en tegelijk het aantal ondeugden uit het boek “De Zottenschuit”. Als alles goed gaat hijsen ze daar vijfduizendvijhonderdvijfenvijftig halve liters bier aan boord die we dan slijten in Istanbul. Varen is vooruitzien.

112 Woensdag 21 Maart
De repetities zijn begonnen. Net als de Orient Expres komt de trein langzaam in beweging maar eenmaal op gang kan niks haar stoppen dan de Galata Brug in de Gouden Hoorn van Istanbul. Aan de overkant van de brug ligt de wijk Beyoglu die honderdvijftig jaar bestaat en dat gaan we opluisteren. Ook de naaimachines begonnen te snorren. Een groot deel van de kostuums uit het nettenruim wordt vermiddeleeuwst. Met zes acteurs spelen we minstens dertig rollen dus dat wordt een verkleedpartij van jewelste. In ons nieuwe stuk “Canterbury Tales” strompelen de lammen en blinden geheel op Breugeliaanse wijze het toneel op. De wereldpremiere hebben we geprikt voor precies over vijf weken. Die vindt plaats in Palamos, 100 kilometer noordwaarts van Barcelona. Dat is het enige stadje uit de verre omgeving dat ons graag wil ontvangen.. Ze hebben nog goede herinneringen uit de zomer van 1998 toen we er binnenvoeren. De rest van de haventjes ligt toch vol met klein en duur grut. Het wordt ook tijd om te ontsnappen aan het sociale leven van Tarragona. Hier zijn we behoorlijk ingeburgerd en dat komt de concentratie niet ten goede. De zwarte comedie van de schrijver Jorge Díaz wordt de komende weken ook nog flink opgevoerd. Hij was een sociaal activist in de laatste jaren van de Franco-dictatuur en overleed een paar dagen geleden. Nu hebben we plotseling een herdenkingsvoorstelling paraat die we in Barcelona gaan vertonen in de buik van het theaterschip van onze collega’s NAUMON. Het is nog winter maar de zomer is al begonnen. De eerste bijtjes vlogen het scheepsruim binnen. Dan vliegt geld binnen, zeggen ze hier. Ook de muggen zijn begonnen aan hun nachtelijke frontale aanval zodat het muskietennet weer afgestroopt wordt.

113 Woensdag 28 Maart
Hoog Bezoek aan Boord: de varende bloem van de natie Catalunya. Zoveel zeeman heeft het landje sinds Columbus niet meer maar wat er is wordt onweerstaanbaar door de zuipschuit aangetrokken. Daar was een sleepbootkapitein uit Palamos waar we volgende week heen varen, daar waren de machinisten en een matroos van het theaterschip NAUMON dat zich wanhopig in de vaart probeert te houden en daar was een Mallorcaanse schipper van een tweemaster die toebehoort aan een Barcelonese miljonair. Deze miljonair heeft alvast voor zijn wereldreis zeshonderd zeekaarten gekocht die ik driftig aan het kopiëren ben. Dat is meer geld dan onze hele boot. Vroeger moesten we een kaart kopen als we ergens heen wilden, nu varen we erheen omdat de kaart er al is. De vooruitgang is zichtbaar. Zo heb ik tweedehands eindelijk een verrekijker versierd waarvan de beide kijkers het doen. En die had ik zondagmiddag meteen al nodig want op de kade verscheen een bonte parade aangevoerd door een kerel in paarse jurk temidden van een stoet vrouwen in witte gewaden. De mannen droegen een hele santenkraam van levensgrote beelden op hun schouders. Eentje stelt een grote tafel voor waaraan dertien mannen in jurk aangeschoven zitten en er was ook een reeks beelden van iemand die systematisch gemarteld wordt. Dit alles trok onder de vrolijke tonen van een straatband door het vissersbuurtje. Een raar en bijgelovig volk, die Catalanen, en nog een beetje morbide ook. Er kwam ook een rat aan boord wonen die in de scheepskist aan dek al een huisje had ingericht compleet met een voorraad levensmiddelen. Die krijgt weinig kans want we hebben zijn voorraad geconfiskeerd en bovendien is ook de witte scheepskat teruggekomen, compleet met drie kleintjes. Eentje is helemaal wit, een ander is helemaal zwart en zij zullen deel uitmaken van de nieuwe bemanning. De repetities gaan gewoon door. De Romeinse keizer Nero krijgt een hoofdrol maar we hebben uit zijn vele ondeugden nog geen keus weten te maken. De regisseur Victor klaagt al dat we nooit op tijd zijn voor de wereldpremiere precies over vier weken.

114 Woensdag, 4 April 2007

Adios Tarragona! Er is een tijd van gaan. Vijf maanden lang hebben we ons zeer welkom geweten. We laten een leegte achter. Maar we komen zeker terug, omdat een trouw publiek en puike werf op ons wacht. Het werd een uitbundig afscheidsfeest, even uitbundig als de regen. In een moeite door namen we ook afscheid van de feestjes. We moeten repeteren. We trekken ons in afzondering terug in een heel klein stadje onderaan de Pyreneeën. Dat stadje heet Palamos en stond deze week twee keer in de nationale krant. Ze maken al 150 jaar ruzie met de buren Palafrugell over een paar onbewoonbare eilandjes voor de kust. Een piraten- en smokkelaarsnest, een buitengewoon getuige van veldslagen en schipbreuken. Palafrugell zegt dat ze van hun zijn want ze liggen pal aan hun horizon en maken deel uit van hun ‘kollektieve verbeelding’. En de dag erop kwam een aardbevinkje. Veel schrik maar niks kapot. En goed genoeg voor ons nieuwe persbericht. “Zeebeving in Palamos!” “Epicentrum Oostkade”. Dit bericht komt eerder aan dan het schip. Ze is vaarklaar. We varen twintig uur noordwaarts. Maar we varen niet want het waait teveel. De echte drama’s spelen zich in Barcelona af. Vier bemanningsleden hebben er hun huis opgezegd en weten niet waar ze met hun huisraad heen moeten.

115 Woensdag 11 April 2007
Palamósd Westkadea, 41º50´75´´ Noorderbreedte, 003º03’2´´ Oosterlengte

De schuit is vertrokken, de zomertour begonnen. Het duurde nog vijf hele dagen voordat we eindelijk wegvoeren. Op een gegeven moment was de motor gestart, de brugwachter besteld en waren de pilletjes tegen zeeziekte al geslikt toen we alsnog besloten te wachten. Ik had grote moeite mijn geloofwaardigheid bij de havendienst hoog te houden. En toen we uiteindelijk uitvoeren begon toch nog de helft van de crew te kotsen. We hebben er een paar goede acteurs bij maar geen zeelui. Het enige incident vond plaats bij aankomst6. Er wachtte ons een pilot op die we vergeefs probeerden los te schudden. Dat werd een hoogst komisch tafereel, aanmeren onder de instructies van een pilot die niemand begreep. Hij zadelt ons nu op met een vette rekening die ik hardnekkig zal proberen te vermijden. We kwamen terecht aan het eind van de pier die de feestelijke bestemming bleek te zijn van hele horden dagjesmensen. Het effect “Zoopark” trad in werking: Catalaanse burgers starend naar de bonte verschijning in hun aangeharkt haventje. En prompt organiseerden we een theatrale rondleiding door het schip. Ons Siciliaans orkestje aan dek. Robbie als heks in de tuin op het achterdek. Ik met een fles wijn en de scheepsroeper in de stuurhut. Een zeeman van de NAUMON in de motorkamer. De familie scheepskat, met drie kleintjes, op de sofa. Het scheepsspook in de kleedkamer. De acteur Carlos zogenaamd zeeziek in zijn kooi. En twee Catalaanse boeren in de kombuis. Zij stonden hier te vissen en boden spontaan aan voor de hele crew te koken. Ze hadden zestien visjes gevangen voor zeventien gasten. Dat werd gecompenseerd door een lange reeks van dikke tortilla’s. Voor de rondleiding kwamen twaalf Catalaanse buitenlui. De rest durfde niet. Wel fotografeerde de fotograaf van het gemeentelijk fotoarchief er lustig op los. En een dag later verscheen een hele kluif publiek voor de lokale premiere van de zwarte komedie “Schipbreukelingen”. Hier lachen ze nog wat onwennig. De onderhandelingen met de havendienst beginnen pas overoverovermorgen, na het paasweekend. De havendienst bestaat uit twee dames die de moed hebben gehad ons in dit dorp uit te nodigen.

116 Woensdag 18 April 2007
We liggen hier aan de buitenkant van de pier met de hele baai als achtertuin en dat betekent dat we soms vervaarlijk schommelen. Niet dat we dat merken hoor maar soms staat onder het publiek plotseling iemand op die zich hoognodig verwijdert. Zeeziek. Afgelopen Zaterdag stonden er acht stelletjes van middelbare leeftijd op de kade te treuzelen. Uiteindelijk durfden ze “op proef“ naar binnen. Maar met hun slappe lach staken ze de hele voorstelling aan, in de beste tradities van de komedie. Ons kostje in Palamos is gekocht want geheid dat ze dat in de dorpsstraat doorklappen. En de repeties zijn eindelijk serieus begonnen. De helden van de show zijn Nero, Oedipus, een aflatenverkoper, bedelaars, hovelingen en een gehoornde timmerman. De Wereldpremiere die over precies twee weken op stapel staat wordt stiekem de Eerste Openbare Repetitie. We zoeken eerst wat kleinere stadjes in Catalunya op, waar de kritiek wat zachter is en de beurs wat dieper. Dan stoten we door naar de metropolen. Voor de laatste poging in Barcelona op te treden kregen we net een aanbeveling van het Ministerie van Cultuur die in Catalaans verklaart dat we een “attractief en origineel project zijn, van cultureel belang dat beantwoordt aan de sociale ongerustheden over de integratie en de verbetering van de kwaliteit van het leven van de burgers“. Dit schilt helaas nog niet het appeltje van driehonderd euro havengeld waarop Barcelona al vanaf November wacht. De diplomatie van de lege beurs is een langzaam proces, weten we uit ervaring. De show gaat door.

117 Woensdag, 25 April 2007
En de dames hebben doorgekletst want we zijn hier wereldberoemd geworden, in Palamos. Als we de reserveringen stoppen smeken ze alsnog om een plekje. Dat ze van ver komen, op elkaars knieen kunnen zitten en mager zijn. Met vier zitplaatsen extra op het aanrecht passen er precies 52 toeschouwers in het visruim. Toch mooi drie tot vier ton. De voorstelling is het driedubbelovergehaald waard. Het probleem is dat de twee acteurs elkaar niet in de ogen durven te kijken. Dan schieten ze zelf in de lach. Zo promoveren we plotsklaps van varende armoedzaaiers tot een heus gerespecteerd theatergezelschap. Dat geeft weer diplomatieke speelruimte. Die hebben we hard nodig. Want er was weer muiterij aan boord. De premiere op twee Mei halen we nooit. Dus moet ik bij de havendienst om nog een weekje extra smeken. Op een toer van dertig jaar maakt dat niks uit. Die havendienst had net een technische commissie op ons afgestuurd. De loods had ons met een waslijst van beschuldigingen aangegeven. Als dat we geen loodsladder zouden hebben, geen veiligheidsmiddelen, geen reddingsvlot, geen brandblusmiddelen en dat de marifoon het niet deed en dat we in zee schijten. Dat laatste is waar. In twee keurige toiletten aan boord. Eerst liegt die loods dat de Europese wetgeving zijn diensten onmisbaar maakt. Dan dreigt ie met een boete als we van mening verschillen. Dan maakt hij in potjeslatijn een potje van het afmeren. En dan geeft hij ons aan. De commissie bestond uit een dame en heer in overall. We zaten net met koffie aan dek. Ze komen recht op me afstruinen en vragen waar de kapitein is. Dat gebeurt wel vaker. Toen viel de dame buitengewoon pijnlijk van het trapje af naar het achterdek. Zielig zat ze daar onderaan de reling. De rest van de rondleiding werd een groot succes. De brandblusmiddelen waren pas drie maanden en het reddingsvlot tien maanden verlopen. Op een toer van dertig jaar maakt dat niks uit. Ze moesten erkennen dat we misschien wel zot zijn maar zeker niet gek. Gezamenlijk kwamen we tot de conclusie dat een luxejacht in Hollandse wetgeving het zonder technisch rapport of commissie kan doen. En ze beloofden naar de voorstelling te komen.

118 Woensdag, 2 Mei 2007
We hebben er gelukkig nog een weekje repeteren bij gekregen. De wereldpremière is vastgesteld op 10 Mei en dat gaat lukken. We zijn een bezienswaardigheid geworden want er staan vaak tientallen dagjesmensjes rond de repetities gedromd. Ze stallen hun kinders op de kade en hun grijns verraadt hun vrolijkheid. Er klinkt heftig applaus als we weer een liedje gezongen hebben. Want de show wordt steeds meer een operette. Ons scheepsorkestje blijft maar liedjes produceren. En wij maar zingen. Er is een douaneambtenaar die al dagenlang gefascineerd rondhangt. Soms horen we iemand onze melodietjes neuriën. En tegenover zitten de vissers hun netten te boeten. Zelfs zij beginnen te zingen. We hoorden een paar oude zeemansliederen die spoedig in het museum belanden. Maar deze idyllische kade kost 300 euro per week. Op krediet. Straks moeten we onze dertien eurocenten die iedere kilo toeschouwer opbrengt rechtstreeks bij de havendienst inleveren. De wethouder van cultuur houdt zich van de domme. Deze linkse republikein is kandidaat burgemeester en wil zijn vingers niet branden. De verkiezingen zijn over drie weken. Iedere stem telt. En dus gaan we de dorpspolitiek in. We hebben een emaillijst van tweehonderd enthousiaste toeschouwers die krom lagen bij de zwarte komedie die we hier al 4 weken vertonen. Zij krijgen de opdracht een email te sturen aan de kandidaat. Was het soms niet een oude en goede traditie dat de reizende hofnar met een breed gebaar werd binnengehaald? Moeten de zotten zelf betalen voor het vermaak dat ze brengen? De crew krijgt collectief de opdracht om in het voorbijgaan de elektrameter verderop de kade een schouderklopje te geven. Dan loopt ie ten minste een beetje.

119 Woensdag 9 Mei
De repetities gaan onherroepelijk door, net als de vis van de buren. Het is maar goed dat onze Chileense kersverse steracteur vis kan bakken en koken en braden en stoven want anders gaat die dode vis onherroepelijk maar vergeefs terug ter zee. Die dode vis komt van het zogeheten ‘vrouwenkistje”. Om zes uur in de ochtend ligt de vissersvloot van Palamós startklaar buiten de pier en na een lichtsein stomen ze om het hardst op naar de vetste plekjes. Als ze dan om een uur of drie terugkomen krijgt de crew een kist vis. Die is voor hun vrouwen die thuis wachten. En zo krijgt onze crew ook wat. Die telt negen koppen waaronder zes vrouwen en zeven mannen. Niet meegerekend zijn de zwarte en de witte scheepskatten die aan die vis verslaafd zijn. Dat zijn de regisseur, de vier acteurs waaronder Uw Gezagvoerder, het tweevrouwsmanorkest en onze TV- en lichtman. Ook het Chinese naaiatelier gaat onherroepelijk door. We noemen het zo want de poen in is nop en het naaiwerk van ochtend tot nacht. Ik schat dat die vier acteurs, waaronder éen vrouw, dik twintig kostuums verstouwen in een show die morgen 10 Mei de wereldpremière beleeft. En de Chinezen maken ook nog de props. Tijdens de show verschijnt en verdwijnt op wielen een biechtstoel annex TV-toestel, een waslijn, een schatkist, een achterwerk, de troon van Nero en een brandend Rome. De laatste voorstelling van “Naufragos” kreeg een staand applaus. Binnen vijf minuten was iedereen buiten maar eenmaal op vaste grond stonden ze nog twintig minuten te bekomen. Ook de zangrepetities gaan onophoudelijk door. Het scheepsorkestje heeft zes liedjes gecomponeerd. Zingend gaan we de Middellandse Zee over.

120 Woensdag, 9 Mei 2007
De première werd een staand succes. De helden zijn, in volgorde van opkomst, vier kreupele hongerlijders, de dood, twee dronkaards, een aflatenverkoper, zijn bediende, een zondares, een monnik, de consul, Nero, zijn moeder Agrippina, de Egyptische slavin Tukmosis, Koning Oedipus, zijn vrouw Jocasta, het volk, een pestlijder, het orakel, een brandweerman, de Koningin, drie hofdames, een maagd (bij opkomst), ridder Archibald, de beul, Augustina la guapa, een moslima, een oud wijf, een timmerman, zijn vrouw Alison en haar vrijers Nikolaas en Absolom. Ook dik een dozijn klompen doet mee. Ik kan dat rustig verklappen want dit vindt allemaal plaats op veilige afstand van Nederland. Daarmee hebben we een heel veel belovende zomershow. De helden achter de schermen zijn het orkest, de regisseur die streng blijft toezien en de camerman die heel veel registreert. Maar daarmee hebben we nog geen zomertour. In feite is er nog geen enkele stad die ons welkom heet. We hebben in Roses, vijf uur noordwaarts, affiches en posters hangen maar de havendienst, die ons eerst grootmoedig vrijstelde van 800 euro havengeld, kreeg het plotseling benauwd en verzon een paar dodelijke uitvluchten. Als dat we geen schijtbak hebben. Mijn aanbod om van hun toilet gebruik te maken mocht niet baten. Het had daar in Roses een vrolijk weerzien geweest want we hebben er eens overwinterd. Waarheen te varen? De toestand is nog ernstiger want we hebben weliswaar 14 ton publiek gewogen maar dat is niet genoeg voor het havengeld. Dan zeggen ze hier “met de billen in de lucht” of anders wel “met éen hand van voren en éen hand van achter”. Dat om je naaktheid te bedekken. De dorpspolitiek mocht voorlopig niet baten. Maar binnen een paar dagen is er een superpromotiefilmpje in de lucht. Dan bellen ze ons van alle kanten of we alsjeblieft willen komen. Toch jammer dat de scheepstelefoon weer met een zacht plonsje tussen wal en schip belandde…

121 Woensdag, 16 Mei 2007
Mataró, 41º31´462´´ Noorderbreedte, 002º26’76’’ Oosterlengte
Adios Palamós! We moesten er nog een weekje langer blijven want er was niks om heen te gaan. Maar nu is de schuit in beweging en de zomertour begonnen. Het schip is geland in Mataró. Alle extra’s, die we verstekelingen noemen, zijn hartelijk bedankt voor hun inspanningen. Het reddingsvlot en de brandblussers zijn weer gekeurd. Op dek staat een stoet vol mobiele theaterobjecten. Er ligt zelfs een verse bundel meertouw. We hebben in Palamós een flinke schuld aan havengelden achtergelaten. Er is geen bizz als showbizz maar in dit tempo houden we het nooit bij. Palamós is een soort Oegstgeest aan Zee en heeft beslist niet genoeg publiek om een weekje langer te rechtvaardigen. Wel praten ze allemaal over ons, horen we. De burgemeesteres mocht ook al niet helpen. We kwamen haar tegen toen ze met haar echtgenoot haar eigen affiches voor herverkiezing aan het plakken was. Als een echte politica beloofde ze naar de voorstelling te komen maar ze is het nichtje van een bevriende visser en van hem wisten we al dat dat een illusie zou zijn. Het stadje verkoopt zichzelf als “Een Zee van Illusies” en heeft dezelfde kleuren als het schip: geel en blauw. Op kanaal 77 van de scheepsmarifoon, horen we, zingen de vissers “drie vaatjes, om je te redden van de zondvloed”. Dat is een van de meezingers uit de voorstelling. Bij afvaart hebben we nog een mini-concert op kanaal 77 gezongen. De rest van het tochtje werd een zondagmiddagcruise. Veertig zeemijl zuidwaarts, met het windje in de kont.

122 Woensdag, 23 Mei 2007
Bacelona, Moll de Espanya, 41º11´462´´ Noorderbreedte, 002º16’76’’ Oosterlengte
Adíos Mataró! Het lijkt er sterk op dat de belangrijkste karakteristiek van de Zottenschuit de permanente staat van onzekerheid is. Op Vrijdag weten we nog niet waar we Maandag heen kunnen. Op Donderdag weten we nog niet of we op Zondag het havengeld kunnen betalen. In Mataró is dat alweer niet gelukt. Zo laten we spoor van open rekeningen achter. Er kwam geen hond opdagen. De haven ligt verstopt achter de spoorlijn en sowieso is dit stadje een soort Zaandam-aan-Zee, een arbeiders- en immigrantendorp dat blijkbaar wat anders aan zijn hoofd heeft. De regen illustreert de droefnis. De bootsman zegt gelukkig dat het te laat is om een ander vak te kiezen. Het gaat trouwens helemaal om niks. De havenmeester, uit pure sympathie, heeft een knopje op de computer gevonden dat vijftig procent korting geeft. Hij weet zelf niet hoe. Verderop is een hotel op zeven kilometer van het strand “in een authentiek dorp met kunststrand en kunstzon” dat per persoon al vijf keer duurder is dan het hele schip. Het goede nieuws deze week is dat we eindelijk vriendschap gesloten hebben met de directeur van de oude haven van Barcelona. Hij kent ons van “de jarenlange pogingen af te meren in een wolk van onbetaalde rekeningen en illegale feesten”. Maar een telefoontje van het Ministerie van Cultuur heeft hem doen besluiten het eens te proberen. Het probleem is dat onze antieke tribune wellicht niet voldoet aan de technische normen. In dorpen bestaan die normen niet. Maar we gaan het proberen. De vijftien mijl vanaf Mataró hebben we fluitend afgelegd. De Zottenschuit is opgestoomd naar het Barcelonees havenfront. Voor het eerst kwamen we door de “Puerta Grande” oftewel de voordeur naar binnen. Er loopt een constante stroom aan dagjesmens langs. Ik krijg de indruk dat we een paar eeuwen te laat zijn gekomen

123 Woensdag 6 Juni 2007
Bacelona, Moll de Espanya, 41º11´827´´ Noorderbreedte, 002º11’019’’ Oosterlengte
Als ik in de morgen mijn ogen open zie ik vanuit mijn kooi Columbus hardnekkig naar het Zuidoosten wijzen. Het schip ligt hier buitengewoon fotogeniek te wezen onder de palmbomen van hartje Barcelona. Eerst hebben we de tribune opgebouwd en toen weer monumentaal afgebroken want er is geen architect die een handtekening wil zetten. Maar gelukkig geeft het skelet van de tribune nog de intimiteit die ons theater nodig heeft en bovendien nog plek aan honderd toeschouwers. Niet dat ze allemaal al komen hoor want zelfs de halve tribune is maar half vol. We worden straks ‘ontdekt’ en dan is de hele tribune te klein. Dat van die architecten is een bureaucratische giller want ze zoeken alleen maar een Kop van Jut die ze kunnen uitmelken als er iets fout gaat. We zijn nu in onderhandeling met “Architecten Zonder Grenzen” die kwetsbare groepen beschermt maar die aarzelen nog want we zijn iets te kunstzinnig voor hen. Voorlopig staat de andere helft van het publiek voor niks vanaf de balustrade te kijken die drie meter hoog achter de tribune loopt. Straks gaan we die straat met linten, planken en een kassa afzetten. In ieder geval zijn we het dieptepunt voorbij want de inkomsten overstijgen de uitgaven. We zijn al achttien jaar aan het diepteinvesteren en met een beetje mazzel halen we dat er van de zomer uit. Zoniet, geen man overboord want er wachten nog talloze en eindeloze zomers.

124 Woensdag 13 Juni 2007
Wegens succes geprolongeerd. De relatie met de kadebaas wordt steeds inniger en zo mogen we nog een weekje langer blijven in wat ik “de salon” van de stad noem. Het aardige is dat we er een terras aan vastgeplakt hebben zodat we hier op vreemde bodem een bruggehoofd gebouwd hebben die we als onze eigen voortuin kunnen beschouwen. We waren met dik zes minuten op het Journaal van Catalunya en zijn de lievelingetjes van het publiek geworden. Niet dat het nieuws is dat we achttien jaar, drie maanden en tien dagen in de vaart zijn noch dat we in de loop der jaren al een dozijn Catalaanse steden bezocht hebben. Het nieuwe is dat het Ministerie van Cultuur ons als een “attractief en origineel project“ promoveert “dat erkenning en aandacht verdient en dat kan bijdragen tot het vinden van een nieuw publiek“. In Nederland heb ik van enige aandacht niets gemerkt. Ze moeten hier wel een beetje wanhopig zijn want de stad verwordt tot een consumentenmachine en toeristenval en daar kunnen wij arme dwazen ook niet veel aan helpen. Maar de show loopt gesmeerd. De regisseur Victor blijft met streng oog en kladblok toezien. We krijgen ook gezonde kritiek van een boel lokale komedianten en theatermakers die weer met de crew bevriend zijn. Waar we drie maanden geleden nog moeizaam naar een akteur of aktrice zochten hebben we nu voor een auditie een wachtlijst van professionals. Alleen jammer dat we aan spaanstaligen al een overdosis hebben. Maar goed dat we dan in Turkije zitten.

125 Woensdag 20 Juni 2007
Wegens succes geprolongeerd. We gooien er nog maar een weekje tegenaan want het publiek blijft enthousiast.. Beter éen vogel in de hand dan tien in de lucht. Niet dat ik alle moeite deed om nog een andere bestemming te vinden. In Tarragona is de nieuwe kade pas klaar over twee weken en voor die feestelijke en lucratieve opening hebben we helaas geen tijd meer. Op Ibiza zijn we na jarenlange pogingen ook eindelijk eens welkom maar in het hoogseizoen is de haven te klein. Zo blijven we lekker rustig een heel maandje in Barcelona en dat is maar goed ook want de kassa rinkelt, de reputatie groeit en we verzamelen de energie die we voor de lange zomertour nodig hebben. Ik heb ook lekker eens de tijd om de culturele diensten van tientallen steden telefonisch te belegeren. Éen op de vijf geeft zich gewonnen. Zo is er een stad in Tunesia en een aantal exotische Griekse eilanden die zich voor de komst der zotten opmaken. Mijn kantoor is de ijscowinkel Bellarmino tegenover de hoofdingang van de basiliek van de Heilige Maria van de Zee. Af en toe wordt ik afgeleid want dan schuift er een gouden Rolls Royce langs. De Barcelonese bourgeoisie trouwt graag in deze zeemanskathedraal. Dankzij deze ijsjes is de oude logger nog in de vaart want toen ik de boot kocht kocht mijn broer de ijscowinkel en hij verzamelde een boel duiten en wij een boel ervaringen. De laatste week in Barcelona besteden we aan het naaien van de zeilen. De logger krijgt een nieuw grootzeil en stormzeil. De moeilijk opvoedbare jongeren van de werfschool zijn zo moeilijk dat ze ons het werk zelf laten doen. Nu nog een paar ton ballast achterin en ze is klaar voor alle wereldzeeën.

126 Woensdag 27 Juni 2007
Adíos Barcelona! We kwamen met vijftien euro aanvaren en vertrekken met een handvol kleingeld. We hebben meer dan dertienhonderd tevreden toeschouwers in onze salon ontvangen. Tegen alle traditie in werden ze niet gewogen maar moesten gewoon een tientje betalen. En zo hebben we het schip volgeladen met 500 liter diesel, 300 liter melk, 300 liter vruchtensappen, 100 liter verf, 100 liter wodka, 20 kilo draaitabak en nog een halve ton aan grutten en kleingoed. We herinneren ons dat op die exotische eilandjes alles dubbelduur is. Maar we hebben ook een zodiac ingeladen met ons eerste buitenboordmotortje, de zeilen, zes nieuwe theaterlampen, een nieuwe versterker, elektronica, twintig heksenbezems voor de decoratie van de tribune, 400 T-shirts om te bedrukken en een prachtige set van vijftien postkaarten met scènes uit de voorstelling om te verkopen. Die verf hebben we met de Zodiac opgehaald toen we een testvaart maakte naar ons oude stekkie in de haven, naar de “Freetown” die al vervaarlijk begint over te hellen. De Indische bemanning had het wrak allang verlaten maar we wisten nog precies waar de verf stond en de schat aan navegalia. De zeilen worden pas in Istanbul getuigd voor het nieuwe statieportret. Schip, show en crew zijn klaar voor de zomertour. In Barcelona hebben we respectabiliteit en een nieuwe vriendenkring gewonnen. En we moesten beleefd de uitnodiging afwijzen om in September aan het Feest van de Merced deel te nemen. Dat zit in het vat. De eerste bestemming is vier dagen vaart naar Ustica, een paradijslijk eilandje honderd kilometer ten Noorden van Palermo. De nieuwe havencommandant daar wil niks van ons weten maar de Burgermeester is verleden jaar tot fan bekeerd. Dat wordt nog interessant.

127 Woensdag, 3 Juli 2007
Scalo Nuovo, Isola Marèttima, Sicilia.
37º58´038´´ Noorderbreedte, 012º04’64’’ Oosterlengte
Het werd weer een snoepreisje over de Middellandse Zee. De crew kon eindelijk uitgebreid uitslapen. Alleen steracteur Carlos wordt bij het minste zuchtje zeeziek. Toen de radio vlak onder Sardinia een klein stormpje aankondigde besloten we het paradijselijk Ustica te vergeten en te schuilen in de Sardijnse hoofdstad Cagliari. Daar waren we in September nog aan de ketting gelegd omdat we onze zogenaamde scheepsverzekering zogenaamd niet konden overleggen. Maar de havencommandanten worden om de haverklap vervangen zodat we met alle eer konden in- en uitvaren. We zijn nog even bij de culturele dienst langs geweest voor van wanneer je weet maar nooit. Dat wordt dan Augustus 2009. Maar de zee, ze roept. Voor ons laatste vrije zomerweekend keken we nog eens goed op de zeekaart en vonden een pareltje van anderhalve kilometer doorsnee, een heuveltop die boven zee uitsteekt waar honderdtachtig huisjes tegen de helling zijn geplakt. Het duurt een paar uur voor je er achter komt dat er geen enkele auto rondrijdt. Iedere middag moeten we een uurtje op zee spelenvaren omdat de ferry komt. Als bij een ouderwets circus liep iedereen ter welkom uit. De havencommandant had geen zeggenschap over de kade omdat die in verbouwing is maar kon de roep van het volk niet weerstaan. Hij moest een Kafkiaanse constructie verzinnen om de voorstelling mogelijk te maken. Mijn Siciliaanse muzikant en tolk kreeg hoofdpijn van de onderhandelingen. Uiteindelijk konden we geen verzoekschrift indienen maar moesten de show in een officieel communiqué aankondigen. Van grootmoeders tot kinders kwamen en ze namen hun eigen stoelen mee. Ze lachen om andere dingen dan in Barcelona. Maar we zijn de helden van het dorp. In een klap hebben we de hele show veritalianiseerd.

128 Woensdag, 10 Juli 2007
Mazara del Vallo, Piazzale Quinci, 37º39´08´´ Noorderbreedte, 012º35’198’’ Oosterlengte
Mazara is een godvergeten goedgelovig vissersgat in Zuidwest Sicilia, verpletterd onder Zon, Kerk en Maffia. We waren hier door de Lega Navale uitgenodigd, een afdeling van de Nationale Yachtclubvereniging, maar zodra we binnenvoeren wisten ze niet hoe snel ze niks meer van ons moesten weten. De havencommandant steekt joviaal zijn hand uit maar trekt hem schielijk terug zodra die mijn oren ziet. Later moest ik van hem op de foto en dan is mijn standaardvoorwaarde dat ik achter zijn bureau met zijn telefoons mag zitten balanceren. Dit is het thuisland van de komedie. Pirandello is aan deze kusten geboren. Een poos geleden vonden Mazarese visserslui een Dansende Satyra in zee die nu wereldberoemd is. Ze hebben daar een museumpje omheen gebouwd maar het origineel woont in Palermo of is op reis. Van de commandant die toestemming moest vragen in Palermo kregen we een prachtig plekje op de Piazzale tegenover het stadhuis inclusief een vergunning de tribune te bouwen. Maar voor de voorstelling zelf moest de politie toestemming vragen in Trapani en had daar geen zin in. De polizziotto heette Pipichione. Zo staan schip en tribune versierd met twintig heksenbezems te pronken op het Groote Plein. Een pasgetrouwd stelletje komt met witte Rolls Royce langs en dan moet de Kapitein met het verse paar poseren. Dat doet me denken aan die arme Bulgaren die van hun leven niet de kans krijgen Mercedes te rijden tot ze naar het kerkhof gebracht worden. Ook de krant komt langs met twee lokale TV-ploegen voor een reportage over de show die voorlopig een louter denkbeeldig karakter heeft. Want tot het laatste applaus wisten we niet of ook de Carabinieri nog langs zouden komen. We gingen maar uit van de stilzwijgende afspraak elkaar niet lastig te vallen. En zoo geschiedde. Wie ook nog langs kwam was de Processie van de Allerheiligste Maria van het Paradijs. We keken elkaar verbijsterd aan. Dertigduizend zieltjes paraderend met een potsierlijk beeld. Toch lijkt het zeker dat, louter denkbeeldig gezien, Mazaro meer kans heeft ooit tot paradijs te worden dan een uithoek als pak weg Den Haag. Want waar was de andere helft van het stadje? Nog geen drie uur na dat laatste applaus zat alles vastgesjord en zaten we de sterrenhemel geprezen alweer op zee.

129 Woensdag, 17 Juli 2007

Pantellería , Molo Karol Wojtila, 36º50´’04´´ Noorderbreedte, 011º56’503’ Oosterlengte
We worden prompt herkend en omhelsd op ons kleine eilandje Pantellería waar geen criminaliteit bestaat en iedereen Fiat Panda rijdt. En weer verandert de kade in een klein dorpspleintje waar de Pantesken groot en klein samenkomen voor wat ze ‘’La Festa” noemen. Zodat ik na de show, als ik mijn kleine toespraak mag houden, weer kan zeggen: “We varen de hele wereld rond maar komen terug waar onze vrienden zijn”. Deze keer moesten ze allemaal betalen want Pino de Wethouder verklaarde dat het eiland blut is. Zodat we met extra plezier en tot grote hilariteit de dronkaard-hoofdrolspeler Pino kunnen noemen. Maar we waren verleden jaar nog niet weg of ze noemen de kade naar een dooie Poolse Paap. Dat schiet ook niet op. Zodat ik mijn rol als een meedogenloze aflatenverkoper met extra verve speel. Die laat niks heel van de Roomse carrousel. We hebben hier wel een scène moeten wegknippen. Dat heeft meer te maken met het uithoudingsvermogen van het publiek en vooral van de kinderen. Het volk wil circus, vuur en acrobaten en dan komen wij aanzetten met een intellectuele show die het goed doet in Barcelona of als het moet in Berlijn of Londen. Zodat we de show in speed motion afdraaien. Een harde school, de straat. Maar het publiek blijft terugkomen, met kinders en vrienden. Voor het eerst ook in zoveel jaar hebben we een souvenirwinkeltje.bij de uitgang geopend dat driftig handelt in handbedrukte T-Shirts, ansichtkaarten, bouwplaatjes van de boot en DVD’s van de muziek en de films. Met die T-Shirts waren we de hele week bezig. Een schip moet varen.

130 Woensdag, 25 Juli 2007
Wharf St. Angelo, Malta, 36 °53’521’’ Noorderbreedte, 014°31’157’’ Oosterlengte
We gooien er een scène uit maar smijten er een week tegenaan. We blijven lekker wat langer in het paradijs. De onderhandelingen met Pozzallo in Zuid Sicilië schoten voor geen zeemijl op. De hele stad inclusief de Burgemeester heet ons welkom en heeft ons al in het programma gezet. Maar de havenmeester is een Kolonel en die wil niet. Onze eigen havenmeester is maar Kapitein en durft geen goed woordje bij hem te doen want komt een paar strepen teveel tekort. We hebben nog even gedacht op acht uur gaans een Tunesisch vissersstadje met een bliksembezoek te vereren maar de temperatuur van veertig graden nodigt niet tot actie uit. Er is hier trouwens dagelijks vers publiek want we liggen pontificaal naast de hoofdingang waar alle ferry’s landen. En zo duiken we nog maar eens in zee. Tegelijk krijgen de Spaanstalige acteurs een spoedcursus Engelse Uitspraak. Want de show wordt verengelst. Malta Wacht. Dat werd een heel etmaal varen. Daar mochten we weer voor nop afmeren in de allerchicste jachthaven van Europa. De buren hebben helikopters. Ik had ze fenders beloofd om hun tedere kademuren te beschermen maar gezien de staat van de scheepskas kwamen we toch weer aanzetten met ouderwetse autobanden. Nu maar afwachten of het publiek terugkomt. Deze keer moet ik de pers helemaal zelf optrommelen. Onze première valt precies op de openingsdag van het Maltese Zomerfestival. Maar we zijn de ongenode gasten want ze zeiden blut te zijn. We gaan lekker onderzoeken of er een andere reden was. De inzet van de week zijn volle bunkers. Iedere honderd toeschouwers levert anderhalve ton op. De uitslag komt volgende week.

131 Woensdag, 1 Augustus 2007
We hebben onderhand geleerd om een fantastisch muziektheater immelkaar te draaien maar van marketing moeten we meer kaas eten. Het publiek was weer enthousiast maar kwam met veel te weinig. We konden ternauwernood zes ton diesel tanken en dat brengt ons ternauwernood tot Istanbul. Hoe komen we daar dan weg? De Nationale TV kwam langs en de betere kranten maar dat we hier op het laatste moment bankjes moesten bijschuiven bleef een boze droom. En zo duiken we er nog maar eens in. Het kan altijd erger. “Azar” op zijn Portugees is PECH! En nou maar hopen dat de Grieken de Tour redden. Tien jaar geleden sprak niemand er Engels en wilden ze niks van ons weten. Dus nu zijn ze nieuwsgierig. Op Kreta gaat de mare al rond, vertelt de directeur van het lokale Zomerfestival. En de Kolonel van Pozzallo is ook bezweken onder de volksdruk. We maggen er aanleggen. Dus gooien we er nog een weekje Sicilia tegenaan. En de crew is flink uitgebreid. We kregen de scheepkatertjes Moretti en Pacito. Die worden getraind in de kakkerlakkenjacht. Die zijn zo groot als een pink. Maar de meest kleurrijke matroos is Zachar, de jonge kaketoe waarmee ze kwamen aanzetten. Die mag de hele dag op zijn stokkie blijven zitten. Hij moet wel een paar krachtermen leren en mag op mijn schouder mee voor de officiële onderhandelingen. De eerste klant wordt de Kolonel van Pozzallo.

132 Woensdag, 8 Augustus 2007
Pozzallo, Sicilia, 36 °43’006’’ Noorderbreedte, 014°49’776’’ Oosterlengte
Het was snikheet in het slaperig kuststadje Pozzallo maar de komst der Zotten bracht de mallemolen der competenties op volle toeren. De eerste die op audiëntie kwam was de Burgermeester zelve met in zijn gevolg van dienstauto’s de wethouder en directeur van cultuur. Zóó hoort het dat de komedianten welkom geheten worden! Spoedig daarop kwamen de Carabinieri, hooglijk verongelijkt dat ze van niks wisten en dat bovendien onze Chileense regisseur zich zonder stempel naar onbekende verten begeven had. Daarna kwam hun baas de Maresciallo zelve met een borst vol balken en strepen om te zeggen dat helaas de show niet doorgaat omdat de Questura geen vergunning voor de tribune had geleverd. Toen kwam de Guardia di Finanza want je mag niet zomaar ongenummerde toegangsbiljetten verkopen. En als toetje de SIAE, de Kunstpolitie die toezicht houdt op de auteursrechten van een Chaucer die dik zeven eeuwen dood is en van een scheepsorkest dat openlijk verklaart copyleft te zijn. De enige die zich niet vertoonde was de Coronello zelve, die vanaf eenzame hoogten moest toezien hoe zijn ondergeschikten in blinkend wit uniform zich door de show lieten inpakken. Complimenti, complimenti. Want de havendienst komt traditioneel gratis binnen maar moet voor hun verloofden vijf euro betalen. Zo zijn we weer ouderwets terug in ons geliefde Sicilia. We moesten wel want dit is de thuishaven van onze gitarist. Zijn ouders onthaalden ons op caciocavallo, provoletta, anelletti alle Palermitano en panne di pastadura. Dat zijn kazen en kazen, pasta en broodjes. Ook Zotten eten.

133 Woensdag, 15 Augustus 2007
Taranto, Molo San Cataldo.40º28´’863´´ Noorderbreedte, 017º13’317’ Oosterlengte
In Taranto vielen we met de neus in de boter.We kregen een ontmoeting met de autoriteiten en pers in de conferentiezaal van de havendienst. De havendirecteur en de cultuurwethouder hadden het idee om een supermoderrn polyfunctioneel centrum à la Bimhuis in de haven te poten en de komst der zotten bleek een uitgekiend moment om dit idee te lanceren. Dat hebben we in Zuid Italia wel eerder gezien dat een nieuw stadsbestuur denkt af te kunnen rekenen met tweeduizend jaar inertie. Kijken hoe lang de illusie stand houdt. Tegenover de haven ligt het historische stadscentrum dat vol staat met paleizen zonder ramen. De bomen groeien er op de daken en een paar Dorische zuilen staan er verdwaald te wezen. In ieder geval kwam het publiek in volle getale opdagen, dus wat een pech dat we hier maar twee dagen gepland hadden. Zoals de krant schrijft, je hebt net zin om naar hun theater te komen of ze zijn alweer vertrokken. Zo krijgt ons theater de mythische reputatie van horen zeggen. Het belangrijkste is dat we moesten beloven terug te komen. En nog belangrijker is dat we na elf jaar weer terug zijn in Puglia, de hiel van Italia, het land van de Tarantella. Ze zijn ons niet vergeten

134 Woensdag, 22 Augustus 2007
Bari, Molo Novo Foraneo, 41°09’782’’ Noorderbreedte, 016°51’254’’ Oosterlengte
Het is Maria Hemelvaart in Italia, het hele land ligt plat aan zee. We hadden goed goud kunnen verdienen. In plaats daarvan liggen we een mijl op zee voor Monopoli pathetisch onderhandelingen te voeren. Zelfs de Regionale Minister van Toerisme belt nog wat vriendjes om ons te helpen. Monopoli is een prachtig stadje in de hiel van Italia. Ze kennen ons nog goed van elf jaar geleden. Maar de dobbelsteen rolde anders. Het is vakantie. We zijn toen maar twintig mijl verder opgestoomd naar Bari, de hoofdstad van Puglia. Dat is de hoofdstad van Sinterklaas. Dat wordt ons nieuwe vaderland om te overwinteren. Goede wijn en politieke wil behoeven geen krans. Hier wachten triomfen in wel zes Monopoli’s. Maar van vakantie komt niet veel. De drijfriem van de alternator en de voetpomp van de watertank is kapot. Ook liggen we naast vier scheepswrakken met een schat aan nautalia. Alle zeekaarten van de Zwarte Zee! En dan bereiden we ons voor op een tocht van vijf dagen en alle winkels zijn dicht. We varen naar het festival “Heraklion Zomer”. Dat is de hoofdstad van Creta. Dit festival moet de tour redden. Dan halen we Istanbul ook nog. En ondertussen leren we wat woordjes Grieks. De acht lijnen van Oedipus Rex kan ik al dromen. En ik heb nog vijf dagen om mijn toespraakje te repeteren. Die toespraak is de uitsmijter na de show. In Spanje of Italia kon ik lekker wat aan mekaar flansen. In het Grieks is iedere lettergreep van hout. Dat gaat dan alzo:
“De Zottenschuit is een eeuwenoud beeld van de wereld op drift
De hele maatschappij is een zottenschuit.
Niemand weet wat de koers is.
Niemand heeft het roer in zijn handen.
We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.
We hebben geen huis.
We hebben geen vaderland.
De wereld is ons vaderland.
Ons vaderland is hier, in deze mooie stad.
Daarom zullen we terugkomen”.

135 Woensdag, 29 Augustus 2007
Herakleon. Venetian Port, Creta. 32º20´’852´´ Noorderbreedte, 025º08’302’ Oosterlengte
Tien jaar geleden waren we op weg naar een theaterfestival in Israel en maakten we een tussenlanding op Kreta omdat de keuken leeg was. Een deel van de crew bezocht de supermarkt, een ander deel het labyrint van de Minotaurus maar ik fietste naar het stadhuis om kennis te maken met lokale culturele bonzen. Ik vond een stoffig kantoor met dito ambtenaren die me aankeken alsof ik een dialect van Mars sprak. Nu vind je een bruisend Festival vol muziek, theater en literatuur waar we met open mond onthaald werden. Het eiland ligt op driehonderd kilometer van de beschaving en je zou denken dat het vol zeevaarders zit. Maar daarvoor moet uit je Amsterdam komen. Twee Kretenzer theaterregisseurs verklaarden altijd al een varend theater te willen hebben. Alweer hebben we een nieuwe thuishaven voor de winter gevonden. Dachten we net in Bari in Zuid-Italië thuis te zijn omdat de politiek ons omarmt en de wijn en olijven er goed zijn. Maar de Kretenzer wijn is net zo goed en politieke steun geeneens nodig. Hier zijn we het nationale familietheater. In alle haast hebben we de sleutelteksten uit de show verhelleniseerd. Regels uit de toespraak als “de wereld is ons vaderland” krijgen steevast applaus. We krijgen applaus van oude zwarte vrouwtjes omdat we de voorstelling afzeggen omdat het land in brand staat. En omdat we geen show konden geven nodigt het Festival alle gedupeerde artiesten uit in het restaurant. We steken met de voorplecht pal in dat restaurant. We keken al dagen verlekkerd naar binnen. We zijn al gehard in een marteling `a la de Haagsche Gevangepoort waar de ingezetenen pal onder de keuken wonen. De nacht van nationale rouw eindigde met een tribune vol artiesten, onder de meest weemoedige klanken.

136 Woensdag, 5 September 2007
Rethimnon, Marina, Creta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
We hoorden van theatermakers dat het Kretenzer publiek zich moeilijk laat verleiden maar daar hebben we niks van gemerkt. De verkoper van suikerspin en popcorn nestelt zijn nering naast de ingang. Het publiek komt in steeds groter getale en met steeds meer kinderen. En dat terwijl “Mama” door haar zoon wordt vermoord en er bovendien vier dodelijke steek- en gifpartijen plaatsvinden, een bijna-onthoofding, een verkrachting, overspel, een zelfmoord en een tiran die zich de ogen uitrukt, dit alles op zeer plastische wijze en in vijf talen uitgedrukt. Het land staat in brand maar op ons toneel strooit Nero met brandende lucifers, besproeien brandweerlui met waterpistolen het publiek, komt brandend Rome binnenrijden en zingen we een vrolijk liedje van “Een Vuurtje Hier En Een Vuurtje Daar”. Het geheim is misschien wel de mix van Comedia dell’Arte en Monty Pyton die we presenteren want we hoorden ook dat ze die eindeloze Griekse tragedies zat zijn. Zeker is dat ze heel geëmotioneerd zijn. De vrouw van de burgemeester van een naburig havenstadje nodigt ons ter plekke uit zonder enig benul van de diepgang van een schip. Kinderen schudden me hun handjes. De DVD’s van de muziek en Azart-TV vliegen de tent uit. Maar de schuit moet verder. Als zo vaak deze zomer vluchten we voor ons succes uit. En zo belanden in Rethymo, weer een ander naburig havenstadje. Burgemeester, festivaldirecteur en havenmeester zijn enthousiast. De havenpolitie deed nog vergeefs een poging de zaak te verbieden. En de kaketoe van de kapitein heet Zachar maar is geen kaketoe. Wel is ze bontgekleurd en zingt ze uitbundig. Maar ze durft nog niet op mijn schouder en mag daarom nog steeds niet mee op statiebezoek bij de havenpolitie.

137 Woensdag, 12 September 2007
Rethimnon, Marina, Creta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
Rethymo is een alleraardigst stadje met een oud Venetiaans haventje en stadscentrum dat helaas met terrasjes en prullaria is volgepropt. Hiertussen loopt dan een verdwaasde massa toeristen verdwaald te wezen. Van de wel duizend engelse flyers die we verspreid hebben kregen we zero respons. Heel anders is het Griekse publiek dat blijkbaar al duizenden jaren naar het theater gaat en zich niet door Septemberwinden laat storen. Zwart geklede omaatjes komen met hun kleinkinderen, vaders met hun zoon voorop de scooter en bakvisjes vissen hun zeven euro’s uit hun portemonneetje in een servet- en lakentarief dat nergens staat aangekondigd. Hier kunnen we nog wel duizend jaar vooruit. Zoals het er uitziet hoeven we voorlopig niet naar Istanbul, temeer daar noch bunker noch scheepskas tot capriolen uitnodigt. Het wordt al vroeg donker en de crew begint te morren zodat het tijd wordt een winterstekje te zoeken. Wellicht wordt dat hier in Rethymo waar een universiteitje met vijfduizend studentes ons door de winter kan helpen. Hier wordt bovendien een van de grootste carnavals van Griekenland gevierd en de organisator daarvan is euforisch over de show. Hij smeekt ons om mee te doen. Maar we willen ook Lesbos onderzoeken of Naxos, Patmos, Kos of een ander exotisch eilandje in deze Wonderlijke Zee. Ook met Athene zijn we in onderhandeling. Maar eerst varen we een etmaal noordwaarts naar Hermoupolis op het eilandje Syros. Daar wachten twee weken show. Hermoupolis was de hoofdstad van Griekenland voordat Athene hoofdstad werd. Zoals het er nu uitziet wordt Jason de held van de nieuwe zomershow. Jason voer al met zijn scheepje naar de Zwarte Zee voordat Hermoupolis de hoofdstad van Griekenland werd. Maar in al die eeuwen hebben de Grieken Jason nog niet als een komische held gezien…

138 Woensdag, 19 September 2007
Hemoupolis, Plateia Laikis Kuriarchias, Het Plein van het Publieke Bezit,
Syros, 37°26’555’’ Noorderbreedte, 024°56’722’’ Oosterlengte
Hermoupolis is een stadje met twee heuvels. Een heuvel is katholiek met bovenop een katholieke kerk en de andere heuvel is orthodox met bovenop een orthodoxe kerk. Nog niet zo lang geleden hadden ze ruzie met elkaar en mochten onderling niet trouwen. Maar nu is het een kosmopolitisch stadje want maar op drie uren varen van Athene. Het heeft zijn charmes behouden want er is geen enkel modern bouwwerk te bekennen. Het ons welbekende ‘eilandeffect’ werkt hier weer perfect want binnen de kortste keren weet de hele goegemeente dat we geland zijn. We liggen weer te pronken pal naast de voordeur, daar waar al eeuwen iedereen aankomt of vertrekt. En ze zijn net zo aardig als de Kretenzers. Er heerst hier een gemoedelijke anarchie, heel anders dan in Italië waar je minstens drie instanties moet aflopen voordat je kans maakt de voorstelling te kunnen geven. Hier vaar je binnen en wijs je met een handgebaar aan waar de tribune komt te staan. Er is geen politieagent te bekennen terwijl bijvoorbeeld in Taranto zes zwaarbewapende Carabinieri zich zichtbaar op het toneel posten. Dat is gelukkig meer uit nieuwsgierigheid dan uit plichtsbesef. Maar het blijft flink waaien en altijd uit het Noorden. Het blijft heet maar de zomer is voorbij. Zachar begint met ieder ochtengloren vrolijk te fluiten. Hij woont in mijn kajuit en kent wel tien verschillende laddertjes. Hij krijgt nu iedere avond een spiegeltje in zijn kooi zodat ie de eerste uren met zijn alter-ego zoet is.

139 Woensdag, 26 September 2007
Deze week is de expo van superjachten in Monaco. Dat leert een paar interessante dingen. Vanaf 25 meter ben je superjacht en daar zitten we dus dik boven. De vuistregel is dat je begint met 15 tot 20 miljoen euro en dan voor iedere meter een miljoen extra neertelt. Ik wist niet dat we zo rijk waren. Maar de echte rijkdom is natuurlijk het creatieve proces, het artistieke product, de sociale interactie en de politieke boodschap. De andere superjachten steken noodgedwongen met hun kont naar de kade en dan zetten ze er een gorilla als bewaker op de brug. Daar woont de angst. Maar de zottenschuit meert per definitie af over de volle lengte van het schip en krijgt dan 150 vierkante meter op de kade kado om haar sociaal laboratorium neer te zetten. Niet toevallig heet deze kade ‘Het Plein van het Publieke Bezit’. Het is ook niet toevallig dat deze eilanden ‘de Cycladen’ heten. De wind waait ondertussen zo hevig dat we het laboratorium naar het visruim moesten verhuizen. In een paar uur hebben we de show aangepast aan ons toneel dat ternauwernood vijf bij drie meter telt. En om het publiek niet teleur te stellen werden we gedwongen om twee shows per avond te geven. Daarmee hebben we in een klap een wintershow. En daarmee eindigt de zomertour. Vierenzestig shows in twaalf steden. En nog steeds is het niet de moeite waard een boekhouding bij te houden. Deze week daalde ook een ‘Circus Aquatico’ neer op het eiland. Ze kregen een bergtop toegewezen en hingen overal driekleurenposters op. Ze hebben een pinguïn, pelikaan, krokodilletje en een bak vol piranha’s. Ze krijgen subsidie van de Italiaanse staat en verdienen heel veel meer. We wisselden vrijkaartjes uit en zagen een show van een uitgesproken droefenis.

140 Woensdag, 3 October 2007
Ik had beloofd dat de trein tot stilstand zou komen bij de Galatabrug in Istanbul maar we zijn blijven steken op het Publieke Plein midden in de Cycladen, op twee dagen vaart. De brug bleek te ver. Ons verblijf van twee weken duurt inmiddels al vier weken want eerst waaide het te hard en toen kwam onze charmante assistente Violetta met een flinke ontsteking in het ziekenhuis en nu waait het alweer te hard. Zo krijgen we de kans een paar zeldzame dagen pure rust te nemen. Dat gaf mij de kans om de hele Griekse grammatica tot zes kantjes te reduceren. Want het is ook duidelijk geworden dat Griekenland voor de komende jaren onze thuishaven wordt – en uitvalbasis voor expedities naar de Donau, Dnjepr en Zwarte Zee. Dan kan het geen kwaad een woordje Grieks te happen. Ten slotte krijgen we hier wat Holland nooit vermag te geven: respect. Maar dat ziekenhuisje is een vrolijke boel. De verpleegsters laten aan iedereen de foto’s zien waarop ze met Kapitein Langoor poseren. De nachtzuster neemt onze patiënte mee naar haar kantoortje om eens lekker sigaretjes te puffen. De poging om even te ontsnappen naar de snackbar tegenover strandde op de portier. Maar dat werd weer ruimschoots gecompenseerd door moeder’s lekkernijen die een onzer fans haar iedere dag kwam brengen.

141 Woensdag, 10 October 2007
Chora, Naxos, 37°06’395’’ Noorderbreedte, 025°22’455’’ Oosterlengte
Het is weer helemaal zomer geworden en we hoppen van eilandje naar eilandje om alvast kennis te maken met ons publiek van volgend jaar. We spreken met havenmeesters en cultuurbonzen voor het beste stekkie in de haven en in het zomerfestival. Het zijn allemaal paradijselijke eilandjes met kleine stadjes, kronkelige straatjes, kerkjes, kastelen, antieke ruïnes en een schat aan verhalen en mythen. Hier naast de haven van Naxos staat een gigantische marmeren poort van zes meter hoogte dat oogt als een moderne geometrische sculptuur maar dat in werkelijkheid de toegang was van de tempel van Dionysus. Deze poort bleef 2537 jaar overeind omdat die te zwaar was mee te nemen. Het blijkt dat Dionysus, oftewel Bacchus, op dit eiland werd geboren. Hier werd hij verliefd op Ariadne en hier zette hij de eerbiedwaardige traditie in van de bacchanalen, die losbandige drinkgelagen en zwelgpartijen die de voorloper zijn van de carnavaleske tradities van de Zottenschuyt. Die schuit werd niet voor niets Zuypschuyt genoemd. Zo zijn we zonder het te beseffen plotseling bij de bron beland. We hieven een glaasje raki ter hulde. We dompelen ons in de duizendjarige traditie van de Griekse komedie en duiken maar weer eens in de kraakheldere zee. De moderne Grieken zijn razend enthousiast en het lukt ons maar niet om voor onze glaasjes af te rekenen.

142 Woensdag, 17 October 2007
Rethimnon Marina, Kreta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
Het schip is veilig teruggekeerd voor de winterstop op Kreta, het regent zachtjes, de kas is leeg en de show is over. Deze zomer hebben we in achttien hele etmalen gaans 2270 zeemijlen afgelegd, zeg maar de afstand van Scheveningen tot Newfoundland op fietssnelheid. Op de terugreis bezochten we nog een paar hoogst interessante eilandjes. Daar was Ios, een van de zeven plaatsen waar Homerus werd geboren. Op Ios hebben ze misschien meer recht van spreken want een antieke schrijver verhaalde dat de bewoners daar indertijd het graf kon aanwijzen van de Dichter en zijn Moeder. En daar was Santorini dat niks meer is dan de top van een krater waarin je heden elegant kunt binnenvaren. Toen die krater dik drieduizend jaar geleden ontplofte spoelde de tsunami de Kretense beschaving weg… Maar gelukkig is er nog een boel over. Rethymno heeft nu een universiteit van ‘zachte’ studies als pedagogie en psychologie en dus is het grootste deel der vijfduizend studenten vrouw die ons nu door de winter moet helpen. Aanstaande vrijdag en zaterdag gaat het weekendcabaret reeds open. De vloer is geboend en de scheepstafel staat in de was. Er zijn negen artiesten permanent aan boord die van lekker eten houden. We speculeren reeds driftig over het thema van de nieuwe zomershow: de tragische held en zeeman Jason. Hij werd onder zijn eigen schip bedolven.

143 Woensdag, 24 October 2007
Rethimnon Marina, Kreta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
Het nieuwe winterseizoen komt wel heel langzaam op gang want niemand van de crew had de puf om in de bus naar de campus te stappen om het studentenvolk te verkondigen dat de zottenschuyt geland is. De campus is een levendige schaduwstad in de bergen vol slogans, posters en studenten. Het stadje zelf is helemaal ingezakt nu de toeristen gevlucht zijn. Zo kwamen er maar acht mensen naar de première. Maar het ergste was nog dat er helemaal geen première was. Een uurtje daarvoor kwam de havendienst vertellen dat we onderdeks geen show mogen geven. Ze wisten van onze plannen uit de krant. Dus nu moeten we politieke vrienden inschakelen om te proberen dit verbod te omzeilen. Maar we weten uit ervaring dat zelfs de sterkste politici niet opgewassen zijn tegen een argument zo vaag als ’veiligheid’. Dan kunnen we wel duizend keer herhalen dat we drieduizend keer vol visruim hadden. We zijn benieuwd. Er zij genoeg mogelijkheden om buiten op te treden. De kade is de drempel tot een heel eiland vol scholen en theatertjes. Er is nauwelijks concurrentie. Maar we zijn verwend. We willen het volk aan boord. Het schip zelf is een megamagneet. We willen de routine en de poen in eigen hand. We hebben er geen zin in om taxi’s te bellen en te sjouwen met de kostuums en props. Dat was precies wat we een dag later deden. We traden op in een alleraardigst theatertje in het centrum maar kwamen thuis met een handvol centjes. Als het fout loopt krijgen we een heel moeilijke winter. Maar aan boord alles puik en bij de bakker krijg je een glaasje raki kado.

144 Woensdag, 31 October 2007
De Havenmeester heet Orfanos dat zoveel als ‘weesje’ betekent. Hij is in zijn Kretense trots gekrenkt dat we hem niet gewaarschuwd hebben voor onze shows onderdeks. Dat deden we in het beproefde kader van de slapende honden. Dus nu moeten we het weeskind de tijd geven zijn wonden te helen. Wellicht treffen we zijn familieleden om hem op andere gedachten te brengen. De Burgermeester liet al weten niks met onze Orfanos aan te kunnen. Maar we kregen de sleutels van het plaatselijke “MikroTheater”. Dat is een leuk zaaltje waar we dus iedere dag te vinden zijn om te repeteren. Want de bodem van de scheepskist is al akelig zichtbaar. We bereiden een pikant kabaret voor. Dat moet hier een goede aanzet zijn. Volgende week meteen al drie shows. En ik ben bezig met een intensieve autocursus Grieks. Gelukkig is een kwart van Nederlandse woordenschat van Griekse oorsprong. Zo is een “mysticus” een detective. Ze kunnen ook geen B of D aan het begin uitspreken. Zo wordt een banaan een “mpanana” en mijn eigen naam “Aougkoust Ntirks”. Kapetanios. Dat las ik in de krant. Ik kan nu eindelijk lezen wat ze twee maanden geleden over ons in de krant schreven en ik moet zeggen dat ze het beter doen dan ik durfde dromen. Maar we moeten alert blijven want ten slotte willen we hier een paar jaar rondneuzen. Ondertussen vierde de bootsman zijn vijftigste verjaardag. Kregen we toch nog een vrolijk feest onderdeks. De bootsman is onze mamma die ervoor zorgt dat de matrozen niet gillend van boord rennen. Ze leve lang, ze leve hoog. Tot zover, tot gauw, Aougkoust Ntirks, kapetanios.

145 Woensdag, 7 November 2007
Wereldberoemd in Rethymno. We hadden drie shows in het Mikrotheater en iedere avond kwam een dubbel aantal toeschouwers totdat er geen Kreet meer bij kon. Groeicijfers waarbij die van de Volksrepubliek China verbleken. We hebben een groep fans uit de hoofdstad Herakleion die er honderd kilometers voor over hebben. Ze zagen een twintigtal personages die een parodie maakten op de showbizz. De Kreten schijven Kamparé voor Cabaret. De reputatie is gevestigd en de havengelden zijn geen probleem meer. Het probleem is dat de drie steracteurs er nu een maandje tussenuit knijpen. Beatriki heeft 15 soloshows in Catalunya en het Baskenland. De Chilenen moeten terug naar Spanje om de fictie van hun Europese verblijfsvergunning hoog te houden. We proberen al jaren aan Europa te ontsnappen maar kunnen niet weg zolang een paar bemanningsleden dan het recht verliezen om te terug te keren. Samen uit, samen thuis. Mooi meegenomen dat we nooit meer haast hebben. Hier wachten nog twee zeeën ontdekt te worden: de Aegaische Zee en de Zwarte Zee. De ambitie is om over een jaar of drie afscheid te nemen van de Griekse Komedie in het Epidaurus theater. Dat was en is het grootste en meest prestigieuze klassieke Griekse amfitheater. Daar kwam en komt een vijftienduizendkoppig publiek om van hun ziekten genezen te worden. Daar is het gefluister van akteurs tot bovenin hoorbaar. We bouwen dan de haringlogger op ware schaal van karton na en komen daarmee de scène oprijden…

146 Woensdag, 14 November 2007. Kroeg “De Hinde”, voorheen “De Zwaan”. Op ‘t Oost 4. Hindeloopen.
Aan het haventje van Hindeloopen stond de kroeg “De Zwaan” en daar zat tweehonderd jaar geleden een Franse douanier uit het Keizerlijk leger. Deze soldaat sprak over Wypke Jappes, de negentienjarige dochter van schipper Dirk Jappes. Vol trots vertelde hij de vader te zijn van haar buitenechtelijk zoontje. Dit bevestigen drie getuigen in een proces verbaal dat nog in het gemeentearchief ligt. Haar werd het leven in Hindeloopen moeilijk gemaakt en ze vertrok met de schuit naar Amsterdam. Ze nam haar Fransje mee, ging in het sloppenwijkje Kattengat wonen en leurde met pantoffels langs de deuren. Frans werd kruier en toen ie een jaar of twintig was liep hij met zijn kruiwagen langs het West-Indisch huis op de Haarlemmerstraat. Daar stond een stadsomroeper soldatente ronselen voor de Negendaagse Veldtocht tegen België. Zo werd Frans soldaat maar net als zijn vader kwam hij niet aan het front. Hij bleef in Waalwijk hangen en kreeg kennis met een meisje van een van de vele schoenenfabriekjes. Sindsdien verkocht de familie Dirks schoenen in Amsterdam want Wypke liet zich Dirks noemen en werd de dappere grondlegster van een hele dynastie. De schipper van de Zottenschuit was deze week in Nederland om zijn zes broers te bezoeken. We belandden allemaal in de kroeg van Hindeloopen om een toost uit te brengen op mejuffrouw Jappes. De matrozen op de Zottenschuit melden vanuit Kreta dat de scheepskist nu helemaal leeg is.

147 Woensdag, 21 November 2007
Rethimnon Marina, Kreta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
Verontrustend nieuws uit de Amsterdamse feestwinkel: de Franse leverancier van mijn neporen bestaat niet meer. Toen ik 13 jaar geleden begon kostten de oren nog 2 gulden en dat was al opgelopen tot 5,5 euro, hoewel ik als trouwe afnemer altijd 10% korting kreeg. Maar ze zijn er niet meer. Ze gaan een maand of acht mee, net zo lang als een paar klompen, en ik dacht juist een lekker voorraadje mee te nemen want ik ben er bijna doorheen en dan moet je met blote oren rondlopen. Nu nog hoor ik van mensen hier in Rethymno dat ze helemaal perplex waren toen ze me voor het eerst zagen tijdens ons bliksembezoek in Augustus. Ik had nota bene juist nog een oor verknald door haar op dramatische wijze door te snijden. Als Burgemeester van het Amsterdamse Azartplein moest ik daar een atelier openen en ik dacht een passend eerbetoon te brengen aan Vincent van Gogh en zijn speurtocht naar de grenzen van de kunst. Ondertussen heb ik wel gehoord dat er nu plastisch chirurgen zijn die het voor je kunnen opknappen maar ja, daaarvoor moeten we dan eindelijk maar eens subsidie aanvragen. We leven nu van de schoenendoos die vol zit met de muntjes die van de zomertour zijn overgebleven. De supermarkt tegenover is er blij mee. Ik heb wel een nieuwe muts. Die is Venetiaans en dat komt mooi uit want dit eiland heeft vier eeuwen lang onder Venetiaans bestuur gestaan. Ze lijken een beetje op de cilinderhoeden van de lokale popes of papas zoals ze hier zeggen. Normaal lopen die papas een beetje boven de wereld en kijken dwars langs je heen. Maar nu denken ze heel even met een collega van doen te hebben en kijken je aan. Dat ze me aankeken was me éen keer eerder overkomen toen ik recht op ze afliep. Ze stonden naast de ingang van de havendienst een dikke stapel bankbiljetten te tellen. En toen ik eens nietsvermoedend een winkel binnenliep stoof een oud vrouwtje hevig kruistekens slaande weg. Zij had de duivel gezien.

148 Woensdag, 28 November 2007
Alles rustig aan boord want ik ben met bootsman Robbie alleen achtergebleven. Alle kinders zijn gevlogen. Die druppelen wel weer binnen. De bootsman ruimt de kleedkamer uit en van de restanten maakt hij aan de lopende band rokjes en colberts. Dan verkopen we af en toe wat om de ijskast te vullen. Ik heb twee dekstoelen van het schip genomen en me genesteld onder de palmbomen van de boulevard. Er staan er driehonderd tussen het schip en de oude haven. Daar staat ook een telefoonpaal waar ik met een Griekse schone als zegsvrouwe systematisch festivals, steden en eilanden afbel. Maar de eerste zitting verregende en we belandden achter de façade van de palmenrij in een kroegje dat vernoemd is naar Davelis, een Kretenser Robin Hood. Dat hangt vol met pistolen en dolken en foto’s van dorpsgekken en bandieten. Op éen foto zie je de hoofden van drie bandieten ter afschrikking op een hek gespietst. Dat was in de tijd dat de logger gebouwd werd. De kroegbaas vertelde ons dat een Kretenzer twee dolken heeft, eentje voor het gewone werk van geiten en knoflook en de ander die vader op zoon doorgeeft. Die is voor als je vrouw vreemd gaat. Verleden week viel de politie veertig kilometer verderop een bergdorp binnen. Ze werden weggeschoten. Toen kwamen honderd zwaarbewapende agenten uit Athene. Het dorp was leeg op de grootouders en kinderen na. Het kerkhof en de grotten zaten vol met wiet. Een naburige waterzuiveringsinstallatie had nooit anders gefunctioneerd dan als heroïnelaboratorium. De huisjes ziet er gewoon uit maar binnen zijn de deurknoppen van goud. De zon kwam gauw terug en de eerste dertig brieven zijn al verstuurd. Meteen kwam de eerste reactie. De eeuwenoude stad Korinthe noemt ons voorstel “entyposiaki”. Snel in het woordenboek gekeken. Dat zegt “indrukwekkend” of “spectaculair”. Vooruit, we kiezen voor het laatste.

149 Woensdag, 5 December 2007
Het scheepsorkestje is uit Andorra aan boord teruggekeerd en de violiste heeft haar moeder meegenomen. Dat komt mooi uit want ze koopt allerlei lekkernijen en kan koken als de beste. Zo zijn we weer even helemaal onder de pannen. Want het is crisis. Het orkestje gaf twee concerten in het lokale theater die we lang van te voren hadden aangekondigd. Maar er kwam niemand opdagen. We zijn een maatje te groot voor dit stadje en alle studenten zijn sowieso al op weg naar moeder thuis. Maar het kan nog erger. Ik verdiep me in de avonturen van de Argonauten die met hun scheepje “Argo” naar de Caucasus waren vertrokken. Daar maken we een zomerse komedie van. Zij hebben van doen met zeshandige monsters, ijsvogels en harpijen oftewel roofvogels met meisjesgezichten wier armen in klauwen eindigen. Dan nog met vuurspuwende bronsvoetige stieren, sissende geschubde draken, gevleugelde slangen, bronzen bewakers die je met stenen bekogelen en rotspartijen die je scheepje verpletteren. Dan zitten we nog goed. Zit ik net aan dek in het zonnetje een douche te nemen en vaart er een Sinterklaas langs met vier zwartepieten. Dat is nog eens een cultuurshock. Maar op het pleintje voor de kathedraal staat een standbeeld van een priester die in zijn hand een gebeeldhouwd pistool heeft.

150 Woensdag, 12 December 2007
Nog steeds schijnt een fel zonnetje en kan je in kamerjas aan dek ontbijten. In de verte doemt de berg Idi op, daar waar dondergod Zeus werd grootgebracht. De hele top is éen gigantische sneeuwmassa. In de namiddag, als je nog steeds in kamerjas de Griekse grammatica doorvorst, kleurt de sneeuw langzaam roze. In de avond snort onderdeks het houtkacheltje. Dat wordt de vertrouwde traditie van drie keer warm worden: het brandhout aanslepen, hakken en uiteindelijk verbranden. Uit Spanje keerden twee onzer steracteurs terug. La Beatriki gaf daar vijftien solovoorstellingen. En ze repeteren alweer in ons Mikrotheater. We broeden op een manier om de gedurende de lucratieve decembermaand aan dit stadje te ontsnappen. Op acht uur vaart ligt de hoofdstad Herakleion. Toen we daar van de zomer waren waarschuwde onze buurman de sleepbootkapitein voor de winterdeining. Die stormt bij Noordenwind rechtstreeks de haven binnen. Met een lege kas zijn we niet zo bang meer. De vier is een stevige schuit. We hebben de scirocco in Sicilië doorstaan. Toen vonden we het verstandiger aan wal het gebeuk af te wachten. Het geraamte hebben we later opgelapt. De scheepskatten liggen het grootste deel van de dag op tafel. Zo lui als ze zijn, ze vangen verse vlieg voor lunch. Ze hebben het goed want zijn de lievelingetjes van de dagjesvissers op de kade.

151 Woensdag, 19 December 2007
De havendirecteur van Herakleion spreekt geen Engels, zegt ie. Dan begin ik Grieks met hem te praten maar dat is na twee zinnen zo abominabel dat hij alsnog Engels spreekt. Een decembermaandje in zijn haven zit er niet in. De Griekse wet zegt dat een privé-jacht geen commerciële activiteiten mag herbergen en aldus mogen we niemand betaald aan boord ontvangen. Dit maakt het leven een stuk ingewikkelder want zo worden we beroofd van de enorme attractie die het visruim als minitheater pleegt uit te oefenen. Dus blijven we in Rethimno. Om de harten van de dorpelingen te veroveren gaan we voor hun kinderen optreden. Ben benieuwd. Voor deze donkere maand hebben we ons een nieuw cadeautje bedacht. Mijn klomp staat al bij het houtkacheltje. We hebben hard een nieuwe tribune nodig. Het exemplaar dat we hebben is een restant van een circustribune die uit de jaren vijftig dateert, schat ik, want het kan ook de jaren dertig zijn. Daarmee hebben we al vijf of zeshonderd keer het publiek ontvangen. Maar ze is illegaal, want zonder papieren. Evenmin voldoet ze aan de nieuwste normen. En bovenal wordt ze steeds gammeler. Van de avonturen om die iedere keer op te zetten kunnen we een roman schrijven. Maar ze is van een geniaal eenvoudige en degelijke constructie dat we nog geen modern bedrijf gevonden hebben die dat namaakt. Bovendien ben je al gauw 20.000 euro verder. Het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten presenteert haar buitenlands programma onder de klinkende titel “buitengaats”. Maar de haringlogger, omdat ze permanent buitengaats is, maakt daar geen schijn van kans. Ben benieuwd. Als we zover zijn verstook ik uit pure vreugde die klomp.
Woensdag, 26 December 2007

152 Woensdag, 26 December 2007
Alle acteurs en muzikanten zijn weer aan boord. De kids are back in town. ’S-Middags presenteerden we “De Veelvraat Kat” voor de kinderen en ’s-avonds “Cabaret” voor hun ouders. We hebben genoeg verdiend om een kerstkalkoen te kopen. Iedere dag gingen we rond sluitingstijd naar een van de Lagere Scholen die hier ‘Volksscholen’ heten. Ik was bij Volksschool Twee en Vijf om de kinderen naar de voorstelling ter lokken. Als ze voor het eerst die lange enge griezel met grote oren achter het hek zien staan deinzen ze allemaal bedremmeld terug en durven niet naar buiten. Hier begint de voorstelling. Want even later sta ik in een zee van uitgestoken handjes die allemaal een flyer willen. En als ik nu met mijn fietsje door het stadje puf zijn er altijd wel een paar kleine fans die uitbundig zwaaien. Het is stralend weer. Ik sluit een ansichtkaart bij van het stadje dat een kraag van palmbomen heeft en een kroon van besneeuwde bergtoppen. De racketinstallatie is de steiger van de minaret die op instorten staat. De Turken zijn honderd jaar geleden al weggezuiverd. De trossen die overboord hangen zijn voor als de scheepskatten weer eens in zee vallen. Dan klauteren ze als verschrikte vogeltjes weer naar binnen. De kalkoen lag schandalig wijdbeens op tafel roze te wezen. Net een pasgeboren baby. De Chileense kok had hem een bad gegeven van boter, mosterd en honing, geïnjecteerd met raki en volgepropt met ham, ui en pruimen. Heilige nacht.

153 Woensdag, 2 Januari 2008
Het is een hele kluif je brood te verdienen in een dorp van 20.000 inwoners dat geen theatertraditie heeft of zelfs maar een amateur-theatergroep. Het dichtstbijzijnde stadje Chania ligt 100 km. naar het westen en heeft nauwelijks een dubbel aantal inwoners. Dan heb je de hoofdstad Heraklion 100 km. naar het oosten met wel vier keer zoveel inwoners. De beschaving ligt een dag verder varen. Dan kom je uit bij de Akropolis. Of bij de bedoeïenententen van Gadhaffi. Het blijft een ruige boel hier want na de voorstelling zagen we op straat een paar kerels tegen elkaar aan het opbieden, zo van ‘dat durf je niet’. Nou, ze durfden wel, vier keer in de lucht schieten. Dat bergdorp verderop van 700 inwoners geeft de maat. Die is er verantwoordelijk voor dat Retymno zo’n slechte naam in Griekenland heeft. Ze hebben er een politiepost neergezet van 80 man maar geen agent durft erheen. De kinderen daar gaan niet naar school maar schieten beter dan die agenten. Als de zomer is afgelopen en de miljoenen toeristen gevlucht zijn sluit de gemeenschap zich, xenofoob en homofoob. De bergen zitten vol grotten zoals de Turken, en Duitsers, al ervaren hebben. Maar we hebben eindelijk vrienden gekregen. Op oudejaarsdag maakten we met een groep jonge artistieke activisten een vrolijke parade door de stad. Achterop een grote trailer. Ze werden alle tien in een zeventiende-eeuws kostuum uitgedost. Voor het eerst zagen we de mensen lachen en vriendelijk groeten. En de directeur van het Micro Theater is zo blij met onze kindershow dat hij systematisch alle scholen wil benaderen. Dat is een verontrustend vooruitzicht voor het nieuwe jaar: om acht uur opstaan voor een kindershow. Die slechte reputatie van het stadje zal uiteindelijk in ons voordeel werken. We laten de Grieken weten dat daar ook leuke dingen gebeuren.

154 Woensdag, 9 Januari 2008
De derde dag van het jaar werd een zwarte Donderdag. De bootsman kwam in alle ochtend mijn kooi binnen om te melden dat de regisseur Victor zo ziek was dat hij naar het hospitaal moest. De open deur gaf het Australisch papagaaitje Zachar de kans om terug naar zijn geboorteland te vliegen. Adios! Later op de dag viel de scheepskat Moretti pardoes in de haven. Adios! De schade bleef beperkt. Anders dan zijn broertje houdt Moretti het hoofd droog. En de doktoren schreven na zes uur onderzoek Victor alle rust voor om zijn verkoudheid niet tot longontsteking uit te doen groeien. De twee shows op Zaterdag draaien gewoon door. We werden ook uitgenodigd de fietstocht op te luisteren die iedere maand in het stadje rondjes draait. Er is al éen fietspad. Ze hadden speciaal tandems voor ons gereserveerd. Nu we hieraan hebben deelgenomen willen àlle kinderen voortaan in kostuum. En we zijn door de Gemeente uitgenodigd deel te nemen aan het Carnaval. Er gebeurt dus meer leuks in de stad. Het is een van de grootste Carnavals van Griekenland. Een van de hoogtepunten is de ‘Zwarte Donderdag’. Dat zwart slaat op de geur van verbrand vlees. Dat is traditioneel de laatste dag voor de vasten waarop vlees mag worden gegeten. Schip en kade zijn aangewezen als een van de pleinen waar een volkse barbecue wordt gehouden. Heel veel vlees en drank en muziek. De setting is perfect. Deze dag valt samen met de negentiende verjaardag van het negentigjarige schip. Aan boord is 28 februari altijd een feestdag.

155 Woensdag, 16 Januari 2008
Ik stond net met beide benen op de tafel van de lege raadszaal van Rethymno een foto te nemen van een gravure aan de wand toen de Wethoudster van Cultuur kwam binnenlopen. Mijn klompen bleven op de vloer. Ik moest haar uitleggen dat deze enorm vergrote gravure onmiskenbaar door Hollanders was gemaakt. Erboven staat in puur Nederlands “Vesting van Retimo” en in de hoek is een scheepje met duidelijk zichtbaar de driekleur, in zwart-wit. Ik wist toen nog niet dat de onvermoeibare Zottenschuit zojuist officieel was benoemd tot “Cultureel Ambassadeur van Amsterdam”. I amsterdam. Wij zijn Amsterdammers die opnieuw haar oude handelshandelsroutes volgen. Het publiek van de honderdvijftig steden die we ondertussen bezocht hebben had dat al eerder in de gaten. Waar anders dan in de kosmopoliete smeltkroes van Amsterdam kan dit project ontstaan dat op zulk unieke wijze cultuur met de zee verbindt? En de beide shows op Zaterdag gaan gewoon door. Tot afgelopen Zaterdag. Het Mikro Theater is bankroet. Zo worden we in een klap van onze broodwinning beroofd. Maar, zoals een andere Amsterdammer al opmerkte: “Ieder Nadeel Heb Sijn Voordeel”. Nu kunnen we ons eindelijk voluit wijden aan de zomershow in plaats van iedere week iets nieuws te verzinnen. En het kan altijd erger. De geruchten gaan dat onze Barcelonese vrienden en collega’s van de NAUMON, die naar Taiwan waren vetrokken, bij Singapore door piraten zijn overvallen. Dat ze mochten doorvaren omdat het schip een lege huls is. Dat ze in Taiwan wanhopig naar nieuw werk zochten. En dat ze op zee zo’n heftig feestje bouwden dat het schip te pletter liep. We kennen ze goed genoeg om ze dit toe te vertrouwen. Ze wisten zich te redden. Als het waar is heeft Barcelona geen varend Cultureel Ambassadeur meer.

156 Woensdag, 23 Januari 2008
Onze haringlogger was in de jaren dertig bekend als de “Rode Logger” omdat de toenmalige reder zo zot was het scheepje tomatenrood te verven waar alle andere Scheveninger visserschepen kuis zwart bleven. De Grieken maken het nog bonter. Ze schrijven dat het schip bekend was als de “Rode Houthakker” omdat ze uit het Engelse woordenboek weten dat een ‘logger’ een Canadese houthakker is. Deze nieuwe geuzennaam vonden we in het laatste nummer van het prestigieuze theatertijdschrift “Forum”. De roem heeft Athene bereikt. Onderdeks gaan de machinaties verder. Nu ons stadstheatertje bankroet is repeteren we iedere dag. Uit de poort tussen netten- en visruim verschijnt een constante stroom van helden, monsters en godinnen. We hebben een boel vrienden die ons helpen met de kostuums, de muziek, het schaduwtheater, de scenografie en de videotrailer. En ze blijven ons verbazen, die Grieken. Ze beginnen een oud lied te zingen over de lokale Romeo en Juliette. Dat lied heeft vijftienduizend regels, net als de Ilias. Met het weekend helpen de meeste hun ouders. Iedere Kretenzer heeft wel een olijfboomgaard voor eigen gebruik. Ze brengen graag wat litertjes mee. Ze vertellen over hun hulpeloosheid als ze op het vastenland in de supermarkt olijfolie moeten kopen. Zo komt het schip nooit af. We hebben al een 15-ton bunker voor drinkwater en dito voor diesel maar waar is de bunker voor de olijfolie? En die van de raki? Dat seizoen is net afgelopen maar de stroom gaat gewoon door. Het nationale nieuws wordt beheerst door de Directeur Generaal van het Ministerie van Cultuur die in een miljoenendans verwikkeld was met minnaressen en journalisten. Hij sprong uit het raam van zijn Ministerie, is dood noch levend en de meest sappige foto’s verschijnen alsnog in de pers. Wat zei Slauerhoff alweer over die natte grond?

157 Woensdag, 30 Januari 2008
We kregen een flinke van golf van sympathie over ons heen toen het MikroTheater zijn deuren sloot en wij zonder broodwinning zaten. Iedereen wou helpen. Maar de waarheid is dat we heel blij waren eindelijk de zomervoorstelling te kunnen voorbereiden. Iedere middag stipt om vier uur repetitie. Zoveel tijd blijft er niet over want half Februari gaan we het plaatselijke Carnaval feestelijk openen. Dat Carnaval is een der grootste in Griekenland. Dat wordt een straatparade en twee shows op het schoolplein tegenover het stadhuis. We zijn nu dikke maatjes met de Gemeente. Zeker weten dat we ook de Cultureel Ambassadeur van Retymno worden. Want dit stadje wordt voorlopig geassocieerd met de georganiseerde maffia. We hebben genoeg vrienden om te helpen met de parade. Maar het probleem is dat we geen Griekse acteur of actrice kunnen vinden. Dat hebben we verleden jaar in Spanje ook meegemaakt. Aan het eind van de zomertour kunnen we een wachtlijst voor audities maken. Maar we willen die lijst Spaanstaligen niet. Zelfs onze assistente, die toch de beste ter wereld was, moeten we helleniseren. En de acteurs laten we dan liever uit Frankrijk of Duitsland komen. Het programmaboekje voor de zomershow is in grote lijnen af. Dat telt 38 bladzijden. Daarin is, met de schaar gemaakt, een grachtenplan van Amsterdam opgenomen en het panorama van Rethymno zoals we dat iedere dag van ons dek zien. Af en toe is dat een zonnedek, puur zomer. De directeur van het MicroTheater kwam opgetogen langs om te vertellen dat hij de poen bij elkaar had en de deuren weer opende. Uit pure sympathie trokken we de agenda open. We zoeken nog een gaatje.

158 Woensdag, 6 Februari 2008
In de tuin op het achterdek schieten de tulpen uit de klompen. Het is voorjaar. Maar we blijven voorzichtig want er stak van de week een stevige winterstorm op die de hele nacht bleef doorbeuken. Vier van de zeven kabels knapten en ik moest de motor bijzetten om bij de kade te komen.Het scheelde niet veel of we waren op het strand beland. Nu weerspiegelt het stadje zich met haar palmenrij op veilige afstand maar de innige omhelzing van het strand zou het project niet overleefd hebben. Deze zee is een windtunnel tussen Pakistan en de Azoren en daar ligt de noordkant van Kreta als een grote steen dwars. S’-avonds steken we nog graag het houtkacheltje op. Dat hout zijn eeuwenoude ongeverfde stukken balk en kozijn van bij de oude moskee waar ze aan het renoveren zijn. Met handgebaren kreeg ik een paar arbeiders zover dat ze het naar de haven brachten in ruil voor vrijkaartjes voor de show. Ze zagen de kindershow en waren enthousiast. Ik stook ook mijn klomp op. Dat had ik Sinterklaas beloofd als ie daar een nieuwe tribune zou instoppen. We hebben uitgebreid onderhandeld met een bedrijf in Toscane en Bretagne maar de winnaar is Cordoba. Die levert een futuristisch turbomodel van aluminium zodat we in een klap verlost worden van ons imago van een armzalige troep rondreizende artiesten. We zijn ten slotte tot Ambassadeur van de Hollandse Hoofdstad benoemd. Die turbo kost 80 euro per zitplaats en is dus afbetaald als we acht keer volle bak draaien. Volgens onze berekeningen is dat in de eerste twee weken. We zijn wereldberoemd in Rethymno.

159 Woensdag, 13 Februari 2008
De repetities gaan alsmaar door. Persoonlijk haat ik ze want ik zit met mijn gedachten liever elders. Laat de regisseur maar zeggen wat ik moet doen en vijftien voorstellingen verder ben ik een superster. Ik vind het trouwens onzin om ieder jaar weer een nieuwe show te maken en dat in twintig steden te vertonen. Er zijn nog tachtig andere steden in de buurt die dat willen zien. Je bent drie maanden bezig met script, kostuums, props en de hele santekraam en voordat je het weet is de zomer weer voorbij en wacht de vuilnisbak. Hier valt wat te stroomlijnen. Er is nog een ander probleem. Er hebben zich Griekse kakkerlakken als verstekeling aan boord verschanst. Er liep een volwassen exemplaar dwars over mijn agenda. Deze provocatie heeft die niet overleefd. Maar de boodschap is duidelijk. Vier jaar hebben we met Siciliaanse kakkerlakken huis en keuken gedeeld en de enige manier om daaraf te komen was een goede Hollandse winter. Daar gaan we niet op wachten. Er is een buitengewoon actieve fietsbond in de stad. Sinds we een keer in hyperachterwerk meefietsten willen ze allemaal een hyperachterwerk. Een hyperachterwerk is een met piepschuim bolletjes kunstmatig sterk vergroot achterwerk. Eerst zeiden ze dat het voor de meefietsende kinderen was. Omdat we geen tijd hebben ze te maken verkoopt onze kostuumontwerper de technologie van het productieproces. Daar krijgen we een flink brok kaas en dito broodnodig krediet voor. Ze willen ook dolgraag de meest bizarre fietssculpturen aan elkaar flansen. Daarvoor kwamen al een paar specialisten speciaal uit Athene. Maar voor dat denk- en laswerk zijn de beste artiesten in Amsterdam. Als Ambassadeur zorgen we ervoor die technologie en techneuten te importeren.

160 Woensdag, 20 Februari 2008
Ik hoor dat in Europa het Carnaval allang voorbij is maar hier is ze net begonnen. Dat werd een druk weekend. Vrijdagavond maakten we met elf vrienden een parade door de stad. Voorop de politiewagen. Op een grote trailer hadden we een kleine zottenschuit nagebouwd, met een echte bellenboom. Om de dertig meter moesten we met een grote roeispaan de kerstverlichting, die het allang niet meer doet, over de boom zien te tillen Met Zeus, Talos, een Python, Dionysius en een boel Satyrs zijn we teruggegaan naar de Griekse oorsprong van het Carnaval. Hier zijn ze nog in het stadium van de Braziliaanse samba. De Wethoudster was enthousiast. Zo was het volk. We hebben de test goed doorstaan. Ze zijn wat stug op dit bergeiland maar we horen er ondertussen helemaal bij. Op zondagavond was de officiële opening. Voorop de Burgemeester. Ze hadden een groot podium gemaakt op het plein voor het stadhuis maar er stak zulk een hevige storm op dat de ceremonie verplaatst werd naar een megadisco in het centrum. Iedereen kreeg een toeter. Iedere kans op serieus theater werd door driehonderd gillende keukenmeiden weggeblazen. Maar we hebben de test goed doorstaan. Het Carnaval is begonnen. De ijskast kan weer vol. De storm ging gepaard met ouderwetse Hollandse ijzel, hagel en natte sneeuw. We voelden ons even thuis. Totdat je de sneeuwstormen ziet op de gigantische witte bergen. De krant zei dat het in honderd jaar niet zo koud was. De storm brak de grote meertros die twee weken geleden nog het schip redde. Je bent nog in de roes van Carnaval en weer moet je het bed uit en de motor bijzetten om bij de kade te komen.

161 Woensdag, 27 Februari 2008
Na de publieke uitspatting in het oude dorpscentrum en in de door de burgermeester opgeluisterde megadico is de crew weer terug in het visruim. Koortsachtig gekluisterd aan de scheepstafel. Kostuums en kostuums. Nepmasten, nepzeilen, nepwapens en nepmonsters. Op de tafel danst de koffiepot met de rakiglaajes en ontbijtborden een opmerkelijk ping-pong ballet met de naaimachines. Er zijn nog zes avonden om een paar cruciale scènes uit de nieuwe zomershow te filmen. Aan wal staat een kleine lichttoren van steigerpijpen. Deze kleine promotiefilm kan helpen de laatste van de aarzelende cultuurbonzen te overtuigen. Er is in ieder geval vet materiaal van de straatparade. Van de veertig stadjes en eilanden die met dikke brieven en telefoontjes bestookt zijn hebben er dik dertig een naam, een stem en een zeker niveau van Engels. Ze besluiten op zijn Grieks, in April, als bij ons aan boord de zomertour al begonnen is. We zijn in limbo. Zero toezeggingen, maar al drie gezongen composities die de show weer tot een mini-opera maken. Zero ijskast. De crew onvermijdelijk heeft het geduld van engelen. Ze leeft van beloften. Medea zal zich vier keer iedere honderd shows in een ander kostuum moeten hijsen. En onverwacht vonden we een oeroude bondgenoot. Er is, zo blijkt, in het museumpje van Rethymno een marmer hoofd van de ondeugd bosgod Pan. Deze Pan heeft opmerkelijk genoeg precies diezelfde oren als die van mij. Het schijnt dat het woord paniek komt van als Pan plots uit de bosjes vandaan springt en alle dames wegstuiven. Hier gaat het er iets beschaafder aan toe. We horen in het voorbijgaan hoe moeder haar zoontje toefluistert:: ”Da’s de Zottenschuit”.

162 Woensdag, 5 Maart 2008
Toen de Godinnen Hera, Athena en Aphrodite op de filmset verschenen werd dit teveel voor de wel tien gozertjes op brommers die met knallende motor de sessie saboteerden. Ze raakten zo opgewonden dat ze onze twee laatste fietsen vernielden en in de haven smeten. Deze zaak hebben we aan de havenautoriteiten overgedragen want we willen een vrachtfietsje terug dat trouw de broden en pakken melk en koffie aanvoert. Het is een hele schrale troost dat we niet eens de poen hebben.om dat aan te slepen. Het lijkt op een moderne Tantalus kwelling dat de lekkernijen voor de ogen hangen maar terugwijken zodra je de hand uitsteekt. Maar de eerste contracten komen binnen. Het zijn plaatsen die indertijd door de Argonauten bezocht zijn. In Volos werd het schip gebouwd, op het eiland Lemnos bleef de bemanning bij de vrouwen hangen en in Corinthe vond het schip haar laatste rustplaats. Het probleem is dat de lokale cultuurbonzen nog van de oude stempel zijn die geen woord Engels spreken en nauwelijks met internet kunnen omgaan. Hier doen we zaken met de secretaressen. Aan boord hebben we er al een paar. Van de week hebben we heel erg Carnaval gevierd. Zwarte Donderdag viel samen met de negentiende verjaardag van Azart. Op Zwarte Donderdag staat het stadje zwart van de barbecue rook en trokken we in kostuum van wijnvat naar braadworst. Het hele stadje was op zijn best uitgedost. Daarna kwamen alle vrienden aan boord en dansten we de hele nacht door.

163 Woensdag,12 Maart 2008

Deze week was de Amsterdamse staalwerker aan boord. Dat betekent dat de dag begint om zeven uur, net wanneer de zon achter de berg opkomt. Haakse slijpers, braamschijven en elektroden per kilo. Spelend met een mega mechano bouwdoos maakt hij een nieuwe giek, twee nieuwe gaffels, een stalen trap tussen achterdek en stuurhut en een stalen trap tussen dek en buiskap. Die laatste is uitgevoerd met een balustrade van twee olifanttanden en past de meest luxueuze jachten. Met slijpschijf en cirkelzaag werd de helft van de tribune in mootjes gehakt, genoeg om een nieuw podium aan dek te bouwen. Het ouwe dek kan nu met een demontabele constructie een meter worden verhoogd. Daarmee wordt de theatrale handeling verplaatst van de kade naar het schip zelf. Vijf podia verbonden met monumentale trappen. De regisseur is euforisch. Het publiek komt op twee meter afstand op kade. Voor hen wacht een nieuwe aluminium tribune nu in de haven van Barcelona verscheept te worden naar Athene. Die moeten we dan hier nog zien te krijgen. Een Franse stagiaire die een eigen theaterschip op de werf heeft staan probeert mee te helpen. De andere helft van de tribune geven we weg. De gaffels en de gieken zijn voor een statieportret van het schip onder zeil. En dit weekend was Carnaval. Ik moest met de burgemeester poseren voor de Nationale Televisie. Hij is de enige die over het criminele bergdorp Zoiana mag praten want voor de carnavalsgroepen is het thema taboe. De praalwagens en kostuums zijn behoorlijk saai maar de vreugde is er niet minder om. Met twee Bengaalse noodseinen en een mattenklopper stak ik Prins Carnaval in brand maar moest snel weer naar bed want om zeven uur gaat de zon op.

164 Woensdag,19 Maart 2008
En plots is er een zomertour. Honderdentien shows in eenentwintig steden. Dat is een hele prestatie als ze pas in April of Mei in commissie bijeenkomen om over hun zomerprogramma te delibereren. Daar kunnen we dus niet op wachten want dan zijn we al vertrokken. Vanaf Creta varen we via het vasteland naar Noord Griekenland, dalen af langs de Griekse eilandjes bij de Turkse kust, komen terug op Creta en zwiepen dan door naar de Ionische Zee tot bijna Albania. Het is een soort dominospel want de steden en eilandjes moeten keurig in de rij liggen om niet heen en weer te hoeven peddelen. Ze weten het nog niet helemaal wanneer we precies komen maar ze kennen ons allemaal. Ik heb ze moeten bestoken met brieven, artikelen, folders, posters, telefoontjes en een programma van veertig bladzijden om ze zover te krijgen. Ook dat is een prestatie als de helft van de cultuurbonzen geen Engels spreekt. Maar ze krijgen de show voor niets en hoeven er alleen maar voor te zorgen dat er publiek op de tribune komt. Ondertussen bewerken we de drie dekken met bikhamers en braamschijven. Ze worden groen want die verf hebben we nog genoeg. De hele tuin van het bezaansdek staat geparkeerd in de stuurhut. Voor deze make-up hebben we precies een week. Maar goed dat het al zomer is. Dan blijven er precies drie weken van koortsachtige repetities voor de première. We gaan weer zingen! Hier in Rethymno gaan we de show misschien als een “Try Out” presenteren. Maar eens vragen hoe dat op zijn Grieks is. Ten slotte blijft de prijs hetzelfde. Er komt hier toch zo weinig theater dat ze nooit het verschil merken.

165 Woensdag, 26 Maart 2008
Iedere andere dag ligt het land met stakingen plat en dat betekent dat onze tribune nog steeds in de haven van Barcelona wacht verscheept te worden temidden van een groeiende groep stapelgoed. De weersberichten worden steeds opgewekter maar de stakingen steeds heftiger. We beginnen ons zorgen te maken of die nog wel op tijd voor de voorstelling komt. Gelukkig hebben we de helft van de oude tribune zorgvuldig om haar antiquiteitwaarde bewaard. We hadden best nog wat houtjes nodig.Uit respect voor zoveel verstouwd publiek dachten we die op Kreta in een of ander zaaltje of salon achter te laten. Maar er is nog niemand die belangstelling heeft. Dus hebben we in ieder geval nog een noodtribune voor honderdvijftig zielen. De staking betekent ook dat de brieven die ik als hoefijzers rondslinger niet bij de cultuurbonzen tegen het voorhoofd slaan. Ook de Post ligt plat. Dus moet ik met barkruk en secretaresse naar de telefoonpaal onder de palmen om ze alsnog duidelijk te maken dat we eraan komen. De crew groeit ook. We nemen een Griekse cameravrouw mee en een studente voor de bijrolletjes. Er komt waarschijnlijk een echte actrice uit Athena maar zij heeft een hond en die hond moet op auditie. Als die niet te hard blaft mogen ze allebei mee. Voor de scheepskatten Pacito en Moretti zal dat een traumatische ervaring zijn, zoiets als dat ze uit het paradijs verdreven worden. De Kretenzer TV kwam langs en filmde mij achter het stuur met de hele stuurhut vol planten. Ze filmden ook de potten en pannen en de groente en het fruit. Overmorgen zijn we beroemd op heel Kreta. Dan weten de cultuurbonzen van Heraklion en Chania ook meteen dat we eraan komen.

166 Woensdag, 2 April 2008
Het blijft een merkwaardig klimaat hier. De ene dag duik je in de haven en het volgende moment steekt plotseling een storm op die uit alle windrichtingen kan komen en dan subiet weer verdwijnt. Als ze uit het zuiden komt is de wind heet. De repetities volgen dit grillige verloop. Als het weer wat te hard waait gaan we met zijn allen zingen in het visruim. Of verstouwen we de vijftien liter houtlijm aan het papier-maché banket van banaan, ananas en pauw die op de Koninklijke Tafel verschijnt. Ook de hoofden en tieten van de vrouwen van Lemnos zijn gemaakt van dit voorgekauwde Grieks krantenpapier. Zij vormen het wiebelende koor waarin de bemanning zich graag vermeit. Er zijn vier vriendinnen uit het dorp die zich op dit Chinese plakwerk gestort hebben. De Franse stagiaire is bezig met het ontwerp van het nieuwe programmaboekje. Het stripverhaaltje over de antieke held Jason is al zevenentwintig bladzijden. Dan is het publiek even zoet als ze moet wachten op de rest die met een eeuwenoud Grieks tijdsbesef naar de voorstelling komt. Bovendien kunnen de vaders met hun schoolgaande kinders op de tribune alvast hun geheugen opfrissen. De kosmopoliete geschiedenis van Amsterdam en de gastvrijheid van Retymno krijgen ieder ook een bladzijde. De dubbele binnenpagina is voor het nieuwe statieportret van de oude zeillogger onder zeil. We wachten tot het een dag absoluut niet waait want de zeilen zijn nog niet windvast. De scheepshond Nikita is met succes door de audities gekomen. De cameravrouw Penelope blijkt een eekhoorn te hebben die Tsika heet. Ook zij gaat mee op reis. Vandaag zwom een kleine dolfijn in ons zwembad. Later zagen we door de verrekijker dat ie aan wal aan het infuus lag van het Rode Kruis. Morgen weten wij en de hele stad hoe dat afgelopen is.

167 Woensdag, 9 April 2008
Het dolfijntje dat lustig in de haven dartelde heeft het niet overleefd. Ze was ondervoed en behept met infecties. De doodsklap was een ondeskundige behandeling tijdens het vervoer naar het dolfijnenaquarium. Zodat er nu een cursus komt van hoe dolfijnen te redden. Maar het probleem is dat er te weinig voedsel in zee is. Dat wordt de doodsklap van een antieke beschaving. In de haven staat al een vreselijke sculptuur van een bronzen dolfijntje. Ook aan boord is er crisis. De premiere is over twee weken maar de repetities moeten we onderbreken voor een cabaretvoorstelling in het Mikrotheater. Er moet brood op de plank. Bovendien hebben we dit theatertje nodig voor de repetities als het weer wat te hard waait. Dan laden we de laatst overgebleven scheepsfiets weer vol met props en kostuums en peddelen heen en weer. We roeien met de riemen die we hebben. En het waait genoeg. Laatst zaten we met zijn allen te eten en plonst plots een halve kuub water midden op tafel. De ramen van de scheepsluiken wachten op vervanging en zijn met plastik bedekt. Daar had zich een hele kuil water genesteld. Ook de bootsman stapte vergeetachtig in een met plastic bedekt scheepsluik en tooit zich met een blauwe plek van bil tot knie. De Franse stagiaire leert me boekhouding met excell. Ben je volstrekt gelukkig met krabbeltjes op kladpapier en krijg je dat. Het zijn de donkere weken tot de zomertour losbarst. Dan barst de zon en regent het publiek, krantenfoto’s en centjes.

168 Woensdag, 16 April 2008
In de nieuwe show zingt onze wakkere crew monter liederen dat ze dappere zeelui zijn. Puro teatro. Want het gemor begint zodra de echte zeilen worden gehesen. Die hoeven ze niet eens zelf te hijsen. En er mocht absoluut geen wind staan omdat de zeilen niet zeilklaar zijn. Iedere gelijkenis met eeuwenoude mythen berust op puur toeval. Maar ondanks de wakkere crew is het statieportret van de oude schuit onder zeil toch nog gelukt. Alleen een beetje zeeman ziet wel dat ze wat slapjes staan. Maar het is mooi tachtig jaar geleden zijn dan de SCH 4 een zeillogger was. Proost!. Op vlaggetjesdag worden we niet meer herkend. Uit Amsterdam zijn de machinist en lichtontwerpster ingevlogen. Ze hadden een off-size bagagestuk mee bestaande uit een achttien meter spandoek van I Amsterdam. Nu we Ambassadeur zijn denken die Grieken dat we machtige sponsoren hebben en superrijk zijn. Krijgen we dat weer. De machinist is de beste van Nederland. Hij heeft de zusterlogger SCH 195, zonder zeil. Hij kreeg onze SAMOFA weer als nieuw aan de praat. De SAMOFA houdt de theaterlichten aan de praat. Het is een halve eeuw geleden dat de SAmenwerkende MOtorenFAbrieken puur kwaliteit leverden, zegt ie. Het lichtontwerp wordt helemaal nieuw. Voor het eerst wordt het schip tot podium van de show. Iedere show wordt lampjesdag. Er komt al flink wat publiek naar de repetities. Soms lijkt het wel een drive-in cinema want dan staat er een hele rits auto’s te kijken. De motorjochies houden zich rustig sinds ik bij de Havendienst klaagde. Die gozertjes zijn een nationale plaag. De eeuwenoude stad Chalkides meldde dat we niet welkom zijn omdat het culturele programma vol is. Want die week zijn er motorraces. De tribune wacht nog steeds in Barcelona op transport. De premiere is volgende week.

169 Woensdag, 23 April 2008
Voor de Grieken is de “Grote Week” aangebroken, zoals ze de Paasweek noemen. Dat is nog een groter familiefeest dan Kerstmis. Tegelijk zijn de toeristen weer uitgebroken en de piratenbootjes in het oude haventje afgemeerd. De kindertram rijdt weer rondjes. Voor ons is de eerste week van de nieuwe voorstelling onze eigen Grote Week. Alleen hebben we begrepen dat er op Grote Donderdag en Grote Vrijdag bijna niemand naar de show zal komen. Dat is niet eens zo erg want de show is niet helemaal af zodat we er een publieke try-out maken. De officiële première hebben we uitgesteld tot derde Paasdag. Er waren nog wat andere kinken in de kabel want de drukker wou ons programmaboekje niet drukken. We konden geen cent borg schuiven. Die drukker werd prompt gebeld door de Wethoudster van Cultuur want zij is ons nog een boel schuldig. Ook de tribune wil maar niet uit Barcelona komen. Gelukkig hebben we de helft van de veteraan bewaard. Die staat een beetje zielig te wezen naast de massa winkelplanken op groentenkistjes. We hebben alsnog 180 zitplekken tevoorschijn getoverd. Wat zal dat straks een contrast geven met de glimmend nieuwe alutribune! De boot staat er alvast als een kerstboom bij. De lichtontwerpster heeft met lichtsnoeren de contouren van de stuurhut en de ladders naar de kraaiennesten gemarkeerd. Dat ziet er scheeps uit. Zij had precies hetzelfde idee als de lichtontwerpster van de opera uit 1990. Alleen bestonden die lichtsnoeren toen nog niet en gebruikte zij plastic strips die bij black light.oplichtten. Op Palmpasen hielden ze een heuse autorace op de kade. Dat doen ze bijna iedere nacht al illegaal. Kunnen ze vol gas een rondje draaien van 600 meter. We hadden nog even de flauwe hoop dat het een race betrof van modelwagentjes. We hadden nog even overwogen de oranje straatpionnetjes richting kade te verplaatsen.

170 Woensdag, 30 April 2008
Op Grote Vrijdag lopen de Grieken met doodskisten door de straten. Op Grote Zaterdag steken ze met vuurwerk Judas in brand. In de bergdorpen hebben ze geen vuurwerk maar Kalashnikovs. Op Paaszondag draaien ze lam aan het spit. Op die dag vertrokken we met zijn allen per bus naar het havendorpje Panormo. Dat betekent net als Palermo ‘beschermde baai’. Het schip past misschien nog net achter de pier. Het lokale cultuurcentrum had ons uitgenodigd voor het nationale paasgerecht: dat bestaat uit raki met lam-aan-het-spit. Het was een hele kluif ons doel te bereiken want onderweg werden we twee kroegen binnengehaald voor raki met lam-aan-het-spit. Het cultuurcentrum is een oude molen waar ze in de dertiger jaren Sintjansbonen vermaalden voor de eerste Kodak-films. Dat hield in een klap op toen ze de scheikunde uitvonden. We zetten onze oude tribune in de tuin van dit centrum. Dat wordt dan meteen een soort kraak want de Gemeente ligt nog een beetje dwars. Als het cultuurcentrum acht Kretenzer Burgermeesters onthaalt voor een conferentie over ‘duurzaam toerisme’ is hun eigen Burgermeester de enige die ontbreekt. Op Paaszaterdag kopte de krant over de hele voorpagina het laatste nieuws in met reuzenletters en drie uitroeptekens: “Christus is opgestaan!!!’. Dat durfden ze geloof ik niet eens op Scheveningen toen de Gekkenlogger nog rondvoer. Ik was hoogstpersoonlijk op de redactie om ze voor de persconferentie uit te nodigen en heb niks raars gemerkt. Deze week hebben we de eerste twee publieksvoorstellingen gegeven. The show goes on. Wereldpremière op Koninginnedag.

171 Woensdag, 7 Mei 2008
Geen bizz als show bizz. Toen we hier afgelopen September op goed geluk en volstrekt onverwacht binnenvoeren hadden we ondanks het slechte weer een publieke belangstelling die het gemiddelde van de zomer overtrof. Nu hielden we een persconferentie met de wethoudster achter vijf microfoons en kregen zeven minuten op het nationale Kretenzer journaal, plus radio-interviews en krantenartikelen van zes of acht kolommen. Maar het publiek bleef weg en zo de scheepskas leeg. Dat betekent hoogst komische onderhandelingen met de havendienst en de drukker. Met de armen omhoog en de handen naar beneden. Er is niks dan een door de zeewind verweerde grijns om te betalen. Dan komt het goed uit dat we Zottenschuit heten. De Duitsers zeggen ‘Narrenfreiheit’ en de Italianen ‘Zeemansbeloften’. Dat komt allemaal wel weer goed. Want geen bizz dan showbizz. Want de show belooft een hit te worden. Oppergod Zeus verschijnt met een flinke bos schaamhaar op het dak van de stuurhut en slingert projectielen in het publiek. Koning Pelias knort als een varken rond zijn lijfwacht van maffiose honden die de schrik zijn van de kinderen op de eerste rij. De ontmoeting tussen de godinnen Aphrodite, Hera en Athene is een heuse drag queen show over face-lift in Miami. Nu moeten we in hoog tempo de show helleniseren. De toeristen kunnen we gevoeglijk vergeten want die zijn hier compleet verweesd. Die durven hooguit in Lelystad nog naar het theater. Als buitenstaander kunnen we een Grieks rondstrooien dat een Griek zelf niet over zijn lippen krijgt. Dat is een der uitdagingen van de zomertour. We gaan voor honderd shows. E La Nave Va!

172 Woensdag, 14 Mei 2008
Hemoupolis, Plateia Laikis Kuriarchias, Het Plein van het Publieke Bezit,
Syros, 37°26’555’’ Noorderbreedte, 024°56’722’’
Het scheepje vaart en de tour is losgebarsten! Mamma Kreta zwaaide ons met een wit zakdoekje uit. Eerder droogde ze haar tranen ermee. Daarvoor al had ze de hele ijskast afgeladen met kippen, eieren en worstjes. Zij is de moeder van de schone Penelope die we als video- en lichtvrouwe ontvoeren naar wel twintig Griekse steden en eilanden. Op Syros stond Mamma Beatriki ons op te wachten met twee hartvormige aardbeitaarten. Ook haar kinderen zijn grote fans want die hebben hun hondje naar de bootsman “Robbie” genoemd. We zijn weer afgemeerd aan het Plein van het Publieke Bezit. De mare gaat snel rond. Een fan wijst op haar dochtertje en zegt: nog een fan. Ze belooft nog meer fans meer te maken. Evgenia daarentegen, negen jaar oud, is doodsbenauwd dat haar pappa met ons af wil varen. Jammer dat Theodorus gedrost is. Hij is een profesioneel acteur van bijna dertig die we ontmoet hebben bij het paasmaal in de villa van zijn vader, de 82-jarige patriarch van de Kretenzer familie. Hij wilde dolgraag mee maar durfde het niet aan pappa te vertellen. Pappa kwam er meteen achter en zo vertrok ie halsoverkop terug naar Kreta. We hadden hem nog zo hard nodig! Uit Barcelona is eindelijk het vrachtschip Rousse vertrokken met onze splinternieuwe tribune. Die komt over een dag of zes in Athene aan. Nu flansen we nog met kisten, planken en restanten een tribune bij elkaar. Het gloednieuwe spandoek “I amsterdam” prijkt erop als een vlag op een modderschuit. Het decor van het stadje dat op twee heuvels gebouwd is maakt alles weer goed.

173 Woensdag, 21 Mei 2008
Volos, Limenarcheia.
39°21’37’’ Noorderbreedte, 022°56’46’’Oosterlengte
De laatste voorstelling in Syros vond plaats op volle tribune maar werd op dramatische wijze afgebroken met de belofte om terug te keren. Want het begon te regenen. Zo blijft de spanning erin. Het regende ook complimentjes. Er was een bejaarde acteur uit Athene die, waarschijnlijk door zijn klassiekers plat gespeeld, verklaarde dat dit pas echt theater is. Ondertussen zijn we etmaal noordwaarts gevaren, laverend tussen de eilandjes. Onderweg hebben we vrijkaartjes met flessenpost overboord gegooid. Volos is een flinke provinciehoofdplaats. Die hangt tot onze verassing vol met kleurenposters van ons schip onder zeil. Dat pakt de gemeente goed aan. Ze hebben er belang bij want Jason, de held van onze show, is DE lokale held hier. Die heeft hier het schip Argos gebouwd lang voordat ze in Nederland aan de Hunnebedden begonnen. Alleen de havenmeester deed alle moeite om onze komst te verhinderen. Ironisch genoeg liggen we pal onder zijn raam. We hebben op zijn kantoor beneden ook een poister gehangen. We horen dat ze deze week een replica van de Argos te water laten. Die moet met vijftig roeiers naar Georgia. Dat wordt een plaatje. Het gerucht gaat dat de vrachtwagenstaking is afgelopen. Er bestaat dus kans dat we hier onze spiksplinternieuwe tribune kunnen opzetten. Als de Gemeente erin slaagt die te vullen met de moeders en kinderen is deze week geslaagd.

174 Woensdag, 28 Mei 2008
Volos, K. Kartali, hoek Argonauten.
39°21’37’’ Noorderbreedte, 022°56’46’’Oosterlengte
We hebben het schip naar de boulevard in hartje centrum verplaatst, pal tegenover de burelen van de drie lokale dagbladen. Over belangstelling niet te klagen. De TV nodigt ons uit in de studio. De Gemeente moest extra bankjes en stoelen brengen. Het Griekse volk omarmt de show. De kinderen lachen flink en hebben niet in de gaten dat Medea haar eigen kinderen vermoordt. Dit provinciegat op het vasteland bewijst dat we heel Griekenland aankunnen. De havenmeesters bellen elkaar op te vragen welke vergunningen nodig zijn. Ik laat de cultuurdirecteuren elkaar opbellen om te zorgen dat de volgende persconferentie goed bezocht wordt. En ook om twee gaatjes te vullen half Juni. Er is namelijk een Canadees theaterschip dat dan precies die plaatsen bezoekt die wij in ons schema hebben. We hebben een beetje met ze te doen want ze zijn met 35 man in de voorproductie en gaan straks toeren met 20 man. Ze hebben een Theems rivierscheepje van negentig centimeter diepgang. Zelfs de Zottenschuit zou zulks niet durven. Dat betekent ook drie kooien per kajuit. De Zotten zouden al vijftien jaar geleden gillend zijn weggelopen. Dat gaatje wordt een eiland als Limnos of misschien Lesbos of anders wel Chios. Alledrie parels. Ze zijn er nog wat sceptisch want Europa komt er voornamelijk langs als toerist. Maar het is een ander Griekenland dat we elf jaar geleden bezocht hebben. Toen waren er nog in het zwart geklede vrouwtjes die heftig kruistekens slaand de winkel uitrennen als Kapitein Langoor binnentreedt. Nu spreken de cultuurdirecteuren nog steeds geen engels maar proberen het te minste. De Gemeente liet extra bankjes en stoelen brengen. Want onze spiksplinternieuwe tribune is verzeild in douaneformaliteiten. Dat is het oude Griekenland. Dat is ook het overvalcommando met hash-hond dat ons op Zondagmorgen visiteerde. Volkomen voor nop. De zoete wraak van de havenmeester. Of anders wel het spiksplinternieuwe spandoek “I AMsterdam” dat de autoriteiten doet denken dat we een varende coffeeshop zijn.

175 Woensdag, 3 Juni 2008
Alexandroupoli, 34-50’35’’ Noorderbreedte, 025-52’46’’Oosterlengte
De wethoudster van Alexandroupoli is een dapper mens. Vijfentwintig jaar bankierschap had haar de passende corpulentie verkregen. Zonder handje stapte ze over de reling. Het probleem begon toen ze de tuinstoel beklom die ik haar op dek aanbood. Daar zakte ze frontaal doorheen. Met beide benen in de hemel. Ze zocht haar toevlucht op de scheepskist en verdeelde haar aandacht tussen een bezeerde dij en verdachte olievlekken op haar jurk. Maar ze is dapper. Want behalve dat ze ons voor haar festival “VRIJHEID” had uitgenodigd kwam ze ook nog kijken. Dat is al een zeldzaamheid. En ze nam plaats op een identieke tuinstoel. Die tuinstoelen zijn nu onze logeplaatsen. Want de spiksplinternieuwe tribune is nog steeds verzeild in douaneformaliteiten. De chef van de havenpolitie daarentegen was kersvers. Zijn eerste klus was de Zottenschuit. Hij eiste op hoge toon een bewijs van zeewaardigheid. Hij nam preventief alle paspoorten in beslag. Dat we niet zouden uitvaren. De ambtenaar op het Haagse Ministerie van Waterstaat weigerde ronduit te bevestigen dat een schip als het onze wettelijk zeewaardig is. Dat hij al genoeg Afrikaanse opperhoofden kent die allerlei niet bestaande documenten willen. Dat ze hem altijd met naam en toenaam mogen faxen. Die chef belandde in dezelfde depressie als de politiechef van Volos. Die ging met een eucalyptustablet ter analyse naar het laboratorium. De wethoudster was het eerste schaap van Alexandroupoli. Dat is een slaperig frontstadje op twintig kilometer van Turkije. De rest volgde onwennig maar.bedolf ons onder applaus. De crew onderwijl traint met een elektrisch tennisracket als vliegenmepper. Ze bezwijken met een kleine knetter en flikker. We staan op verlies.

176 Woensdag, 11 Juni 2008
Moudros, Lemnos, 39°52’222’’ Noorderbreedte, 025°15’515’Oosterlengte
Op het eiland Lemnos kwamen we terecht zonder uitgebreide correspondentie of faxverkeer. We wisten alleen dat er dertig meter havenkade beschikbaar was. We voeren de baai binnen en zagen niks geen huizen. Het leek wel een onbewoond eiland. Maar achter de heuvel lag het dorp. Met wel driehonderd huisjes. De havenkapitein en gemeentesecretaris heetten ons op hun scootertje welkom. Ze kwamen ons bedanken dat we geland waren. We maakten meteen de deal dat alle kinderen voor niks naar binnen mochten. Voor twee vaten diesel. Met die vierhonderd liter halen we het etmaal varen naar het volgende eiland. Waar is de tijd gebleven dat je voor een Hollands kwartje de bunker kon vullen? Het gaat ernaar uitzien dat we voor het eerst in twintig jaar accijns voor onze oliën moeten betalen. Anderhalve euro verder. De melk is goedkoper. De kleine supermarkt ging speciaal voor ons open. En de oude tribune bleek te klein voor de toeloop. De hele toegang stond volgedromd. Er ging gejuich op toen de Argonauten Lemnos bereikten. Dat was het eiland van de vrouwen. Die hadden zojuist al hun mannen vermoord omdat die zeiden dat ze stonken. Lemnos is ook het eiland van Hephaestus, de kreupele god van de metaalbewerking. Zeus had hem daarheen gesmeten omdat hij zo lelijk was.Maar zijn amfitheater staat er nog steeds. Drieduizend jaar theater op Lemnos. Er is ook een versteend bos op Lemnos. Knoflookbladeren van twintig miljoen jaar geleden. En de schipper kreeg een nare bijsmaak die vaten in de bunker over te hevelen. Die heeft meer verstand van grammatica.

177 Woensdag, 18 Juni 2008
Chora, Naxos. 37°06’184’’ Noorderbreedte, 025°22’283’’ Oosterlengte
Terug op het eiland van Dionysus. Ieder eiland heeft zijn eigen verhaal en gekkigheid. Iedere dag spuwt de ferry een massa toeristen aan wal maar het stadje heeft nog grotendeels zijn charme behouden. Bovenop de berg staat het imposante kasteel van de Venetiaanse graaf. Zijn familie zit er al sinds de twaalfde eeuw. Hij is een grote fan en belooft de dorpelingen naar de show te brengen. Want die zitten allemaal voor de TV. Griekenland verloor. De eerste show verwaaide door een woedende wind. De tweede show zag een buitengewoon select publiek dat bestond uit de graaf, een lokale kunstenaar, de familie van de dieselboer die ik net een paar duizend euro schoof, de organisatoren van het lokale festival, een journalist van de Nationale krant en vier Duitse toeristen die ons verhaal in het modeblad Brigitte willen publiceren. Dat is een goed begin. De haven heeft een klein bruggenhoofd dat precies de maat heeft van ons superjacht en tribune. We verzamelen vrienden en paradijsjes waar we altijd welkom zijn. Het scheepje dobbert verder en de tijd is de eeuwigheid. Met een spateltje duiken we maar weer in zee om wat mosseltjes van het roer te krabben. Het grote geheim is het andere superjacht in de haven. Daar komt niemand kijken want zit vol geheime agenten. Daar zat de olieboer pappa Bush terwijl zoonlief met de Romeinse paljas en Roomse paap over morele waarden keuvelt.

178 Woensdag, 25 Juni 2008
Chora, Naxos. 37-06’184’’ Noorderbreedte, 025-22’283’’ Oosterlengte
Gestrand op Naxos. De derde show werd afgelast vanwege een gebrek aan publiek. De vierde en vijfde show vanwege een oorontsteking van de hoofdrolspeelster. De zesde vanwege de woedende wind die weer opstak. Diezelfde wind maakte het vertrek onmogelijk. Zelfs de vissers voeren niet uit. Zo worden we gestraft voor zoveel oneerbiedigheid tegenover de Griekse Goden. Of misschien hebben we wel te lichtvaardig een fotoshop gemaakt van een kustvaarder die hier midden op een onbereikbaar strand ligt te roesten. Die hadden we als de Zottenschuit aangekleed. Dat hadden we lang geleden al gedaan als een gedroomd einde van een honderdjarige haringlogger en een dertigjarige wereldreis. Dan hoef je alleen maar een flinke poort in de zijkant te branden en een nachttheater te openen. Maar dan wel in Brazilië. Toen wisten we nog niet dat dat strandje hier op Naxos lag. De lokale krant weet wel waarom het publiek het liet afweten. Omdat er op Naxos geen cultuurinstituut bestaat, geen cultureel beleid, geen cultureel besef en nog om 73 andere redenen. Ze noemen ons “verreweg de meest betekenisvolle culturele gebeurtenis van het seizoen”. Daarvoor liggen we al dagen in de haven te deinen. Sommige van de acteurs zijn daar al zeekiek van. We moeten snel maar eens wat aan de ballast doen. Al bij windje vijf steigert de schuit als een dronken hobbelpaard. En we moeten ook maar snel oogjes in onze zeilen naaien. Dan maken we nog kans op een stabiele overtocht. En ook maar snel de show aan de Noordenwind aanpassen. Dan maar geen theatergordijnen. Straks moeten we nog een kwart van alle shows aflassen. Want die wind waait hier de hele zomer door.

179 Woensdag, 2 Juli 2008. Agio Kirikos, Ikaria, 37°36’5’’ Noorderbreedte, 026°17’4’’ Oosterlengte
Ikaria is het eiland waar Icarus in zee stortte, de eerste vliegenier van de wereld. Het is een der vele verdwaalde eilandjes in deze verwaaide zee die nog niet door de toeristenindustrie ontdekt is en dat betekent dat er niks te vinden is dan een paar verdwaalde tavernes rond de haventjes. Dat betekent ook een ouderwetse gastvrijheid die we met houtjes touwtjes Grieks proberen te beantwoorden. Dat betekent dat het hele stadje naar de show uitloopt en we plots weer het volkstheater geworden zijn. We beginnen een vol uur later want ze komen nog rustig aanslenteren als officieel de show al afgelopen had moeten zijn. Ikarische tijd is Griekse tijd in het kwadraat. Dat er overdag nauwelijks een geopende winkel te vinden is schijnt een overblijfsel te zijn van de Turkse overheersing. Die openden pas als de Turken naar bed gingen. Ze zijn hier allemaal de kleinzoon van een communist want in de jaren vijftig werden alle communisten hierheen verbannen. Er is een groot “Festival van de Dialoog der Culturen” dat onze affiches tot op alle windmolens heeft geplakt. En tijdens de halve finales van het voetbal zagen we puur vrouwen op de tribune, van grootmoeder tot kleinkind. Dat hadden we nog nooit meegemaakt. Voor het eerst ook hebben we, gejaagd door de wind, de moordende routine ontwikkeld om in éen dag 14 uur te varen, de tribune te bouwen en de voorstelling te geven. Om de volgende dag, na de tweede voorstelling, meteen op te breken en op te stomen voor meteen weer een reeks voorstellingen. We hadden wat achterstand in te halen. Nu waait het weer en nemen we het ervan. Ons orkestje is beland op een dorpsfeest met traditionele Ikarische vioolmuziek.

180 Woensdag, 9 Juli 2008
Chania, 35°31’12’’ Noorderbreedte, 024°01’197’ Oosterlengte
Droeve scheepstijdingen. We ploegden 38 uur door soms wel windkracht zeven om op tijd in Chania te komen, een prachtig stadje in West Creta met een Venetiaans haventje. Daar is een piertje dat net genoeg plek heeft voor ons scheepje en de tribune. Daar liggen we al de hele week te pronken. We waren door het plaatselijke Zomerfestival uitgenodigd en zagen op de dag van aankomst Lorca’s “Bloedshuwelijk”, samen met drieduizend Chanianen van alle leeftijden die vrolijk met pop corn en coca cola dit vreselijke drama doorstonden. Dat is ons publiek. Maar het Zomerfestival wist niet dat het piertje aan de archeologische Dienst toebehoort en deze Dienst gebruikt het piertje als parking en vuilnisbak en was absoluut niet bereid toestemming te verlenen voor een antieke Griekse komedie. Zo liggen we al de hele week werkloos te pronken. De Griekse Realiteit, zeggen de Grieken. De rechtse pers en TV besteden graag aandacht aan het dilemma want het Festival en Dienst zijn in linkse handen. De linkse pers en TV zwijgen. De bemanning is als een uitgeperste citroen in een depressie verzeild. Het publiek komt vriendelijk vragen hoe laat de voorstelling begint. Met de enige havensteden in de buurt die ons kunnen ontvangen hebben we al afspraken gemaakt – over twee weken. Onze web site staat op ook tilt. We kunnen niet eens meer de data van de zomertour aanpassen. De nieuwe tribune ligt al vier weken werkeloos bij de douane op formaliteiten te wachten. Griekse Realiteit.

181 Woensdag, 16 Juli 2008
Rethimnon Marina, Kreta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
Terug gevlucht naar Rethymno. Hier kennen ze ons goed want hier waren we zes hele wintermaanden. Niet dat er genoeg publiek komt om de voorstelling te rechtvaardigen. Iedereen met een greintje belangstelling heeft de show al twee keer gezien. Hier wachten we op het Zomerfestival van de Kretenzer hoofdstad Heraklion. We hoorden dat we er de hele achterpagina van het programmaboekje cadeau kregen. Met complimenteuze woordjes. Dan barst de zomertour eindelijk los. In Rethymno is het haventje te minste redelijk schoon. Want aan de hittegolven komt geen end. Ik heb het spateltje nu met een bezemsteel verlengd en iedere keer als we erin duiken wacht hoopvol een school visjes op de lekkernijen die we van de scheepshuid krabben. En we hebben eindelijk een regisseur. Zo poetsen we ook de show op. De regisseur heeft zijn eigen rollen verdeeld tussen onze Catalaanse acteur en Griekse lichtvrouwe. Vanaf de tribune dirigeert hij nu het ritme van de show. Oh tempo, tempo! Zal het ons lukken de Griekse apathie te doorbreken? Er zijn genoeg cultuurbonzen die de haak op hoorn gooien als ze gedwongen worden drie Engelse woorden te spreken. Het visruim hebben we ontruimd in een open oorlog met de kakkerlakken. Die gedijen lekker in de hittegolven. De scheepskooien ontruimen we in een open oorlog met de kattenvlooien. Ook zij maken een reis door het paradijs. En die scheepskatten krijgen een betere medische behandeling dan de crew.

182 Woensdag, 23 Juli 2008
Rethimnon Marina, Kreta, 35°22’239’’ Noorderbreedte, 024°28’875’’ Oosterlengte
De nieuwe tribune is aangekomen! We moesten met een zware delegatie uit Barcelona en Kreta naar een obscuur douanekantoortje in een buitenwijk van Athene om aldaar nog allerlei nota’s te betalen zonder daarvoor nota’s te krijgen. Toen verscheen op onze vertrouwde kade eindelijk de twintigtonner met nog een nieuwe nota en vijfentwintighonderd kilo tribune. Die was niet van aluminium zoals ik in mijn onschuld dacht maar van solide gegalvaniseerd staal. De vaart der volkeren. Die gaat nog een halve eeuw mee Helaas is ze een beetje te zwaar voor de arme bemanning zodat we nu met spanbanden en blokken en katrollen in de giek experimenteren om het zaakje aan boord te krijgen. Als we alles aan stuurboord hijsen maakt het schip slagzij. Ze biedt plaats aan 250 personen, ook een beetje optimistisch.want voorlopig steken we op een man of tachtig. Die pasten nog net op het restant van de oude tribune. Dat kregen we in drie kwartier overeind. Maar we zijn klaar voor de Grootste Festivals. We kregen een toeschouwer die drie dagen eerder naar Rethymno was afgereisd omdat ze op Radio Kosmos in Athene iedere dag de luisteraar aansporen om uit te kijken naar The Ship of Fools, ergens op een eiland. Die maakt theater vers. De oude tribune hebben we met een glaasje raki uitgezwaaid. Die heeft welgeschat vijfhonderd keer het hooggeachte publiek ontvangen, in onze tijd. Die krijgt een plekje in de tuin van het kultureel centrum van het naburige Panormo. Daar gaat ze de tuin kraken, in een krachtmeting met de Burgermeester die van het stadje een superjachthaven wil maken.

183 Woensdag, 6 Augustus 2008
Itea 38º25´’5´´ Noorderbreedte, 022º25’28’ Oosterlengte
Als altijd in Augustus draait de toer op volle toeren. Als altijd hollen we voor ons succes uit want er komt nog een hoop publiek verwachtingsvol kijken wanneer we de tribune alweer binnenboord takelen. Al twintig jaar zijn gemiddeld tachtig toeschouwers niet genoeg om het schip in de vaart te houden. En de zon moordt voort. Pas tegen een uur of zes in de avond krabbelen we overeind. Maar het zeelandschap blijft boeien. Als altijd liggen we op het mooiste stekkie Heraklion, de Cretenzer hoofdstad, belooft een soort Palermo te worden waar we door een trouwe schare altijd welkom worden geheten. Poros is populair onder de Atheners want een paradijselijk eilandje vol pijnbomen op een uurtje varen. Hier staat een tempel van Poseidon die ons deze zomer behoorlijk deed schudden. Het Kanaal van Korinthe is een indrukwekkend diepe scheur in het landschap waar we elf jaar geleden nog helemaal omheen moesten varen omdat we het kaartje niet konden betalen. In de stad Korinthe stonden TV en Krant op de kade maar hadden we helaas geen show. Een bananenboot deed ons van koers verleggen. We waren onderweg naar Aigio, een van de oudste Griekse stadjes en nu een druk haventje met cement, stenen en bananen. Stenen en cement hebben we hard nodig voor de ballast en bananen gaan er altijd wel in. Maar de bananenboot moest op ons plekkie. Aldus belandden we in Itea, aan de voet van het Orakel van Delphi. De autoriteiten hadden uit pure vreugde binnen een paar uur alle vergunningen voor elkaar. Het was Maria Hemelvaart en het hele land ging plat. Zelfs de copywinkel voor de posters bleef dicht. De Kapitein bezocht het Orakel, het Antwoord bleef duister.

184 Woensdag, 27 Augustus 2008
Mesallongi. 38º21´’431´´ Noorderbreedte, 021º25’318’ Oosterlengte
Tot op de vuilniscontainers staat dat Mesallongi een Heilige Stad is. Da’s omdat hier de opstand tegen de Turken begon. Lord Byron deed vrolijk mee en vond hier zijn graf, niet geveld door het Turkse kromzwaard maar door moerasdampen. Nu is het een Slaperig Dorp gevangen in een grote lagune waar geen toerist komt en zelfs geen ansichtkaart van bestaat. Het haventje delen we met drie kleine kustvaarders en een familie van reuzenschildpadden die om de tien minuten hun prehistorische snuit boven water steken. De kade delen we met een grote zigeunerfamilie van twee moeders met tien kinderen die zich keurig in een oplopende rij opstellen om door een spleet de voorstelling te zien. We lieten ze allemaal binnen en met hun hilariteit hebben ze de voorstelling gered want de lokale burgerij durft nauwelijks te komen. Ze weten dondersgoed dat we geland zijn. Zij die durven zien een fantastische show maar de crew raakt uitgeput, geveld door de zon en de onverschilligheid der Culturele Diensten. Uiteindelijk zijn we beland op een dorpsfeest aan de voet van de berg waar ze in rokjes rondlopen met pompoenen op hun schoenen en waar ze met dollarbiljetten strooien en met pistolen in de lucht schieten. De zigeuners bespelen de fluitjes en drums. We waren de enige buitenstaanders en raakten bedolven onder vleessticks en het lokale vuurwater tsipouro.

185 Woensdag, 3 September 2008
Sami, Keffalonia. 38º15´’169´´ Noorderbreedte, 020º38’535’ Oosterlengte

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *